Algemeen
Elke week geven we je een tip van onze beste trainers en coaches waar je thuis mee aan de slag kunt. De onderwerpen en disciplines waarover zij je tips gaan geven lopen uiteen. Ze hebben echter één ding gemeen, het paard! Daarbij staat bij alles wat we doen het welzijn van het paard voorop.
Gisteren was het dierendag en op dierendag zetten we de dieren extra in het zonnetje. Volgens bondscoach springen, Rob Ehrens, is die aandacht voor het dier iets wat we elke dag zouden moeten doen. Ook in de training van het paard is het van groot belang dat we op een voor het paard fijne manier met hem omgaan en hem daarbij in zijn element laten.
Ieder paard onderscheidt zich van andere paarden in karakter en temperament. Er zijn zaken waar het ene paard absoluut niet van houdt terwijl de ander er dol op is. Eigenlijk precies zoals bij ons mensen. Een belangrijk deel van paardengedrag wordt veroorzaakt door de manier waarop paarden in het wild leven: als vlucht- en kuddedier.
Kuddegedrag
Paarden zijn kuddedieren; leven in kuddeverband biedt hen bescherming. Als een groepsgenoot vlucht, dan rennen de andere paarden mee om pas later te kijken wat er aan de hand was. Geen enkel paard is graag alleen, hij moet daar voorzichtig aan wennen. Bij de opleiding van een jong paard kun je dankbaar gebruikmaken van het kuddegedrag, door bijvoorbeeld oudere, ervaren paarden als leerpaarden te gebruiken.
In een groep paarden heerst een strakke rangorde. De groep moet de leider blindelings kunnen vertrouwen. In de paardensport maak je hiervan gebruik, door als mens de leidersrol op je te nemen. Alleen een rustige, consequente en vastbesloten ruiter wordt door het paard als leider geaccepteerd.
Rangordegevechten in een kudde komen voort uit instinctief paardengedrag. Paarden zijn niet altijd zachtzinnig en gebruiken hun tanden en hoeven.
Gewoontedier
Hoe wordt een vluchtdier dan toch een rijdier? Omdat het paard een gewoontedier is kunnen wij hem dingen leren. Door hulpen en commando’s steeds op dezelfde manier te herhalen, leer je een paard goed gedrag aan, maar omgekeerd werkt het net zo. Door niet consequent met hem om te gaan, kun je je paard fout gedrag aanleren.
Leergedrag
Het leervermogen verwijst naar de manier waarop paarden informatie verwerken. De prefrontale cortex is het gebied in de hersenen waarmee paarden (en mensen) onder andere beslissingen nemen, sociaal gedrag regelen en hun impulsen beheersen. In vergelijking met mensen is de prefrontale cortex van een paard klein. Hierdoor herinneren paarden zich gebeurtenissen anders dan wij mensen dat doen. Paarden zijn heel goed in het onthouden en herkennen van prikkels die tot bepaalde reacties leiden – dit is wat
hun veiligheid biedt. We moeten opletten dat we de intelligentie van paarden niet overschatten. Soms hoor je een ruiter zeggen: ‘Mijn paard weet wat hij fout deed’, bijvoorbeeld in een poging om straffen te rechtvaardigen. Maar vaak weet het paard dat helemaal niet, en krijgt hij straf terwijl hij geen idee heeft waarom. Tegelijkertijd moeten we de intelligentie van paarden niet onderschatten. Paarden hebben namelijk wel degelijk emoties en gevoelens, en ze weten zich veel dingen feilloos te herinneren.
Habituatie
Habituatie (gewenning) betekent dat je ophoudt met reageren op gebeurtenissen en prikkels zodra je hieraan gewend bent. Paarden zijn van nature bang voor nieuwe en onbekende dingen (neofobie) en ze vinden bepaalde prikkels niet prettig. Juist daarom is het belangrijk dat je in de dagelijkse training je paard rustig en geduldig aan nieuwe dingen laat wennen.
Belonen
Paarden leren nieuwe dingen het snelst als het juiste gedrag beloond wordt. Dit kan op
twee manieren:
- Positieve bekrachtiging
Je kunt het gedrag positief bekrachtigen door iets toe te voegen dat het paard belangrijk vindt, bijvoorbeeld voedsel (een paardensnoepje of een brokje) en aanraking (een aai of een klopje op zijn hals). Als je dit tijdens de training in wilt zetten, moet je dit onmiddellijk aan het paard geven, dus direct een aai of een brokje als hij het gewenste gedrag laat zien. - Negatieve bekrachtiging
Daarnaast kun je het gedrag van een paard ook negatief bekrachtigen. Dit doe je door iets weg te nemen dat het paard wil vermijden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de druk van jouw teugels of kuiten. Let op: ‘negatief’ staat hier niet voor iets slechts, maar voor iets dat je wegneemt. Negatieve bekrachtiging kan en moet zeer subtiel zijn. Druk motiveert paarden, maar het loslaten van die druk traint hen. Als je wilt dat een paard rustiger gaat lopen – bijvoorbeeld van draf naar stap – voer je de druk op via je teugels.
Als je paard dan daadwerkelijk rustiger begint te lopen, ontspan je je vuist zodat de druk minder wordt. Jouw paard ervaart dit als prettig, ziet dit als beloning. Als je wilt dat je paard harder gaat lopen, werkt het principe van negatieve bekrachtiging op dezelfde manier. Je drukt je kuiten aan, en zodra je paard harder gaat – bijvoorbeeld aanspringt in galop – ontspan je je kuiten weer. Je paard leert dus dat als hij op de druk van jouw handen, benen of zit reageert, er iets prettigs gebeurt (namelijk minder druk). Goede trainers streven er altijd naar om hulpen te beperken tot lichte druk.

).
Waarom zou je dat willen?