Bokt Community
Ralph Beckett (je zegt ‘Reef’) is zo’n trainer die zijn eigen faciliteiten heeft. In het dorpje Kimpton in Hampshire heeft hij zo’n 150 paarden onder zijn hoede, waaronder Group 1-winnaars Lezoo, Angel Bleu, Kinross en Westover. Ralph is een zogenaamde ‘Classic-winning’ trainer, oftewel een trainer die een of meerdere ‘Classics’ gewonnen heeft: dé races voor driejarige middle distancepaarden en stayers. De Britse Classics zijn de 1,000 en 2,000 Guineas, de Derby, de Oaks en de St Leger. Uit de stallen van Ralph zijn twee Oakswinnaars gekomen: Look Here in 2008 en Talent in 2013, toen hij ook de nummer twee trainde: Secret Gesture. Met Simple Verse schreef hij in 2015 de St Leger op zijn naam en in 2022 de Irish Derby met Westover. Kortom, geen verkeerde plek voor een kijkje achter de schermen.
Globaal ziet op elke stal de ochtend er hetzelfde uit: de ruiters rijden gemiddeld zo’n drie tot vijf lots, de yard staff mest uit en ververst het water. Iedere trainer heeft zijn of haar eigen voerregime en ook zijn er kleine nuanceverschillen per stal. Op sommige stallen mesten ruiters bijvoorbeeld één of twee boxen uit voor ze gaan rijden, zijn zij verantwoordelijk voor het hooi van de paarden of gooien de wateremmers leeg. Wat ze echter allemaal gemeen hebben, is dat elke ruiter zijn eigen paarden opzadelt en klaarmaakt voor het rijden.
De paarden worden uitgereden in een zogenaamde string, een woord dat gebruikt wordt voor zowel de fysieke rij paarden als voor de ruiters en paarden als geheel. Elke trainer heeft een losrijring tot hun beschikking waarin de string zich verzamelt. Dit is het moment waarop de trainer of assistent trainer kijkt of alle paarden rad zijn, luistert of er geen paarden extreem aan het hoesten zijn etc. De ruiters controleren of hun paard goed loopt, of ze niks geks voelen, of hun tuig goed zit. Zo niet, dan is dit het punt waarop ze dat kunnen aangeven.


Je ziet veel ruiters in de rensport ook tijdens het draven staan om de rug te ontlasten. Dit is veel zwaarder dan de verlichte zit in galop doordat de teugels in draf vrijwel altijd los hangen en je dus niets hebt om “tegen te zitten,” zoals we dat zeggen. Meestal steunen ruiters wel op de schoft, zoals je hier ziet, omdat dat het net iets makkelijker maakt en je ook niet meteen je paard in z'n mond zit als je een beetje uit balans raakt, maar verreweg de meeste ruiters kunnen dit ook zonder de extra steun.

In de winter worden vrijwel alle paarden warmgereden met een deken over hun achterhand. Dit kan ofwel een Witney - de bekende gele dekens met zwarte en rode strepen - of andere wollen deken zijn, ofwel een simpele katoenen sheet. Afhankelijk van de trainer en het paard blijft de deken of over de achterhand liggen bij het galopperen of, zoals hier, wordt hij over het zadel gevouwen en worden de punten onder de beugelriemen door getrokken, zodat de paarden het niet te warm krijgen.

Na het warmdraven gaan de paarden, via een opstelling die lijkt op een startbox, naar de ronde gallop. Hier worden enkele rondjes in een hack canter gegaloppeerd voor nog wat extra temperatuur in de spieren. De string van Ralph is zo’n 35 tot 40 paarden groot, dus teveel om allemaal in één lange slinger te galopperen. Daarom wordt de string opgesplitst in kleinere groepen, zoals hier met Lezoo aan het hoofd.

Daarna gaan diezelfde groepen om beurten de rechte gallop op.

