Categorie

Sabine Schut-Kery hielp team USA tijdens de OS in Tokio nog aan de zilveren teammedaille.
Foto: Shannon Brinkman/ FEI/ Flickr
Elke winter wordt een aantal van de grootste aanstormende talenten uit de dressuursport in Amerika uitgenodigd om leren van de pro’s tijdens de Robert Dover USEF Horsemastership Clinic Week.
De clinic van 2022 begint met een inleidende lezing over de theorie van de dressuur, door Robert Dover zelf. Daarna vervolgde het programma met instructie tijdens de clinics van George Williams, Sabine Schut-Kery, Olivia LaGoy-Weltz, Ali Brock, and Adrienne Lyle.
Hieronder staan wat dingen die we van deze clinicgevers geleerd hebben tijdens de 2022 editie.
10 Dingen die we geleerd hebben tijdens de Robert Dover Horsemastership Clinic Week
1. Het begint allemaal met een ademhaling
Hoe creëren we een actieve manier van rijden? Haal eens diep adem,” zegt Dover. “Wat doet dat met jou? Als je inademt, gaat de energie van de zuurstof die je longen binnenkomt, diep je borstkas in. Daardoor gaan je schouders naar achteren. Doordat je diep ademhaalt, geef je je lichaam kracht om dingen te doen.”
Om dit te illustreren, laat Dover een jeugdherinnering ophalen van het schommelen in de speeltuin.
“Herinner jij je dat je op die schommel zat? Elke keer dat je achteruit ging, haalde je diep adem – je realiseerde je waarschijnlijk niet eens dat je dat deed – daarna zette je wat meer kracht op de zitting om nog weer een beetje hoger te schommelen. Dat is een mooie visualisering. Op precies dezelfde manier kun je dat ook toepassen als je [op je paard] in het zadel zit.”
Tijdens het trainen van je paard zal het dier leren dat de ademhaling een signaal is dat er wat gaat gebeuren. Hij zal hier dan op gaan reageren, zegt Dover. Dat betekent dat je minder been- of teugelhulpen nodig hebt. Dit draagt weer bij aan de onzichtbare communicatie waar een dressuurruiter naar streeft.
2. De halve ophouding
Er zijn drie groepen hulpen die samenwerken om het paard in balans en ritmisch te laten lopen. Als je deze tegelijk gebruikt, krijg je de halve ophouding.
De theoretische lezing van Dover draait om het idee dat er drie typen hulpen zijn: voorwaarts gaan, buiging en begrenzing. De voorwaartse hulpen laten het dier lopen. De hulpen voor buiging zorgen ervoor dat de achterbenen zowel in de wending als op de rechte stukken de lijn van de voorbenen volgen. En hulpen voor begrenzing geven je controle over je snelheid, tempi en buiging.
“Door deze drie typen hulpen te gebruiken geef je [een jong paard] een gevoel voor ritme, tempo en evenwicht,” zegt Dover. “Doordat hij deze balans heeft, de combinatie van die drie typen hulpen, gaan ze lopen. ‘En weet je wat? Dat voelt voor mij heel fijn’.”
“Het moment dat je inademt, je benen aansluit en je vuist sluit, dat wordt de deuropening naar de halve ophouding. Hiermee geven we elke verandering aan: in buiging, balans, gang, tempo en beweging,” zegt Dover. “Als de balans niet goed is, rijden we een halve ophouding om ze weer terug te brengen naar een perfecte staat van balans en oplettendheid.”
Dover omschrijft het visualiseren van perfecte beweging als onderdeel van het toewerken naar harmonieus rijden.
“Het moment voor we inademen, zien we in ons hoofd al het filmpje van ons paard dat in balans loopt van de ene halve ophouding naar de andere,” zegt hij. “We maken een halve ophouding en we zetten de schouder binnenwaarts in. We maken weer een halve ophouding en zetten een appuyement in. Dan eerst uitademen en de vuist ontspannen. We maken weer een halve ophouding en stellen het paard recht op de middellijn. Dan ademen we weer in, sluiten het been aan, sluiten de vuist en springen aan in galop. En in die galop maken we weer een ophouding. We ademen weer in, sluiten de benen aan, sluiten de vuist en vragen het paard te gaan draven. We ademen uit, en laten de vuist ontspannen, en daar hebben we de draf.”
3. Het ritme vinden
In de eerste sessie te paard gaf George Williams in zijn clinic een opwarmoefening om aan het ritme te gaan werken. Ze ging in draf, lichtrijden, op de volte. Williams liet Woodcock doorzitten, eerst drie passen, daarna vijf passen en zo verder opbouwend tot ze elf passen achter elkaar bleef doorzitten op haar paard dat The Safari Party heet.
