Sport

De ruiter rijdt zijn paard iets voor de loodlijn, een vereiste voor een goede balans.
Foto: Marlies Trap Fotografie
Dit artikel werd geschreven door Niina Kirjorinne voor Eurodressage.com. Zij is dressuurcoach en dierenfysiotherapeut, gespecialiseerd in de biomechanica van ruiter en paard. Nina studeert bij kolonel Christian Carde, en traint in Warendorf, bij voormalig I-jurylid Angelika Frömming. Dit artikel is een vervolg op het artikel over de oorspeekselklier, dat wij eerder gepost hebben.
Recent gaf ik een dressuurclinic tijdens de Tampere Horse Fair in Finland. Dit is een van de grootste paardensportevenementen in ons Noord-Europese land. Tijdens deze clinic wilde ik het publiek handvatten geven om de meest voorkomende problemen in de trainingsergonomie te herkennen en te corrigeren: het frame, contact en de balans van het paard. Gewoonlijk wordt verondersteld dat je lange tijd bezig bent om deze te corrigeren, en dat problemen met deze elementen hebben de neiging om nog vrij lang in de training aanwezig te zijn.
De ruiter tijdens deze clinic was U25-amazone Wilma Erkkilä met de zevenjarige merrie Xcelent Gem (Don Laurie x Lord Sinclair). Deze merrie is relatief laat beleerd en is nu zo’n 1,5 jaar onder het zadel, dus we konden een typische jonge paarden-fase demonsteren. Tijdens de clinic heb ik het paard uitgerust met een teugeldrukmeter en een lampje dat de verschillende hoofdhoudingen laat zien. Dit helpt het publiek om de effecten van verschillende situaties en oefeningen te begrijpen. Tijdens mijn werk maak ik gebruik van mobiele onderzoeksapparatuur om verschillende oefeningen te analyseren. Ik wilde het publiek de kans geven om het ook eens op deze manier te zien.
Vertrouwen en ontspanning opbouwen
Als we in een grote rijbaan komen met een jong paard, is het allereerst belangrijk om de kalmte en het gevoel van concentratie te vinden door eenvoudige oefeningen te doen. Ik wilde zien dat ruiter goed en ontspannen kan communiceren met het paard in stap, draf en galop, op grote gebogen lijnen en in enkele eenvoudige zijgangen. Voor het vertrouwen hebben we zacht en licht contact nodig, een verbinding waarbij je de bewegingen niet hindert. Dit kun je al controleren in stap, deze gang weerspiegelt de kwaliteit van het contact. Contactproblemen ontstaan door spanning, en spanning heeft onmiddellijk gevolgen voor de stap. Voor het vertrouwen heb je ook een houding nodig die de bewegingen vloeiend door het lichaam laat gaan. Goede bewegingen voelen eenvoudig en ontspannen, maar ook krachtig aan.
Het frame heeft altijd invloed op de balans
Een goed frame is er één dat je altijd makkelijk kunt veranderen, zonder de balans te verliezen. Problemen met de het frame kunnen worden teruggevoerd op balans en contact. Spanning is de grootste vijand van de balans. Tijdens de clinic wilde ik in het bijzonder laten zien hoe het ontwijken van contact door het sluiten van het frame en het omhoog doen van het hoofd, effect heeft op de bewegingen. Dit zijn veelvoorkomende problemen tijdens het rijden, vooral bij jongere paarden.
Het sluiten van het frame achter de loodlijn, om welke reden dan ook, heeft effect op het hele lichaam, de balans en zelfs op de manier van bewegen. Als je naar beneden kijkt, wordt het veel lastiger om gemakkelijk een op- en voorwaarts gevoel te creëren. Het heeft ook invloed op het gezichtsveld en de luchtwegen van het paard. De ogen geven informatie door aan het evenwichtsorgaan, deze controleert weer de balans van het paard. Als je zelf naar voren kijkt en vervolgens breng je de kin naar je borst, alsof je op je telefoon wilt kijken, dan voel je gewoon de spanning in je keel, kaak en nek. Hoe kan dit bijdragen aan het creëren van een goede, ontspannen beweging?
Als het paard het contact ontwijkt door het hoofd omhoog te doen, willen we het niet naar beneden halen. Dit beschadigt heel makkelijk het vertrouwen in het contact. Het omlaaghalen van het hoofd met de hand of met hulpmiddelen, maakt dat paarden het contact willen vermijden. Dit doen ze door hun hoofd achter de loodlijn te brengen, maar ook door het hoofd weer omhoog te brengen, telkens als dit mogelijk is. Als het paard zijn hoofd omhoog brengt, is het nuttiger om zacht contact te blijven houden, het paard zachtjes te vragen om opzij te kijken, dan de bewegingen te activeren om vervolgens een klein beetje teugel te geven.
Verklaringen
Van het achter de loodlijn bewegen wordt gezegd dat het gebeurt door een gebrek aan kracht. We zouden het frame niet moeten aanraken voordat het paard in staat is zelf het hoofd te dragen. Dit is niet echt een logische verklaring. Een andere verklaring is dat je simpelweg meer been moet geven om het paard in een correct frame te krijgen. Als je meer been geeft bij een gesloten frame, zal het paard de bewegingen minder goed in balans activeren dan wanneer je eerst het frame opent.
Als we deze gewoonte niet vroegtijdig corrigeren, trainen we het paard om in een slechte houding en balans te lopen. We trainen dan spieren en gebieden die niet nuttig zijn voor een ergonomisch gebruik van het lichaam. Als we het frame zachtjes openen wanneer dat nodig is, verdwijnt dit probleem snel, zelfs bij een jong paard. Daarna kunnen we ons beter focussen op het trainen van de diverse oefeningen, met een betere balans.
De training interessant maken voor het paard
Met een jong paard zouden we goede herhalingen moeten doen, maar niet veel. Gebruik kleine pauzes en houd de dingen zo simpel mogelijk. Vaak is het voldoende om slechts een paar herhalingen te doen, een kleine pauze te nemen en dan door te gaan naar de volgende oefening. Om dit gemakkelijk te doen, moeten we het paard leren om te variëren in het frame, voor de loodlijn. We trainen het paard om kleinere of grotere passen te maken, we nemen regelmatig een kleine pauze, werken in een volledige concentratie en met vertrouwen, met aandacht voor de ruiterhulpen. Als we precies zijn in wat en hoe we dingen vragen van het paard, ontwikkelen we steeds verder. Er zijn momenten dat het beter is om tevreden te zijn met de kleinste bewegingen in de goede richting. Je kunt het altijd later nog eens te proberen. Als we systematisch en met dezelfde regels trainen, maar op verschillende plekken, dan creëren we vertrouwen. Dat helpt om goed te presteren, ook tijdens wedstrijden. Laten we nieuwsgierig zijn en vooral de gebruikelijke problemen oplossen zodra we ze ervaren. Zelfs als het een paar minuten, dagen of weken kost voordat je een onverwachte suggestie kunt corrigeren, zoals het sluiten van het frame of het niet reageren op een beenhulp. Zo voorkom je dat iets een gewoonte wordt. Dit helpt je ook in een volgende fase, en ik ben er van overtuigd dat dit de dagelijkse training een stuk logischer maakt voor het paard.
