Bokt Community

Afgelopen weekend haalde ik Sam kreupel van de weide, nadat ik de week ervoor al een week met een covidinfectie geworsteld had. Geen warme benen, dus eerst de smid gebeld om hoefzweren uit te sluiten aangezien dierenartsen hier nogal de neiging hebben om te vragen of er al een smid geweest is. Toen de smid echter ‘s morgens kwam, was Sam zijn pees flink gezwollen. Een hoefzweer was dus officieel van de baan. Mijn smid werkt samen met een dierenarts die specialiseert in orthopedie (ze werken regelmatig samen voor orthopedisch beslag te plaatsen na operaties), dus hij belde zijn partner op om te vragen hoe snel die kon komen.
Een hoop geregel, want de fysio moest verzet worden omdat de dierenarts de afspraak niet haalde en later kwam. Toen hij er geraakt was, had ik zo ongeveer binnen de vijf minuten spijt dat ik niet mijn vaste dierenarts gebeld had, gezien het absolute gebrek aan communicatie vermogen. Het bezoek verliep dus erg stroef. Hij voelde de pees af. Ik kreeg eruit gewrongen dat hij vermoedde dat er een ontsteking zat op de diepe buigpees en dat hij medicatie zou geven voor drie weken. Als het dan niet beter was, konden ze een echo maken (waarvan ik dacht dat dat meteen zou gebeuren, want zijn been was al opgeschoren ervoor.) Na wat telefoontjes die ik de dag er na gepleegd heb, kon ik samen puzzelen dat een echo onbetrouwbaar is als er nog zoveel zwelling op zit dus dat de zwelling eerst moest verminderen.
Je moet weten dat ik in al die jaren dat ik paarden heb nog nooit een paard met een peesblessure gehad heb, dus in mijn hoofd was ik diep teleurgesteld dat een DA niet meteen een echo maakte en me duidelijkheid gaf over wat er exact aan de hand was. Gecombineerd met de wijze waarop deze dierenarts communiceerde (of meer: Hoe hij zich pas leek te herinneren dat ik er was als ik iets vroeg en zich daar ook nog aan leek te ergeren), begonnen mijn hersenen een beetje te lijden onder de stress van de voorgaande dagen. Zorgen om Sam, afspraken verzetten met als gevolg dat ik eigenlijk mijn hele week moet aanpassen. Een aanpassingsvermogen dat ik niet meer heb.
Toen mijn man vroeg of ik naar de winkel kon voor een paar basisdingen liep het in de winkel over, de muziek, de drukte... ik heb zo snel mogelijk verzameld wat hij nodig had (en logische dingen zoals beleg voor het brood vergeten omdat mijn hersenen op spaarstand staan), betaald en buiten even op mijn karretje staan leunen omdat ik het gevoel had dat ik moest braken.
Ik was móe. Zo verschrikkelijk móe. Mijn CVA-ego kreeg de overhand en dat ego is een stuk minder verdraagzaam dan mijn “voor”-persoonlijkheid. Ik was dus snel geërgerd, stil en weinig responsief. Mijn man herkent die signalen wel en geeft me dan ruimte. Hij maakt zich zorgen wanneer mijn lichaam weigert om voldoende te eten, omdat eten ook prikkels geeft en mijn hersenen willen geen prikkels, ze willen RUST. Ze laten me toe om datgene dat absoluut nodig is binnen te krijgen, maar niet meer.
Jullie lezen het goed. Mijn hersenen hebben in mijn beleving een soort “eigen persoonlijkheid” gekregen sinds mijn CVA, en ikzelf zit een beetje op de passagierszetel. Ik voel wat er gebeurt, ik besef dat het niet logisch is, maar ik krijg de teugels niet in handen. Het is erg moeilijk voor veel mensen om dat “concept” voor te stellen. Mijn man heeft daar i.i.g. moeite mee en dat begrijp ik ook. Ik denk dat ik er ook moeite mee zou hebben als ik het niet zelf ervaren zou hebben. Het is niet dat ik geen controle heb over mijn acties, maar mijn controle zit hem vooral in “reacties die niet oke zijn” onderdrukken. Stilte dus. En stilte is moordend. We hebben hier af gesproken dat als ik me zo voel, dat ik mijn man gewoon zeg “Ik ben overprikkeld. Ik kan even niet goed om met … alles, dat ik stil ben ligt niet aan jou.”