“Als we blijven doorzitten in draf, eerst drie stappen, daarna vijf, zeven enzovoorts, dan laat dat je voelen hoe het paard onder je beweegt. Je kunt echt de stappen van je paard onderscheiden,” verklaart Williams. “Daarnaast zoek ik naar het moment dat hij zijn tempo of rijrichting niet verandert, dat hij het doorzitten van de ruiter volledig accepteert.”
Door dit ritme al vroeg in de training op te merken, was Woodcock beter in staat om haar paard in een goed ritme te krijgen om later de overgangen zuiver te rijden.
4. Bij een heet paard, focus op de rijbaarheid
Bianca Schmidt had haar eerste training te paard met Sabine Schut-Kery. Zij reed op CK Sir Shimmi, voor haar is dat een nieuw paard. Sir Shimmi was bij het binnenkomen al heet, en Schut-Kery hielp Schmidt om het paard door deze spanning voor een nieuwe situatie heen te werken.
“Als ik een zo’n paard heb, denk ik ‘laat ik eerst het paard op zijn gemak stellen, dan wordt hij rijbaarder.’” Zegt Schut-Kery. “Blijf vooral kalm. Er is niets anders te bereiken dan dat hij zich gaat ontspannen. Door die ontspanning kun je hem beter rijden.”
Schmidt moest van Schut-Kery werken aan lang en rustig wijken voor het been, over de hele lengte van de rijbaan. Ze verklaarde dat ze niet zocht naar veel zijwaartse beweging in het wijken. In plaats daarvan wilde het paard leren om voorwaarts te gaan, vanuit het wijken, op zo’n manier dat hij leert om te ontspannen in zijn reactie op het been.
“Als je paard hebt dat onder je vandaan loopt, probeer ik oefeningen te rijden waar je been bij nodig hebt. Maar wel op een kalme en natuurlijke manier. Dus schouder binnenwaarts en wijken voor het been. De schouder binnenwaarts is al wat gebogen, dus dat zou hem helpen soepeler te worden. Als hij ontspant, kun je beginnen met wat meer van je been af rijden – maar niet het tempo opvoeren. Denk hierbij aan meer controle van achter naar voren en de achterbenen een beetje meer eronder rijden.
5. Als je hulpen niet werken, doe een stapje terug
Schut-Kery roemt Devon Pomeroy omdat hij een oplettende en pro-actieve ruiter is voor Royal Dark Chocolate. Zij stelde voor om een stapje terug te doen als zij niet de correcte reactie kreeg op haar hulpen.
“Weet zeker dat als je haar dingen vraagt, dat je ook oplet of zij antwoordt,” zegt Schut-Kery. “Dressuurruiters willen van nature alles controleren. Soms helpt het als je even pauze neemt en zegt ‘wacht eens even. Ik heb dit al 20 keer gevraagd, ze geeft altijd één seconde antwoord en daarna is het alweer vergeten.’ Dan is het antwoord niet oprecht genoeg.”
Als je je paard herhaaldelijk om iets vraagt, maar niet de juiste reactie krijgt, is het volgens Schut-Kery oké om soms even te stoppen. Je kunt dan even gaan stappen en het probleem met een frisse blik op een andere manier benaderen.
“Dressuur is complex,” zegt Schut-Kery. “Er is het technische aspect, maar je werkt natuurlijk ook met twee levende zielen. Dat moet allemaal meegenomen worden in de manier waarop je je hulp geeft. Je moet niet alleen technisch de juiste oefeningen rijden, maar ook kijken naar wat voor je paard mogelijk is. En waar haar fysieke en mentale problemen zitten.”
6. Train beide kanten van je paard
Olivia Marts werkt momenteel met haar paard Norra toe naar vliegende wissels. Schut-Kery geeft haar handvatten om Norra op beide kanten soepel en reactief te houden. Dit is een vereiste die noodzakelijk is om zuiver gesprongen wissels mogelijk te maken.
“Ze komt in één bepaalde houding en blijft daar, ze is ook wat stijf.” Schut-Kery observeert het paard tijdens de oefening wijken voor het been. Ze voegt eraan toe dat het belangrijk is niet alleen de hulpen voor het wijken te geven, maar ook op te letten op de reacties op die hulpen. “Weet je nog dat ze haar neus naar rechts bracht toen je ging wijken voor het linkerbeen? Dat betekent dat je tijdens het wijken ook moet blijven werken aan de rechterkant van haar lichaam.”
