Bokt community

El Cid en Sweet Spot of Cash.
Op Bokt zitten veel mensen met kennis van bijzondere zaken. Een van die mensen is ElCid. Zij organiseert en rijdt Vaquerowedstrijden en koeienclinics en ze maakt westernzadels. Wij mochten haar een aantal vragen stellen, die ze hieronder beantwoordt.
* Voor wie je niet kent: kan je jezelf kort voorstellen?
Ik ben Loes Dekker, al bijna 50 jaar met paarden in de weer. Ooit begonnen met rijden op een manege in Amsterdam. Daarna veel op paarden van anderen gereden en op mijn 18e mijn 1e eigen pony gekregen, Natascha Lady, een Arabische Halfbloed (NRPS bestond toen nog niet) waar ik veel buitenritten mee heb gereden en een paar dressuurwedstrijdjes. Ik heb de merrie laten dekken door een Anglo Arabier en in 1980 werd haar veulen, Jasir, geboren. Met Jasir heb ik veel avonturen beleefd van lange meerdaagse buitenritten tot dressuurwedstrijdjes en uiteindelijk de overstap naar het western rijden. Na Jasir, die op 37-jarige leeftijd is overleden op de Paardenkamp, kwam er een volbloed Arabier, El Cid, waar ik endurance en western mee reed. Jammer genoeg overleed El Cid heel plotseling op 23 april 2010. Nu ben ik, samen met mijn man, in het bezit van 3 paarden. Sweet Spot of Cash, die sinds 2018 als ruin door het leven gaat maar wel 4 leuke kinderen heeft geproduceerd, is de Paint waar ik mee rijd. Verder hebben we dan nog Ultramar, een GGK Lusitano hengst en Milagro Dos Mundos, een Azteca zoon van Ultramar. Momenteel woon ik, samen met mijn man, hondje, 6 katten, kippen en een vijver met Koi Karpers in Friesland in de buurt van Lemmer.
In het “gewone” leven ben ik docent Engels en heb ik hobby’s als kunstschilderen, lezen, leer bewerken en wandelen met de hond.
* Wanneer dacht je “Ik wil westernzadels maken”? Hoe ben je met zadels maken begonnen? Van wie heb je het geleerd?
Het westernzadel maken zijn we samen ingerold. In 2008 heb ik een zadel laten maken voor El Cid, door de 3 jaar geleden overleden Willem Muijs. Het was altijd mijn wens om een zadel van hem te bezitten en dat is dus gelukt. Daarna zijn er nog wat zadels van Willem gekomen, voor Sweet Spot of Cash en voor Ultramar. Intussen ontwikkelde zich ook een vriendschap met Willem en zijn we in 2011 bij hem in huis geweest voor een (werk)vakantie. Hij woonde toen in Kansas en maakte van daar uit zadels die ook naar Nederland gingen. Hij zou nog een nieuw zadel voor mij gaan bouwen maar helaas is dat niet meer gelukt. Intussen hadden wij wel de nodige tips en inzichten van hem gekregen met betrekking tot het maken van zadels. Kort voor zijn dood hebben we een zadel samen gebouwd waar wij de lichtgewicht carbon boom voor hebben geleverd. Het zadel wat hij voor mij zou maken hebben we toen uiteindelijk zelf gebouwd.
Mijn man werkt al jaren met carbon en het is hem gelukt om een oersterke, sterker dan staal!, zadelboom te maken die exact op maat is voor paard en ruiter. Voordelen van die boom zijn het lichte gewicht ( zadels wegen ca. 10 kg) , ze zijn oersterk ( sterker dan een houten boom), bestand tegen vocht en kunnen niet breken. Daarbij geven ze een close-contact gevoel omdat het materiaal veel dunner is dan hout.
Van Willem hebben we geleerd welk leer te gebruiken, hoe te toolen en carven, hoe het leer te bewerken voor het op het zadel komt en hoe je een paard opmeet. Maar ook door veel te oefenen, oude zadels uit elkaar en in elkaar te zetten, zadels te slopen, etc. hebben we ons het zadelmakers vak eigen gemaakt.
* Wat is zo leuk aan het organiseren van westernclinics met koeien? Wat komt hierbij kijken?
De clinics die we organiseren met koeien zijn open voor iedereen, ongeacht rijstijl. Er doen regelmatig western ruiters mee maar ook recreatie ruiters die over hun koeienangst heen willen komen, Working Equitation ruiters en “dressuur” ruiters. Werken met koeien is vreselijk leuk om te doen en het maakt de paarden alerter en meer voorwaarts maar leert ook vooral de ruiter anders te gaan rijden. Bij het werken met koeien komen veel ruiters er achter dan hun paarden een stuk minder goed in de hand staan dan ze dachten.
