KNHS
Algemeen
In de net verschenen editie van KNHS ledenmagazine Paard&Sport reflecteren we met Patrice Assendelft op zijn eerste 100 dagen als algemeen directeur van de KNHS. Dit doen we aan de hand van vijf vragen. De 52-jarige Assendelft laat zijn mening en visie duidelijk naar voren komen in zijn antwoorden, waarvan je hieronder het eerste deel leest.
In hoeverre voelde de overstap als een sprong in het diepe na zestien jaar trouwe dienst bij motorsportbond KNMV?
“Aan de ene kant wel, aan de andere kant niet. Ook hier heb je je verenigingsgovernance, en dus te maken met een bestuur, ledenraad, NOC*NSF, noem maar op. Dat is dus hetzelfde. De tak van sport is echter totaal onvergelijkbaar. Hier komt de dimensie paard om de hoek kijken en dat creëert een hele interessante situatie. Nu is het zo dat tegenwoordig iedereen in de maatschappij ergens een mening over heeft. Dat was bij de motorsport zo en bij de paardensport natuurlijk ook, en dan vooral terug te voeren op de social media. Maar wat ik vervolgens bijzonder vind, als je naar deze social media kijkt, is dat men in de paardensport ook elkaar volop negatief bejegent. Dat gebeurt duidelijk meer in deze wereld dan in de andere. Als je een leuk bericht van jezelf met je paard plaatst, krijg je niet alleen maar duimpjes, om het zo maar te zeggen. In die zin moet je oppassen dat je als paardenbranche niet zelf je grootste vijand bent. Dat vind ik wel opmerkelijk. Het helpt natuurlijk niet als je constant openlijk aan het discussiëren bent, terwijl je eigenlijk een soort gemeenschappelijke opdracht hebt.”
Kun je die gemeenschappelijke opdracht nader benoemen en hoe werken we daar vanuit de KNHS aan?
“Toen ik begon aan deze job hoorde ik al veel mensen zeggen: ‘Kunnen we over tien jaar nog wel steeds paardrijden?’ Nu denk ik dat dat zeker kan, maar tegelijkertijd denk ik; wat doen we er zelf aan? We zijn bijvoorbeeld begonnen met het opleiden van toezichthouders, maar daar krijg je niet alleen maar applaus voor. Terwijl je dat niet doet om mensen te plagen, maar omdat je ziet dat er nog dingen misgaan, waar je op in wilt kunnen grijpen. Je hoopt tegelijkertijd dat er een gezonde aanspreekcultuur ontstaat, waarbij mensen elkaar op een nette manier aanspreken als iets echt niet in de haak is. We zullen daarnaast heel kritisch moeten kijken hoe de sport nu georganiseerd is en hoe we innovaties kunnen gaan toepassen en dingen inzichtelijker maken, ook richting de buitenwereld, die momenteel vragen over bepaalde zaken heeft. Je kunt wel zeggen ‘daar hoeven ze zich niet mee te bemoeien’, maar de realiteit is dat ze dat wel doen en dat ze er iets van vinden. Dat betekent veel meer de wetenschap erbij betrekken en als KNHS het voortouw nemen in ontwikkeling en innovatie. Daar moeten we als KNHS in voorop willen lopen. Want als we dat niet doen, kan het over tien jaar wel zomaar spannend worden en dan zeggen mensen, ‘hé KNHS hebben jullie soms zitten slapen?’ Dan beter nu wat kritiek, ook vanuit je achterban, dan dat zoiets gebeurt.”
Het gehele artikel, waarin Assendelft onder meer het belang van de Young Leaders, de digitale transformatie bij de KNHS, zijn gesprekken met criticasters van de paardensport en het lobbywerk richting politiek aankaart, lees je hier.