Mjin directe omgeving is ervan op de hoogte dat wanneer ik kort of amper reageer, dat ik dan met mezelf in gevecht ben. Dat het niet iets is dat zij mis gedaan hebben, een van de belangrijkste dingen die ik met alle mensen die nieuw in mijn leven komen bespreek. Want het is de enige manier om misverstanden te voorkomen.
De dag na Sam zjin “diagnose”, of wat daar voor door moet gaan (dat zijn pees niet oke was had ik zonder DA ook wel geraden toen ie zo gezwollen was), kon ik dus naar mijn fysio. Mijn man en ik hadden geruild. Hij is gegaan toen ik mijn afspraak had, zodat ik bij Sam kon zijn wanneer de DA kwam. Sam tilt “eenkennig zijn” naar een geheel nieuw level, dus in zulke situaties moet ik gewoon bij hem zijn of hij wordt gevaarlijk omdat hij doodsbang is.
Dus de dag erna ga ik op de middag naar mijn fysio, anders dan anders, alles is anders dan anders… Mijn huid is geïrriteerd van de kleren die erop drukken. Mijn hersenen staan op ontploffen van het geluid van de motor van mijn auto. Alles klinkt te luid. Mijn niveau van irritatie stijgt en stijgt. Mijn fysio ziet me binnen komen en herkend mijn houding en mijn “deer in the headlights”-blik. “He Kath, ga alvast maar naar nummer vijf, ik kom er zo aan.”
Nummer vijf is een behandelkamer die ruimer is dan de andere kamers en verder van de oefen- en wachtzaal ligt. Er staat een zetel en de gebruikte kleuren zijn rustig, eigenlijk een prikkelarme behandelkamer dus. Mijn fysio heeft in die ruimte altijd zachte rustige muziek op staan, geen standaard radio. Hij haalt me dus meteen weg van de wachtende mensen en de vele prikkels van de wachtkamer. Ik ben hem oneindig dankbaar voor hoe snel hij herkend dat ik overloop.
Als hij binnen komt, vraagt hij of ik wel oke ben. Ik heb tranen in mijn ogen staan puur van de stress, ergernis en het feit dat ik de constante toevoer van prikkels niet kan handelen. Wanneer ik mijn hoofd schud en meteen daarna naar mijn hoofd grijp, omdat die beweging pijn veroorzaakt, mompelt hij “ah meiteke toch...” We praten even, hij neemt zijn tijd om te zorgen dat ik een deel van de ergernissen kan uiten zodat mijn hoofd iets minder vol is en dan pas beginnen we met de behandeling. Hij houdt zijn aanrakingen licht en zijn bewegingen en stem rustig. Hij weet uit voorgaande ervaringen dat ik compleet in elkaar krimp als hij dat niet doet, omdat niet fysieke prikkels letterlijk fysiek pijn doen als ik zo overprikkeld ben. Gelukkig heeft hij ervaring met neurologische revalidatie en kennen we elkaar inmiddels al ettelijke jaren.
Wanneer ik naar huis ga, stop ik eerst even aan de weide waar mijn man bezig is om de opfok klaar te maken. Ik heb suikerbollen koffie’s bij (jullie beste product in mijn persoonlijke mening), want die zak had ik van de kast gepakt in mijn weg naar buiten omdat ik nog niets gegeten had, in de hoop dat ik na de behandeling in staat zou zijn om iets te eten. Ik houd de zak omhoog zodat hij kan zien wat ik bij heb en we gaan in de schuilstal even eten. We praten even over wat er nog moet gebeuren en dan plaagt mijn man me tot het punt dat ik lachend zeg “ik kan deze relatie vandaag niet aan”. Hij schiet in de lach, geeft me een knuffel en zegt “ga maar naar de paarden dan”.
Naar Joy en zijn vriendje, naar Sam en Rêve, naar de dieren die geen geluid nodig hebben om te zijn en die hun aanrakingen altijd zacht houden. Daar vinden mijn hersenen rust.

momenteel is het even moeilijk. Ik zie ook uit als een zombie.
Maar…. This too shall pass.
hoop dat het voor Sam mee valt idd. Hij is nog zo fit en happy. Het zou kl*te zijn als een peesblessure hem nu stopt.
vandaag weer heerlijk zitten kibbelen met hem.
Hij vermoed dat de vermoeidheid die ik voel toch van de covid zal zijn.