Het leuke aan het organiseren van (koeien)clinics zijn de contacten die je opdoet en het is erg leuk om mensen weer wat bij te leren over goed paardrijden en over het gedrag van koeien; vooral het leren “lezen” van een koe is iets dat lastig is en je alleen in de praktijk leert en vooral door veel doen. Veel ruiters denken dat werken met koeien hetzelfde is als in volle galop proberen een koe in te halen; niets is minder waar. Wij werken in alle rust met de koeien, misschien een keer een handgalopje maar daar blijft het ook bij. Het is zinloos om koe/ paard en ruiter tot het uiterste te pushen en ze “over de zeik” te helpen, wat we jammer genoeg wel vaak zien. De koeien mogen absoluut niet in de stress schieten omdat dat gevaarlijk kan zijn, voor de koe zelf, maar ook voor paard en ruiter. Een gestreste of angstige koe kan aanvallen en dat wil men niet. Rust is dus van het grootste belang en werkt ook veel beter dan het “jagen”.
Het organiseren van de clinics is best een opgave; om te beginnen is er een locatie nodig waar veilig gewerkt kan worden. Koeien kunnen hoog springen maar ook onder en door van alles heen willen gaan; zeker in stress situaties. Een veilige rijbak is dus essentieel. Daarbij is het altijd fijn om een aantal zeer ervaren paarden en ruiters in de bak te hebben als er beginners mee doen. Die kunnen de beginners begeleiden in hun eerste stappen in het werken met koeien. Onze eigen paarden zijn zeer ervaren in dit werk en lopen zonder twijfelen een kudde in; dat is voor minder zekere paarden en ruiters heel prettig.
Locaties om met koeien te werken zijn schaars; wij gaan hiervoor naar Pesse en hopen volgend jaar ook bij ons thuis clinics hierin te organiseren.
* Naast clinics met koeien organiseer je ook Vaqueroclinics. Wat is vaquero precies? Hoe ben je hiermee in aanraking gekomen? Wat is er het leukst aan?
Vaquero Horsemanship is de oorspronkelijke Californische stijl van rijden die rechtstreeks werd overgenomen van de Spanjaarden die daar in een ver verleden geland zijn. Van daaruit is het huidige westernrijden genoemd. Het verschil in de alom bekende stijl (Texaanse stijl) en de Klassieke Vaquero stijl zijn de zadels, de optomingen, de kleding van de ruiter en de manier van rijden. De Vaquero stijl komt voort uit een echte werkstijl; de zadels zijn korter en kleiner en er is nog beter aan te zien dat het westernzadel is afgeleid van de Spaanse zadels. De Californische hackamore (bosal) wordt vrijwel altijd gebruikt voor het (in)rijden van de paarden die overigens zelden voor hun 4e jaar zadelmak worden gemaakt. De paarden worden gereden op een vrij dikke bosal (¾ of 5/8 inch) en die wordt, naarmate de opleiding vordert, dunner. Via de ½ inch naar de 3/8 , de bosalito. Als een paard eenmaal op de 3/8 gereden wordt is dat vaak i.c.m. een bit, traditioneel een spade of halfbreed. Gebroken trensen worden niet gebruikt in deze stijl alleen rechte stangen die overigens nooit als hefboom bit gebruikt (mogen) worden. De romal teugel hoort ook in deze stijl thuis.
Ik ben via de Vaquero Classices met deze stijl in aanraking gekomen en via lesgever Jean Claude Dysli. Jean Claude was de ambassadeur van de westernstijl in Europa en heeft de 1e Quarterhorse hierheen gebracht. Hij reed volgens de Californische stijl. Ik ben bij hem geweest voor trainingen in Duitsland en Andalusië en heb daarnaast ook een aantal clinics van hem bijgewoond met mijn paard. Jammer genoeg is JC eind 2013 overleden en ben ik op zoek gegaan naar iemand die mij verder kon helpen in deze rijstijl. Na wat zoekwerk kwam ik dus op de Vaquero Classics terecht waar ik Jeff Sanders en Alex Zell ontmoette. Jeff is nu 9 keer in Nederland geweest en zijn clinics zijn altijd vol en ze zijn een fantastische belevenis. Alex in nu 2 x in Nederland geweest en ook zijn clinics zijn zeer de moeite waard. Beide clinics zijn zeer geschikt voor iedereen die wil leren rijden met bosal of “two rein” en streeft naar lichtheid en rust in het werken met koeien en in het rijden in het algemeen.
