Medisch, Bokt community

Oktober, wormen
Al onze paarden geven eigenlijk altijd onderdak aan parasieten, afhankelijk van de conditie en leeftijd van je paard kan dit problemen geven. Gezonde, volwassen paarden kunnen een prima bescherming tegen wormen hebben opgebouwd, terwijl wat zwakkere, oudere of juist hele jonge paarden goed in de gaten moeten worden gehouden. Dus het kan zo gebeuren dat je in één kudde op hetzelfde weiland enorme verschillen ziet in worminfecties.
Een wormbesmetting wordt nog vaak onderschat, maar kan de gezondheid van je paard ernstig aantasten, zelfs met dodelijke. Een wormbesmetting kunnen ze het hele jaar oplopen, maar in de lente en zeker in de herfst zijn de risico’s het grootst, de veel voorkomende worminfectie van de strongyliden b.v. Een aantal symptomen van een wormbesmetting zijn: Vermagering, bloedarmoede, diarree, koliek, doffe vacht en slechtere weerstand. Aangezien je de meeste parasieteneitjes niet met het blote oog kunt zien, is een mestonderzoek minimaal 2x per jaar wel een pré. Maar vergeet niet dat een mestonderzoek niet heilig is, er zijn parasieten (b.v. de rode bloedworm) die zich knus innestelen in de darmwand, zo’n periode geen eitjes produceert en er dus niets te zien is in de mest, maar er wel degelijk wormen aanwezig zijn. Bij mestonderzoek in de lente en begin herfst is de uitkomst het meest betrouwbaar. Hieronder een aantal van de meest voorkomende worminfecties in Nederland.
Rode bloedworm (kleine strongyliden)
Deze wormbesmetting is een echte weilandbesmetting en de meest voorkomende. De larven worden tijdens het grazen opgenomen door het paard en kunnen de opvolgende herfst/winter een probleem gaan worden. De verschijnselen lopen flink uitéén van diarree tot heftige koliek. Jonge paarden zijn hier extra gevoelig voor. De besmettingskans wordt hoger als er veel paarden op hetzelfde stuk weiland worden gehouden. Om de besmettingskans naar beneden te krijgen is het goed om de mest dagelijks van het weiland te halen. Deze larven overleven goed met koud en vochtig weer, is het een droge, warme zomer, dan zal de larf eerder afsterven. Als de larven opgenomen zijn door het paard, kan de larf maanden actief zijn in de darmwand wat tot ontstekingen kan lijden, maar de larf kan ook overgaan tot een soort van ‘rustperiode’ en worden dan ingekapseld in de darmwand. Daar overleven ze met gemak 2 tot 3 jaar, waarna ze weer actief kunnen worden en zich vlot ontwikkelen tot worm en eitjes gaan leggen.
Grote strongyliden
Deze larven gaan via de darmwand naar de bloedvaten. Kruipen dan tegen de bloedstroom in en arriveren in een grote slagader. Door de schade aan de aders verstoren ze de bloedvoorziening, met ernstige koliek als gevolg.

Een spoelwormbesmetting komt eigenlijk alleen voor bij veulens en jonge paarden, als de paarden wat ouder worden bouwen ze al snel weerstand op tegen deze worm. De spoelworm komt binnen als eitje tijdens het eten en gaat de darm in, daarna begint er voor de larf een trektocht door de darmwand, lever, bloedbaan en dan de longen in. Vanuit de longen gaan ze via ophoesten van het paard weer de
darmen in en ondergaan ze hun laatste verandering tot volwassen worm. Ook hier weer, als de wormen onderweg zijn naar de longen zullen er geen eitjes gevonden in de mest. In volwassen vorm zijn dit flinke, witte en lange wormen, 20 á 25 cm. Deze wormen kunnen longontsteking veroorzaken als ze zich in de longen ophouden en in de darmen kunnen ze leiden tot flinke verstoppingen.
Lintworm
De lintworm belandt in je paard via een gastheer, een mosmijt. De naam zegt het al, deze komt veel voor in weilanden waar mos aanwezig is. De mosmijt eet de afgescheiden eitjes in de mest en wordt door het paard al grazend naar binnen gehaald. Eenmaal binnen hechten de wormpjes zich vast op de scheiding van de dunne darm en de blindedarm. Afgezien van irritatie of eventueel ontstekingen op de wand door het aanhechten, is vooral de locatie waar ze zich ophopen het probleem van deze parasiet. Koliek ligt hier op de loer, uit onderzoek is vastgesteld dat 80 % van de obstructiekolieken komt door de lintworm. De eitjes die lijken op rijstkorrels, zijn met het oog zichtbaar in de mest. Aangezien deze worm heel wisselend zijn eitjes afzet is het mestonderzoek bij deze wormen ook niet altijd betrouwbaar.
De aarsmade

De naam zegt het al, de eitjes van deze parasiet worden afgezet rondom de anus van het paard. De volwassen worm komt heel even naar buiten om dat te doen en leeft verder in de darm. Je begrijpt dat ook deze eitjes niet in de mest zullen belanden. Met plakband op de anus kan je testen of deze parasiet aanwezig is. Het is een redelijk, onschuldige worm, veroorzaken weinig darmschade, maar wel veel jeuk onder de staart. Het zijn lange, witte wormen.
De paardenhorzel
De paardenhorzel zet zijn gelige eitjes af in de zomermaanden op het paard, vooral op de benen. Het paard neemt ze op en als de eitjes binnen zijn begint de ontwikkeling naar larf. Ze verhuizen dan naar de maagwand en overwinteren daar. In de lente laten ze los, gaan met de mest mee naar buiten, larf wordt horzel en begint de cirkel opnieuw. De schatting is dat meer dan de helft van onze paarden deze larf huisvest, maar aangezien deze besmetting zonder veel problemen en symptomen verloopt is de kans dat er een behandeling nodig is nihil. In mestonderzoek worden deze horzellarven niet aangetoond.
Wees alert op symptomen van wormen, doe regelmatig een mestonderzoek en schrijf op wanneer en waarmee er ontwormd is.