Algemeen
Een paard met droes, te herkennen aan het abces onder de kaak.
Foto: Bokker Annetje/Bokt Wiki
Seizoensgebonden temperatuurwisselingen lijken een belangrijke risicofactor te zijn voor het uitbreken van droes bij paarden, zo blijkt uit een voorlopige studie in de Verenigde Staten.
Droes is een zeer besmettelijke infectie van de bovenste luchtwegen bij paarden, veroorzaakt door de bacterie Streptococcus equi subspecies equi. Het kan verspreid worden door indirect contact met besmette voorwerpen en studies hebben aangetoond dat de microbe goed kan leven in verschillende omgevingsomstandigheden. Het is de op twee na meest voorkomende infectie van de bovenste luchtwegen bij paarden in de VS, wat resulteert in een hoge economische last voor paardeneigenaren.
Onderzoekers van het Berry College in Georgia hebben het aantal gevallen van droes in de VS van 2018 tot 2022 geanalyseerd. Het doel was om mogelijke patronen gerelateerd aan weer en tijd in combinatie met de uitbraken te onderzoeken. Gediagnosticeerde gevallen kwamen uit het Equine Disease Communication Center, databases van universiteiten, overheidsinstanties en veterinaire diagnoselaboratoria.
Geografische informatiesystemen werden gebruikt om de gevallen in kaart te brengen en om relevante weergegevens te verkrijgen uit de uitbraakgebieden. Denk hierbij aan met name temperatuur en neerslag.
De analyse, die is gepubliceerd in het tijdschrift Pathogens, suggereert dat maandelijkse veranderingen in het aantal gevallen van droes overeenkomen met veranderende seizoenen. Hierbij wordt het risico beïnvloed door veranderingen in temperatuur, maar niet door neerslag. Het hoogste en laagste aantal individuele uitbraken doet zich voor tijdens seizoenswisselingen, meer bepaald van de winter naar de lente, toen het hoogste aantal gevallen werd gemeld, en van de zomer tot de herfst, toen het aantal gevallen het laagst was. Het aantal besmettingen in de VS lijkt toe te nemen naarmate de temperaturen in maart, april en mei stijgen, om vervolgens te dalen wanneer de temperaturen in de zomermaanden juni, juli en augustus hun hoogtepunt bereiken. Deze aantallen bereiken dan hun laagste punt in september en stijgen licht voordat ze stabiliseren tijdens de wintermaanden december, januari en februari.
"Hoewel ons model geen significante correlatie liet zien tussen de maximumtemperatuur en ziektegevallen, toonde het wel aan dat de verandering van maand tot maand in de gemiddelde minimumtemperatuur en de totale gemiddelde temperatuur een significante invloed hebben op de kans op uitbraak", meldde het onderzoeksteam.
Het bewijs ondersteunt de conclusie dat veranderende temperaturen de kans op een uitbraak van droes kunnen beïnvloeden. De kansenratio van de gemiddelde temperatuurvariabele suggereert dat voor een temperatuurstijging van 1° Celsius, de kans op een uitbraak met 4% toeneemt. De gemiddelde temperatuur van maand tot maand kan met zeven graden veranderen en met 13 graden gedurende een seizoen, zoals waargenomen in dit onderzoek. Deze schommelingen kunnen ertoe leiden dat de kans op een uitbraak van maand tot maand met 28% verandert en met 52% gedurende een seizoen. Temperatuurschommelingen, en dus een verhoogd risico op uitbraken, zullen in de loop van de tijd waarschijnlijk toenemen als gevolg van de klimaatverandering, voegden de onderzoekers eraan toe.
Bij het bespreken van hun bevindingen merkten de auteurs op dat de meeste paardgerelateerde evenementen plaatsvinden in de relatief warme zomermaanden. "Voor deze evenementen, die in het hele land plaatsvinden in de lente, worden paarden vaak verplaatst en getraind om zich voor te bereiden. Dit zou de interacties van paarden met mensen, hun contact met mogelijk besmette voorwerpen en andere paarden vergroten - wat allemaal zou kunnen bijdragen aan een toename van het aantal gevallen in april-mei.
Daarnaast is het waarschijnlijker dat paarden tijdens de warmere maanden buiten zijn en het is aangetoond dat de bacterie die droes veroorzaakt wordt geremd door warmere temperaturen. Het onderzoeksteam merkte op dat droes niet de enige paardenziekte is met de hoogste besmettingsgraad in de lente. [i]"Onderzoeken naar door ziektekiemen overgedragen paardenziekten hebben aangetoond dat er in de lente een hoger risico is op verspreiding van de ziekte vanwege de verplaatsing van deze ziektekiemen door de warmere temperaturen."
Het verkrijgen van de ziektegerelateerde gegevens voor de studie moeilijk bleek te zijn, omdat het proces voor het registreren van droes van staat tot staat verschilt. Veel staten houden geen gegevens bij van gediagnosticeerde gevallen van droes. Het merendeel van de gerapporteerde gegevens in deze studie werd genereus en vrijwillig verstrekt door dierenartsen in veterinaire diagnoselaboratoria, professoren die databases van universiteiten bijhouden. Maar ook door overheidsinstanties in staten die gevallen bijhouden en door toegang tot gegevens op de Equine Disease Communication Center website.
Het gebrek aan monitoring van droes en andere veterinaire ziekten zorgt voor uitdagingen bij het volledig begrijpen van de impact van deze ziekteverwekkers op dieren en diereneigenaren en belemmert epidemiologisch onderzoek naar de verspreiding ervan.
De impact van deze warmere omstandigheden, door klimaatverandering, op droes is onzeker en zal waarschijnlijk op lokaal niveau variëren. Het kan alleen worden beoordeeld met verhoogde surveillance-inspanningen.
Dit artikel is een samenvatting. Het complete artikel is te lezen op Horsetalk.co.nz