Sport

Harrie Smolders en Maikel van der Vleuten tijdens het lopen van een parcours. Foto: Tezzy Momentz
Elke week geven we je een tip van onze beste trainers en coaches waar je thuis mee aan de slag kunt. De onderwerpen en disciplines waarover zij je tips gaan geven lopen uiteen. Ze hebben echter één ding gemeen, het paard! Daarbij staat bij alles wat we doen het welzijn van het paard voorop. Deze week een belangrijke tip van onze bondscoach springen Rob Ehrens over het bouwen én rijden van een parcours.
"Als je parcourtjes gaat bouwen moet je altijd proberen hetgeen dat je bouwt educatief te maken. Verwerk verschillende elementen in je lijnen zoals wendingen, korte lijnen, lange lijnen, gebroken lijnen. Probeer het zo te bouwen dat je de sprongen van twee kanten kan nemen.”
Voorafgaand aan het rijden van een springparcours verken je het parcours te voet. Kijk eerst waar de start is geplaatst en bedenk waar de jury zich bevindt. Ga na op welke hand je het best kunt beginnen om recht voor de eerste hindernis uit te komen. Je instructeur kan je hierbij helpen. Parcours verkennen. Na het belsignaal ben je officieel gestart met het rijden van het parcours. Zodra je over de startlijn bent mag je geen voltes meer rijden, die worden dan gezien als weigering. Rijd de meest logische en loeiende lijnen en zorgt dat je steeds recht op het midden van de hindernissen aanstuurt. Let op waar de finishlijn is. Die moet je passeren om je parcours af te sluiten. Een goed grondtempo is belangrijk voor het springen. Galopsprongen moeten met een gelijkmatig ritme worden gereden en even groot zijn. Door het juiste grondtempo kan een paard voldoende kracht ontwikkelen voor de afzet, zelfs als die vroeg of laat is. Voor een springpaard is een goede galop belangrijk. Bij de beoordeling van de galop wordt gelet op:
•• Het makkelijk kunnen verkorten en verruimen van de galopsprongen. Kunnen schakelen is nodig om passend bij de afzet te komen.
•• De galop moet krachtig en voldoende ruim zijn, zodat je paard bij het springen van een hindernis goed kan afzetten en genoeg hoogte maakt.
•• De balans is belangrijk. Daardoor kun je makkelijk wendingen rijden, beter sturen en het geeft een stabiel gevoel.
Controle en ritme
Om in het parcours de juiste lijnen te rijden, moet je controle hebben over richting en tempo. Kunnen sturen, netjes wendingen kunnen rijden en je paard over het midden van de hindernis laten springen is belangrijk. Ritme houden hoort daar ook bij. Ritme betekent dat de beweging regelmatig is en dat je paard gelijkmatig en vloeiend beweegt. Jouw balans is belangrijk om controle over het ritme te hebben. Als je in balans zit kan je de hulpen op een goede wijze en op het juiste moment geven.