Elke trainer heeft zijn eigen filosofie met betrekking tot trainen en wat voor gallops ze wanneer gebruiken: de een doet veel snelwerk, de ander geeft juist de voorkeur aan minder snelwerk, maar langere banen of het gebruik van meer banen, combinaties van kortere, steilere banen en vlakkere banen, you name it. Ook het type paard is van belang: een jumper heeft een andere vorm van conditionering nodig dan een sprinter.
De meeste paarden van Ralph zitten nog in een opbouwende fase voor het vlakkebaanseizoen dat komend weekend begint. Daarom maakt hij gebruik van deze korte, vrij steile baan, zodat de paarden relatief harder moeten werken over een kortere afstand. Wanneer ze hun beoogde fitheid bereikt hebben, zal hij overgaan op een andere baan, waarbij het doel is om de paarden racing fit te houden.
Bovenaan verzamelen alle paarden zich en stappen rustig terug naar beneden over het grindpad naast de gallop. Vervolgens stappen ze nog een ronde of twee over de ronde gallop om daarna weer richting het erf te gaan.

De laatste jaren is er steeds meer interesse gekomen in het gewicht van de paarden: hun optimale rengewicht, hoeveel gewicht ze verliezen tijdens een race etc. Sommige trainers wegen de paarden überhaupt niet, andere wegen ze alleen voor en/of na het racen, maar bij Ralph worden ze elke week gewogen.

De ruiters zadelen af en de paarden wachten keurig tot ze aan de beurt zijn. Gary, de assistent trainer, schrijft de gewichten op in een tabel, zodat ze in één oogopslag kunnen zien hoe het gewicht van deze week zich verhoudt tot die van vorige week en hoe de conditie van het paard zich ontwikkelt, en waar er eventueel bijgestuurd moet worden in het voerschema. Daarna is het aan de ruiters om hun zadels weer uit de grote hoop te vissen en zadelen ze hun volgende paard op.
De eerste lots zijn eigenlijk altijd voor de oudere paarden, daarna zijn de tweejarigen aan de beurt. We hadden geluk, want deze ochtend deden ze zogenaamde zippers, een concept dat Ralph zelf bedacht heeft: de paarden gaan in tweetallen de baan op en het idee is dat ze naast elkaar gaan en iets versnellen. Dit ter voorbereiding op het echte snelwerken. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, gaat er een hoop tijd zitten in het opleiden van een volbloed tot renpaard. Elke trainer heeft daar zo zijn eigen methodes voor en bij Ralph gaat dat een beetje spelenderwijs. Bij het snelwerken wil je wel echt naast elkaar zitten, bij de zippers is het niet zo erg als ze elkaar niet kunnen bijhouden en niet helemaal upsides gaan.

Je ziet ook dat de ruiters geen zweep bij zich dragen. Veel trainers zijn er niet happig op om hun tweejarigen met zweep te laten rijden, zeker als ze nog niet gekoerst hebben. Je ziet daarom ook dat de jongen op het achterste paard z’n eigen bovenbeenspieren flink aan het werk moet zetten en het paard naar voren drijft met zijn lichaam: hij zakt door z’n knieën, zit laag boven het paard, brengt z’n handen wat naar voren en ‘duwt’ het paard als het ware naar voren.
Sowieso is het zweepgebruik in de training spaarzaam en beperkt het zich tot een eventuele tik op de schouder vanuit de pols. De achterhand is tijdens trainingen strikt off-limits, helemaal voor work riders die geen jockeytraining hebben gehad.
En dit is hoe de zippers er eigenlijk uit horen te zien:



Je ziet ook dat de ruiters vrij lang rijden, zo hebben ze meer grip voor het geval het paard iets geks doet, en kunnen ze ook nog gebruik maken van hun benen om het paard te squeezen.
Ook na deze lot worden de paarden rustig uitgestapt op de ronde baan…

… alvorens ze het laatste stuk naar het erf aan de hand geleid worden…

… en worden voorzien van wat knuffels, pepermuntjes en de nodige naverzorging.

Als alle paarden eruit geweest zijn voor de ochtend, is het slechts nog een kwestie van aanvegen en voeren, waarna het voor zowel paarden als personeel tijd is voor de middagpauze. Rond een uur of vier komt iedereen weer terug op stal voor evening stables, waarbij er vaak nog wat mest uit de boxen gehaald wordt, de paarden wederom vers water krijgen, gepoetst worden, gecontroleerd worden op eventuele zwellingen, gevoeligheden en wondjes op de benen en weer worden voorzien van ruw- en krachtvoer. Rond een uur of zes zit de werkdag erop en zijn de paarden klaar voor de nacht.

Bovendien kun je ook gewoon meters installeren bij automatische drinkbakken.
Zandpaddocks zie je hier überhaupt zelden (vandaar dat al die 'mountain and moorland ponies' doorgaans ook zo baggervet zijn
).
