Horsetalk.co.nz
Algemeen
In een onderzoek dat begin juni werd gepubliceerd, wordt benadrukt hoe belangrijk het is om beweging onder het zadel mee te nemen bij onderzoek naar kreupelheid en slechte prestaties bij paarden. Volgens de onderzoekers moeten de paarden worden bekeken in alle gangen en bij het uitvoeren van bewegingen tijdens het werk. Ruiters raken soms gefrustreerd omdat het paard slechter gaat presteren, en ze na onderzoek door de dierenarts aan de hand of aan de longe te horen krijgen dat hun paard niet kreupel is.
Volgens Sue Dyson, expert op het gebied van kreupelheid bij paarden, en Danica Pollard, veterinair epidemioloog, is men zich steeds meer bewust van het feit dat paarden afwijkingen kunnen hebben die de prestaties onder het zadel verminderen, maar die niet te zien zijn bij onderzoek aan de hand. Een lichte kreupelheid aan de hand of tijdens het longeren toont meestal niet de bron van de pijn die het paard onder het zadel minder laat presteren.
Het duo merkte op dat het toenemende gebruik van een objectieve analyse van de gangen heeft geleid tot discussies. Het gaat hier om veranderingen die het paard in zijn gangen laat zien en die het gevolg kunnen zijn van pijn. Asymmetie in de bewegingen, ook wel lateraliteit genoemd, wordt niet alleen gezien bij volwassen paarden, maar ook bij veulens.
In dit onderzoek wilden Dyson en Pollard veranderingen in gang en gedrag beschrijven bij paarden die routinematig onderzocht werden op kreupelheid of slechte prestaties, zowel voor als na een zenuwblokkade of na een verandering van zadel indien dat nodig was. Dit deden ze met een grotere groep dan eerder is gedocumenteerd, namelijk 150 paarden die allemaal slecht presteerden onder het zadel. Deze ondergingen allemaal routinematig een klinisch onderzoek op verschillende locaties in Groot-Brittannië. Tijdens dit onderzoek werd gebruik gemaakt van het Ridden Horse Pain Ethogram (RHpE), ontwikkeld om de herkenning van pijn aan bewegingsapparaat bij paarden te vergemakkelijken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 24 tekenen van gedrag, elk met een strikte definitie. Deze komen vaker voor bij een paard met problemen in het bewegingsapparaat, in vergelijking met een paard dat niet kreupel is.
De aanwezigheid van minstens 8 van de 24 gedragingen wordt beschouwd als een betrouwbare indicator voor de aanwezigheid van een onderliggend probleem. Eerder is al aangetoond dat bij paarden die niet kreupel zijn, de meest voorkomende score 2 van de 24 is. Naast het gedrag werd ook de kreupelheid beoordeeld met een cijfer. Het gemiddelde was 2 op 8, lichte kreupelheid dus. De reikwijdte van deze scores varieerde van 0 tot 4. Bij 35% van de paarden was er geen kreupelheid, maar wel een gebrek aan impuls vanuit de achterhand.
De RHpE-scores werden op verschillende momenten beoordeeld, voor en na zenuwblokkades of eventuele zadelwissel. De meest voorkomende score vóór een zenuwblokkade was een 9 op 24, maar het bereik was tussen 2 en 15. Na de blokkade en eventuele zadelwissel daalde dit naar 2, met een bereik van 0 tot 12. Deze veranderingen werden gelinkt aan het verbeteren van loop- en rijbaarheid. De onderzoekers merkten op dat bij de meeste paarden de RHpE-score was voor de diagnostische anesthesie, terwijl dieren niet tot nauwelijks kreupel waren.
Opvallend was dat 37% van de paarden een slecht passend zadel op had. Dit beïnvloedde de prestaties, ondanks dat bij een groot deel van de paarden een professionele zadelpasser was geweest, 1-3 maanden voor het onderzoek. Veel ruiters waren zich echter niet bewust van de professionele kwalificaties van de zadelmaker. Bij al deze paarden verbeterde het gedrag en/ of de bewegingen na het vervangen van hun zadel door een beter passend exemplaar. Echter, bij sommige paarden werd de kreupelheid juist beter zichtbaar of deze verslechterde. Dit werd geassocieerd met een, objectief beoordeeld, toegenomen bereik van de bewegingen van de ruggenwervels van paard en de toegenomen bewegingen van de staart.
De onderzoekers vertellen: "het is onwaarschijnlijk dat het maximale kreupelheidscijfer tijdens het rijden de mate van ongemak die een paard ervaart, weerspiegelt. Dit omdat 98% van de paarden kreupel was in meer dan één ledemaat en in dergelijke omstandigheden kan de beoordeling de ernst van de kreupelheid niet weerspiegelen. Paarden passen zich aan kreupelheid aan om te proberen het ongemak te minimaliseren of om kreupelheid effectief te verbergen. Deze studie benadrukt het belang van bereden oefening in het onderzoek naar slechte prestaties/lage kreupelheid en de waarde van de RHpE om de aanwezigheid van pijn aan het bewegingsapparaat te verifiëren". Ook waren volgens de onderzoekers zenuwblokkades van vitaal belang om de oorzaken te bepalen van de pijn die de prestaties in gevaar brengt.
"Het hoge aantal slecht passende zadels, dat de prestaties van deze paarden negatief beïnvloedde, benadrukt het belang van het voorlichten van ruiters en trainers over het belang van een correct passend zadel, voor zowel het paard als de ruiter, voor optimale prestaties." voegen ze er nog aan toe.
Dit artikel is een samenvatting. Het complete artikel is te lezen op Horsetalk.co.nz