Sport

Olympisch gelukshoefijzer. Foto: Christophe Taniere/ FEI
De Olympische Spelen gaan over het samenkomen van de beste van de besten. Paarden en ruiters hebben zich tot in de kleinste details voorbereid voor deze gelegenheid. Een essentieel deel van deze voorbereiding is schoeisel. Net als mensen, kunnen paarden alleen optimaal presteren als hun “schoenen” perfect passen.
En daar komt het hoofd van de hoefsmederij van London 2012 en Rio 2016, Ben Benson (GBR), om de hoek kijken op Baji Koen Equestrian Park. Benson werkt samen met een zorgvuldig gekozen internationaal team en maar liefst 18 Japanse hoefsmeden om een all-round hoefsmederijservice te bieden aan de paarden ter plaatse.
Waar vele teams hun eigen hoefijzers meebrengen, is de “schoenwinkel voor paarden” – officieel bekend als de hoefsmederij – goed gevuld met 10 tot 12 verschillende soorten hoefijzers in acht verschillende maten. Ben Benson en zijn team kunnen elk type hoefijzer maken, het doel is het verschil met het origineel zo klein mogelijk te houden.
Naast dat zij in staat moeten zijn de biomechanica en balans van het paard te analyseren, is het ook belangrijk voor de hoefsmeden om exact te weten welke type ijzer er nodig is voor elke van de drie Olympische Hippische disciplines – dressuur, eventing en springen. Voor paarden die presteren op zand wordt er een ijzer aanbevolen met een lichte grip om hun hoeven bovenop het oppervlak te houden, voor paarden op gras is een steviger grip vereist.
“Het gaat allemaal om tractie en ondersteuning”, legt Ben uit, “maar een set hoefijzers is net zo goed als de persoon die ze er onder legt.”
IJzers voor de dressuurpaarden moeten een zekere mate van flexibiliteit hebben, dit helpt hen de vaste bewegingspatronen op de egale ondergrond uit te voeren. Voor de cross-country hebben de eventers een meer hol ijzer nodig, welke grip geeft in het gras en zo voor stabiliteit zorgt. De springpaarden zoeken naar iets dat tussen deze twee in zit met, net als bij de eventers, een optie om er kalkoenen in te draaien voor extra grip indien nodig.
Zoals met zoveel dingen gaat, het venijn zit hem in de details. Elke extra centimeter aan de hoef voegt 50 kilo toe aan de paardenrug. Dit kan mogelijk leiden tot disbalans en het versnellen van het interval van opnieuw bekappen naar gemiddeld elke vier tot vijf weken. In de ideale wereld arriveren de paarden met nieuwe ijzers, die er kort voor vertrek naar de spelen onder gelegd zijn. Na de spelen zijn ze dan weer ruim op tijd terug voor de volgende keer beslaan. Maar de paarden hebben een tijdje in quarantaine gestaan voor ze in Tokyo arriveerden. Dit betekent dat bij veel dieren tijdens de spelen hun hoefijzers versleten zijn, dit houdt Benson en zijn team wel bezig.
Om geselecteerd te worden als onderdeel van het Olympische hoefsmedenteam is een hoogtepunt in de carrière en Benson is altijd bereid om zijn ongelooflijke en onmetelijke kennis te delen. Zijn know-how is door de jaren heen van grote waarde gebleken voor onnoemelijk veel hoefsmeden.
Het hoofd hoefsmederij op meerdere Olympische Spelen te mogen zijn, brengt een hoop verantwoordelijkheden met zich mee. Je moet een vertrouwensband opbouwen met de ruiters en hun ondersteunende team, alsook een uitmuntende communicatie met het hoefsmederijteam.
“Het is niet altijd even makkelijk als de lat zo hoog ligt”, zegt Ben Benson, “maar het is duidelijk dat iedereen bij de Olympische Spelen een expert is binnen zijn vakgebied. Ondanks de enorm druk op hun schouders, moeten de ruiters erop kunnen vertrouwen dat het team bestaat uit de beste hoefsmeden ter wereld en dat hun paarden in de best mogelijke handen zijn.” En dat zijn ze ook!