“Als je in de linkergalop rijdt en je wilt een wissel springen naar rechts, maar ze zit op die rechterkant een beetje vast, dan zal die wissel niet lukken. Je moet ervoor zorgen dat beide kanten van het paardenlichaam soepel blijven, ongeacht in welke galop ze zit. Kleine stukjes wijken kunnen daar een beetje bij helpen.”
7. Het paard over de rug rijden
Montagny Von Der Heide, het paard van Lexie Kment, komt net voor de clinic terug van een korte wedstrijdpauze. Schut-Kery helpt hen met een warming up om hem comfortabel te laten werken, terwijl hij weer kracht opbouwt.
“Tijdens de warming-up in de galop, laat je nek wat zakken. Een klein beetje, zodat hij niet vast zet en zo dat je de nek in een andere positie kunt brengen, dat hij niet in één houding blijft,” zegt Schut-Kery. “Maar ook zo dat hij een beetje meer de hand gaat opzoeken vooral in het begin. Hij heeft nu even stil gestaan, je rijdt nu weer voor de vierde keer op hem. Dus je moet eerst zijn rug weer wat loslaten. Als we het hebben over hem wat laten strekken, betekent dat niet dat je hem helemaal naar beneden laat zakken. Maar je hebt nog wel een paar centimeter zakken ter beschikking als je dat wilt.”
Hou zijn nek op de plek waarvan je voelt dat hij dan over de rug loopt,” zegt Schut-Kery. “De basis van de nek, ten opzichte van de schoft, moet zo laag zijn dat de rug echt omhoog komt. Die fungeert dan als een soort brug tussen de voor- en achterkant.”
8. Geef het paard wat ruimte
Schut-Kery pleit ervoor dat ruiters korte tijd een beetje meegeven met de hand, nadat zij een bepaalde vaardigheid hebben getraind. Om te zien hoe het paard reageert en om te merken of het paard in staat is zichzelf te dragen.
“Het draait allemaal om het kunnen lezen en begrijpen van je paard. Je krijgt de feedback van het paard en maakt dan een gepaste beslissing wat je moet gaan doen,” zegt ze tegen Lexie Kment. Dit terwijl ze met Montagny Von Der Heide werken aan een oefening in stap. “Waar zijn de gaten in de training? Hoe kunnen we hem helpen? Je moet je paard geven wat nodig is.”
9. Focus op de individuele hulpen
Eerder, toen Evie Olivier op de tweede dag in de clinic van George Williams reed, was haar paard Shiloh niet ontvankelijk voor de hulpen voor de rechter galop. In plaats van te richten op sterkere hulpen, liet Williams het paard draven, waarbij de amazone alleen het binnenbeen gebruikte. Om het paard zo af te stemmen op die hulp.
“Soms moet je even inzoomen op het been of de hulp waar ze niet op reageert en proberen haar daar ontvankelijk voor te maken,” zegt Williams. “Ik wil niet dat zij alle hulpen nodig heeft om te galopperen. Ze zou moeten galopperen op je binnenbeen, of een kleine zithulp, of een kleine hulp van je buitenbeen. Maar elk van deze individueel, op een manier dat je niet altijd alle hulpen zo sterk hoeft te gebruiken. Idealiter zou ze moeten kunnen galopperen op je binnenste zitbeenknobbel, en dan zouden we haar goed recht kunnen houden. Maar daarnaast moet ze wel aan het binnenbeen staan, zodat je haar recht kunt houden. Als je veel buitenbeen nodig hebt, riskeer je dat je het paard haar lendenen naar binnen duwt.”
10. Altijd je paard belonen
In zijn inleidende lezing hielp Dover de deelnemers eraan herinneren dat de beloning voor goed rijden niet zozeer aan de paarden, dan wel aan de ruiters toekomt.
“Voor een paard is er geen pot met goud aan het einde van de regenboog, als hij voor ons al deze geweldige dingen heeft gedaan,” zegt Dover. “Ik kijk ernaar en ik vind het prachtig. Maar het is ook een beetje vreemd dat we ze laten showen en al deze dingen voor ons doen. Als ze anders waren, zouden ze ons er gewoon af gooien, terugkomen en ons de grond in trappen. Maar ze zijn zulke geweldige, prachtige dieren dat ze deze dingen voor ons doen. We moeten altijd blijven onthouden dat voor elke halve ophouding en met elke correctie, elke beloning het dubbele zou moeten zijn van wat die correctie was.”
De volledige Robert Dover Horsemastership Clinic Week 2022 is terug te kijken op USEF Network.