* Kan iedere combinatie met koeien werken? En Vaquero doen?
Ja, elke combinatie, ongeacht ras, rijstijl en optoming, kan met koeien werken. Het is wel nodig om alle 3 de gangen goed te beheersen en een paard te hebben dat goed in de hand staat. Hetzelfde geldt voor de Vaquero stijl; elk ras is geschikt en de optoming is van ondergeschikt belang al wordt er hoofdzakelijk met bosal of “two rein” gewerkt. De deelnemers die met bit binnenkomen zijn vrijwel altijd na 3 dagen overtuigd van de werking van de bosal en maken als snel de overstap.
* Wordt er in Vaquero met speciaal harnachement gereden?
Ja, het harnachement is anders dan in het "Texaanse" westernrijden:
- De zadels zijn korter, meestal roundskirts, en hebben een diepere zit. De seat is vaak ook kleiner. Ondanks dat 16 inch over het algemeen een gangbare maat is zijn de meeste Californische/ Vaquero zadels 14 tot 15 inch en prima geschikt voor volwassenen. Tijdens het koeienwerk wordt er vaak gebruik gemaakt van tapaderos, een soort van leren "hoezen" die over de beugel gaan en gebruikt worden o.a. om te beschermen tegen weersinvloeden maar ze zijn ook, als ze lang genoeg zijn, ideaal om een koe mee in beweging te zetten door er mee te "flapperen".

Ruiter met flat hat, tapaderos, paard op de two rein.
- De hoeden zijn anders van vorm dan men gewend is; de zogenaamde "flat (brim) hat": een plattere hoed met een brede, vlakke rand. Deze kan van diverse materialen zijn, van riet tot vilt.

Jeff Sanders met zijn "flat hat"
- In de Vaquero stijl worden de paarden vrijwel altijd beleerd met een bosal/Californische hackamore. Men begint met een hackamore met een vrij dik neusdeel ( 3/4 of 5/8 inch). Een paard kan prima zijn hele leven op deze hackamore gereden worden maar in veel gevallen zal naarmate de opleiding van een paard vordert het neusdeel dunner worden. Na de 5/8 volgt de 1/2 inch en daarna evt. de 3/8 inch, de bosalito. Die laatste wordt vrijwel altijd gebruikt i.c.m. een bit, in de zogenaamde "two rein optoming".
- Als een paard naar de two rein gaat is het dier al enige jaren in opleiding. Veelal gebeurt die overstap ergens vanaf het 6e jaar, afhankelijk van de vorderingen. Deze overstap zal alleen gedaan worden als het paard 100% aan de hulpen staat op de hackamore, licht is in de hand en op minimale gewichts-, been- en teugelhulpen gereden kan worden. Traditioneel worden "spade" of "halfbreed" bitten gebruikt. Dit zijn signaalbitten: er wordt dus niet met continu contact gereden maar met minimale hulpen waarbij beweging van het bit nauwelijks zichtbaar is. In de two rein zal het paard gereden worden op de bosalito en wordt het bit in 1e instantie zonder teugel in de mond gehangen na een gewenningsperiode waarbij het paard het bit al een aantal keren in de mond heeft gehad, bijvoorbeeld op stal/ tijdens het poetsen. Het paard leert op deze manier zonder druk het bit accepteren en "dragen". Het 1e gebruik is dus zonder teugel zodat het dier ook leert het bit in beweging te dragen. Als dat allemaal goed gaat wordt de romalteugel aan het bit bevestigd, liefst met een dun leertje wat bij teveel druk snel breekt. Druk is namelijk uit den boze. Doordat deze bitten zeer doordacht gemaakt zijn is de balans optimaal en zal het bit altijd in de "nulstand" terugkomen zonder druk in de mond te geven. Er zitten weliswaar shanks aan maar die zijn niet bedoeld als hefboom maar puur als tegengewicht om, na een teugelhulp, zo snel mogelijk weer terug te gaan in die nulstand. Ondanks dat de bitten er "eng" uitzien zijn ze dat niet. Sterker nog, door een grotere oppervlak, de rechte stang kan een paard ze makkelijker dragen en omhoog duwen met de tong. Een spade heeft een lange tonglepel die ook echt op de tong rust, het paard heeft in de opleidingsperiode geleerd om dat bit op die tong te dragen. Er zitten rolletjes ("crickets") in waar het paard met de tong mee kan spelen en een koperen spiraal of koperen rolletjes: beide zorgen dat de mond altijd vochtig blijft waardoor er geen wrijving ontstaat. Een halfbreed heeft alleen een kleine tonglepel met cricket. Er zijn vele soorten en maten spades en half breeds en het is per paard verschillend welk model het beste past. Aan deze bitten zit vrijwel altijd een vrij strakke kinriem die er te allen tijde voor moet zorgen dat het bit niet kan kantelen: dat is ook de reden dat het meestal gebruikt wordt met bosalito. Bij een evt. noodstop kan men dan de hackamore gebruiken en hoeft men niet de romal/bit te gebruiken.
