Algemeen
Overgewicht is een toenemend probleem onder paarden in West-Europa en de VS.
Te dik zijn is niet ongevaarlijk voor paarden en daarom genoeg reden om overgewicht als risicofactor een keer voor het voetlicht te brengen.
Uit wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat 50-80% van de recreatiepaarden in de VS, 45% van de onderzochte recreatiepaarden in Schotland, 55% van de onderzochte recreatiepaarden in Engeland en ook 55% van de onderzochte recreatiepaarden in Nederland te dik is. Te dik wordt ook wel obesitas genoemd en dit overgewicht is niet zonder risico. Bekende gevolgen van overgewicht zijn verminderde prestatie, problemen met de afgifte van warmte (afwijkende thermoregulatie), verminderde vruchtbaarheid, goedaardige vettumoren in de buik (die aanleiding kunnen zijn tot ernstige koliek, waarbij operatie noodzakelijk is), verminderde werking van een hormoon dat de bloedsuikerspiegel regelt (insuline resistentie) en hoefbevangenheid.
Vet, energievoorraad voor de winter
Het paard is een gras- en planteneter (herbivoor) en dat betekent dat gras en kruiden in de natuur als voedingsbron dienen. In de nazomer en het najaar eten paarden, als ze de kans krijgen, grotere hoeveelheden gras dan noodzakelijk is om in hun onderhoud te voorzien. De natuur heeft dat zo geregeld om paarden in staat te stellen om een vetvoorraad aan te leggen voor de winter waarin het
voedsel in de natuur schaars is. In deze periode, het najaar dus, zorgen hormonen gevormd
in de hypofyse (een klier net onder de hersenen) voor stimulatie van de eetlust en toename in de opslag van vet. Tevens stimuleren deze hormonen de ontwikkeling van de wintervacht.
Deze verandering in hormoonafgifte in het najaar hoort bij de natuurlijke overlevingsmechanismen die ervoor zorgen dat er in de winter voldoende energie beschikbaar is in het lichaam als het voedsel schaars is. Tegen het einde van de winter, als het gras weer goed gaat groeien, horen de in het najaar aangelegde vetvoorraden verbruikt te zijn.
Hormoonhuishouding
Wanneer in het najaar extra vet wordt opgeslagen voor de winter, verandert er ook iets in de hormoonhuishouding. Vet en spiercellen worden minder gevoelig voor insuline en dit zorgt ervoor dat de suikerspiegel in het bloed beter op peil gehouden wordt als er weinig voedsel is. Deze verminderde gevoeligheid voor insuline (de zogenaamde insuline resistentie) verdwijnt in het voorjaar, als het extra
vet weer opgebruikt is. Tussen de verschillende rassen bestaan er duidelijke verschillen in aanpassingsvermogen aan barre omstandigheden. Juist de paarden/ponyrassen die zich goed kunnen aanpassen aan voedselarme omstandigheden, komen in de problemen als ze het hele jaar door gehouden worden in een voedselrijke omgeving. Voorbeelden van deze rassen zijn de Shetlander, Haflinger, Tinker, Fries, Dartmoor pony, Welsh Cob etc.
Deze rassen kunnen gemakkelijk ieder jaar in gewicht toenemen doordat zij in de winter voldoende of zelfs overmatig gevoerd worden en dus hun vetreserves niet verbruiken. Naast voldoende aanbod van voedsel, speelt ook de samenstelling van het voer een belangrijke rol. In de natuur had het paard zich aangepast aan een dieet met een laag gehalte aan gemakkelijk verteerbare koolhydraten (dat zijn de zogenaamde niet-structurele koolhydraten zoals suikers - glucose en fructaan - en zetmeel) en veel structurele koolhydraten (dat is ruwe celstof zoals in grofstengelig gras, hooi en stro).
Tegenwoordig wordt het paard echter door het verstrekken van krachtvoer en grazige weiden voorzien van veel niet-structurele koolhydraten die gemakkelijk tot overgewicht leiden. Overgewicht kan zeer negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van paarden en één daarvan is het zogenaamde Equine Metabool Syndroom (EMS). Dit is een stofwisselingsprobleem. Overgewicht is een van de belangrijkste symptomen van het EMS.
Dit syndroom is voor het eerst beschreven in 2002 in Amerika. Het EMS is echt een ‘syndroom’ met allerlei symptomen, zoals veel te dik zijn, verminderde reactie van lichaamscellen op
insuline en ook een wat verstoorde vetstofwisseling. Indien deze symptomen tegelijkertijd aanwezig zijn bij een paard is er een verhoogd risico op het ontstaan van hoefbevangenheid. Waarschijnlijk zijn er nog wel meer symptomen betrokken, zoals een verhoogde bloeddruk, maar hiervoor bestaat nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs.
Hoefbevangenheid
Hoefbevangenheid is een zeer pijnlijk en soms levensbedreigende aandoening voor het paard. In zeer ernstige gevallen kan de hoornwand volledig loslaten van het hoefbeen, dit wordt ontschoening genoemd. Bij een gezond paard zijn de hoornwand en het hoefbeen met elkaar verbonden door middel van lamellen. De lamellen van de hoornschoen en de lamellen van het hoefbeen passen in elkaar als de vingers van twee biddende handen.
Deze strakke verbinding kan verbroken worden als er een ontsteking ontstaat in die lamellen. De lamellen kunnen dan uit elkaar geduwd worden door ontstekingsvocht en zelfs afsterven. Het hoefbeen en de hoornschoen zijn daardoor minder goed verbonden, waardoor het hoefbeen kan gaan kantelen of
gaan zakken ten opzichte van de hoornschoen. Dit is een erg pijnlijk proces. Hoefbevangenheid treedt meestal op aan de voorbenen en de paarden nemen dan een hele typische stand aan met de voorbenen ver naar voren om deze te ontlasten. De veranderde stand van het hoefbeen ten opzichte van de
hoornschoen is zichtbaar op een röntgenfoto.
De oorzaken van hoefbevangenheid kunnen
grofweg onderverdeeld worden in:
- Ontsteking: ernstige darmontsteking, baarmoederontsteking, overmatige opname van suikers of zetmeel (bijvoorbeeld ontsnappen en de voerton leegeten).
- Trauma: overbelasting van ondervoet, zoals eenzijdig kan optreden bij ernstige kreupelheid van het andere been of aan beide benen bij te veel rijden op een harde ondergrond of bij heel veel overgewicht.
- Hormonaal: deze vorm kan optreden bij de ziekte van Cushing en dus ook bij het hier beschreven equine metabool syndroom.
Onderzoek heeft aangetoond dat bij meer dan 50% van de hoefbevangen paarden de hoefbevangenheid wordt veroorzaakt door een hormonaal probleem. Sommige onderzoekers vinden zelfs 90% en dat hangt vooral samen met welk type paard en welke groepen paarden ze hebben onderzocht. Aan de hormonale oorzaken is in de meeste gevallen wel wat te doen en dus kan de kans op het optreden van hoefbevangenheid, mits men er op tijd bij is (d.w.z. voordat het paard hoefbevangen is!), vaak sterk verminderd of zelfs voorkomen worden.
Op de site van de KNHS is de hele pdf over dit onderwerp te lezen.