Bodemgesteldheid
Maar de hoefsmeden zijn niet de enigen met een hoop verantwoordelijkheden. De personen die verantwoordelijk zijn voor de bodems van de locaties, ondergronden, spelen ook een grote rol.
Net al met menselijke atleten, moeten het been en de hoef grote druk weerstaand als ze contact maken met de grond. Helemaal omdat paarden ook nog eens meer 500 kilo wegen. Wanneer een paard op snelheid loopt of een wending maakt, wordt die druk hoger. Het maakt hierbij niet uit of ze presteren op gras of op een all-weather zandbodem.
De perfecte zandbodem creëren voor de paardensportonderdelen in een rijbaan, is tegenwoordig een exacte wetenschap geworden, met een complex systeem van laagjes. Daardoor is men verzekerd van het beste oppervlak voor de paarden om op te presteren, of dat nou dressuur is of springen.
De Olympische rijbanen op Baji Koen Equestrian Park in Tokyo is van topkwaliteit zand gemengd met circa 1,5 % polyester textielvezels – zowel de hoofdrijbanen als de trainingsbanen hebben exact dezelfde bodem. Het zand zorgt voor stevigheid en grip, het vezels leveren demping, elasticiteit en is reactief. “Zand is het belangrijkste ingrediënt van een bakbodem, de textielvezels zijn als de kruiden in de soep”, zegt Oliver Hoberg (GER), de man die de leiding heft over de arenaoppervlakken.
Om die mix optimaal te houden en het onderhoud van de bodems zijn allemaal onderdeel van zijn dagelijkse routine, bestaande uit onder andere slepen (harken) en water geven. Maar de balans moet professioneel gemanaged worden zodat het oppervlak het mogelijk maakt om de paarden optimaal te laten presteren.
Hoberg heeft een nauwe samenwerking met de bodemexpert van de FEI. Professor Lars Roepstorff (SWE) is het wetenschappelijk brein van het partnerschap en voert dagelijks controles uit in arena’s op het Equestrian Park. Dit doet hij met een “mechanische hoef”, deze werd oorspronkelijk werd gemaakt voor het testen van de oppervlakken van renbanen. De hoef, die nu geaccepteerd is voor verschillende disciplines in de paardensport, bootst de kracht na die op het been en de hoef van het paard staan terwijl het een dressuurproef loopt of over een hindernis springt. Het maakt niet uit of dit op zand of gras is.
“Speciale sensoren meten de horizontale en verticale krachten die er ontstaan wanneer het paard de grond raakt. Ook meten de sensoren de reactie van de bodem, we kunnen dus echt meten wat het paard voelt wanneer het op de ondergrond beweegt”, zegt Professor Roepstorff. “De bodem is absoluut crucial, voor zover de prestaties als het welzijn van het paard. De verschillende functionele eigenschappen van de bodem hebben invloed op hoe het paard presteert.”

Oliver Hoberg en professor Lars Roepstorff aan het werk met de mechanische hoef.
Foto: Christophe Taniére/ FEI
Die verschillende functionele eigenschappen zorgen voor het afstellen van het oppervlak, afhankelijk van welke sport je doet. Maar de enige manier om een perfecte bodem te creëren is door perfect onderhoud, om uniformiteit te verzekeren in alle delen van alle rijbanen.
“De bodem is net zo goed als het niveau van het onderhoud”, zegt Oliver Hoberg. “In feite is het onderhoud net zo belangrijk als het type bodem dat je in de rijbanen gebruikt.”
Met een correct niveau van onderhoud kunnen modern all-weather banen wel 20 jaar meegaan. Dat is dus een grote erfenis van de spelen. Want alle banen blijven daar liggen, ook nadat de arena’s na de Paralympics worden teruggegeven aan de eigenaren, de Japan Racing Association. Zij blijven ook na de spelen gebruikt worden voor de paardensport in de vele jaren die nog komen.
Maar zolang de spelen nog duren, zullen de juiste mix van de bodems, het monitoren en het onderhoud de superfitte Olympische paarden blijven voorzien van een optimale bodem. Dit stelt hen in staat hun topprestaties te leveren. Daarbij zullen de paarden ook op de best mogelijke ijzers lopen!