Het rijden met deze optoming is niet voor iedereen weggelegd; het vergt veel geduld om het te leren, vraagt een goede zit, beenligging en een doordacht gebruik van de teugel. Niet alle paarden zijn geschikt voor deze bitten en er zijn maar weinig paarden (en ruiters) die het tot "straight up in the bridle" brengen; dus alleen op spade/halfbreed.

Een spade mondstuk. Foto door Niene Plume.

Half breed mondstuk. Foto door Niene Plume.

Shank van spade of halfbreed
In de juiste handen is een spade of halfbreed een vriendelijker bit dan een gebroken of dubbelgebroken bit. Die bitten zij instabiel en geven veel ruis in de mond, sommige dubbelgebroken bitten fungeren als een ketting. Een paard kan ook nauwelijks invloed uitoefenen op deze bitten. De Vaquero bitten liggen stil en hebben enkel een heel klein signaal nodig om in werking te treden; daarbij is het paard helemaal opgeleid om te weten wat met dit bit te doen. Het zijn dan ook geen bitten voor beginners of ruiters die teveel met hun handen doen.
In de "volksmond" wordt er vaak over de bosal gesproken; in principe is dat meestal alleen de rawhide neusriem. De volledige optoming heet hackamore; de bosal, hanger, mecate en eventueel de fiador die gebruikt wordt om te zorgen dat de hackamore minder snel van het paardenhoofd afglijd, bijv. tijdens een buitenrit/werken met koeien of geleiden aan de hand.
De naam "hackamore" komt van het Spaanse woord "jaquima" wat zoveel als halster betekent. De jaquima bestaat ook als op zichzelf staande optoming en wordt bijv. veel gebruikt bij de Paso Fino paarden.
* Heb je tips voor Bokkers die zadels willen leren maken, of een clinic willen organiseren?
Zadels leren maken zal moeten gebeuren o.l.v. iemand met voldoende kennis op dat gebied. Het is niet iets dat je even uit je mouw schudt. Daarnaast is het vrij zwaar werk; het leer snijden, naaien en in vorm brengen op de zadelboom kost wel wat kracht. Het toolen is vreselijk leuk om te doen maar ook dat is een pittig werkje dat voor lamme armen kan zorgen. Het is niet iets dat je uit een boekje kan leren, al zijn er wel boeken op dit gebied die kunnen ondersteunen in het leerproces.
Een clinic organiseren kan iedereen. Dat is een kwestie van het vinden van een clinicgever, een locatie en deelnemers. Het is natuurlijk wel van belang dat alles netjes geregeld wordt en dat men duidelijke afspraken maakt met zowel deelnemers, clinicgever als locatie over betalingen en evt. opzeg termijnen. Een goede planning is van groot belang net als een locatie die voldoet aan de eisen voor een clinic. Voor een echte dressuurclinic zal een ruime rijbaan van belang zijn, voor een koeienclinic een “koe-veilige” rijbak bijvoorbeeld. Boxen voor deelnemers moeten in orde zijn en een kantine is wel fijn.
"Ohhh, jij rijdt met een stang, waarom?" Neen, met een ongebroken trens... Nóg meer uitleg is vaak nodig bij alles wat echt 'afwijkt' van de norm: kimblewick bit is al héél heftig (ook als je daar met één hand mee rijdt, op een los teugeltje) en zodra er scharen aan zitten, heb je een martelwerktuig in je handen. Zo simpel is het voor heel veel ruiters
haas mocht het niet meer zo zijn.
, zeker als je de pech hebt om in het Westen te wonen. Daarbij zijn al dergelijke clinics niet wekelijks ( meestal 1 x per maand ) en een aantal ( voorjaars/ zomer) maanden per jaar ligt meestal het koeienwerk stil en de clinics zijn meestal alleen geschikt voor kleine groepjes of individueel dus dan wordt het al lastig om een plekje te vinden.
nou werkelijk heen; aan de ene kant zijn de Rockies en aan de andere kant de Atlantische oceaan