Levende Have
Algemeen
Afbeelding ter illustratie. Foto: Marjo.
De Raad voor Dierenaangelegenheden breidt het begrip dierenwelzijn uit met "positief emotionele toestand". In een advies aan demissionair landbouwminister Carola Schouten verwoordt de RDA in totaal zes leidende principes die ten grondslag liggen aan dierenwelzijn.
Voorwaarden voor dieren om in een positief emotionele toestand te geraken zijn, aldus de RDA, dat hun intrinsieke waarde wordt erkend (1), dat ze goed te eten en te drinken krijgen (2), in een veilige en comfortabele omgeving verblijven (3), gezond zijn (4) en natuurlijk gedrag kunnen vertonen (5). Een positieve emotionele toestand is het resultaat als aan deze voorwaarden wordt voldaan en wanneer het dier in staat wordt gesteld om te reageren op een veranderende sociale en fysieke omgeving (6). Dat laatste vormt een grote uitdaging voor de houders van dieren, naast het bieden van voldoende mogelijkheden aan dieren om essentiële natuurlijke gedragingen te vertonen en hun behoeften te vervullen: rusten, eten en drinken, mesten en urineren, zelfverzorging, exploratie, sociaal gedrag, thermoregulatie, veiligheid, gezondheid, beweging, reproductie, seksueel gedrag, nestbouwgedrag en maternaal gedrag.
"Diergericht ontwerpen"
De RDA schuift het zogeheten ''diergericht ontwerpen'' naar voren. Deze methodiek is niet nieuw, aldus de RDA, maar wel nieuw is het onvoorwaardelijk voorop stellen van de zes leidende principes, "inclusief en met name het principe van positieve emotionele toestand als resultante van de overige principes".
De kracht van diergericht ontwerpen is volgens de RDA dat je het dier de ruimte geeft om dier te zijn. "Dieren hebben, net als mensen, behoefte aan controleerbaarheid en voorspelbaarheid van hun omgeving en aan mogelijkheden om in de omgeving waarin ze worden gehouden te kiezen voor hetgeen zij ervaren als de beste keuze. Als je dieren een schuilstal aanbiedt, zullen ze daar bij slecht weer gebruik van maken om droog en warm te blijven. Je geeft de dieren de mogelijkheid om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden. Een complexe omgeving stelt het dier in staat om haar aanpassingsvermogen optimaal in te zetten en de omgeving zo te benutten dat deze het beste aansluit bij haar momentane specifieke wensen en behoeften. Dit geeft ook ruimte voor individuele verschillen."
Met de zienswijze "Dierwaardige veehouderij" neemt de RDA afscheid van de zogeheten vijf vrijheden van Brambell, die lange tijd richtinggevend waren voor het beoordelen van de aan- of afwezigheid van welzijn. De zes leidende principes van de RDA moeten niet worden opgevat als voorschriften, maar als uitgangspunten voor een houderij die positief welzijn mogelijk wil maken.