Onderzoek, Genetisch, Fokkerij

Foto door Garrett Ziegler via Flickr
Sinds de mens zich bezig houdt met het africhten en fokken van paarden, zijn deze aardig wat van hun genetische diversiteit kwijtgeraakt. Dit gebeurde vooral in de afgelopen eeuwen.
Je kunt er ruzie over maken wie nu 'de beste vriend van de mens is', de hond of het paard. In ieder geval waren er eerder honden (tamme wolven) dan tamme paarden. De geschiedenis van het tamme paard begon slechts 5.500 jaar geleden, op de steppe van Kazachstan. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat er minder verschil is tussen een tam en een wild paard, dan tussen een hond en een wolf. Maar het verschil is er wel, rapporteren 33 onderzoekers van zestien universiteiten in de Science.
De onderzoekers slaagden erin om DNA te verzamelen en af te lezen van veertien prehistorische paarden. Onder andere van een 4.100 jaar oude merrie uit het Russische Chelyabinsk, toen daar de Sintasjta rondzwierven, die de eerste tweewielige wagens uitvonden. Verder lazen de onderzoekers het genoom af van elf hengsten die 2.700 jaar geleden in Kazachstan geofferd werden door het plaatselijke ruitervolk, de Scythen. Tenslotte analyseerden ze het DNA van twee paarden uit het Scythische koningsgraf van Arzan, Siberië, waar in één ceremonie ruim tweehonderd paarden geofferd werden. Sommige skeletten dragen nog sporen van leidsels en zadel.
Uit die verzamelde genomen blijkt dat wij mensen op 121 genen selecteerden. We selecteerden onder andere op bredere schouders, betere polsbeentjes (ten behoeve van een soepelere tred en betere gangen), zwaardere spieren, explosieve sprint, dorstbestendigheid, hogere melkproductie (niet alleen ten bate van de veulens, maar ook van liefhebbers van gegiste dranken) en mooie kleuren.
Tegenwoordig betalen paardenfokkers vooral voor begeerde hengsten (of hun sperma), maar de eerste paardenfokkers waren minder selectief. Ze vonden hengsten en merries even belangrijk voor de volgende generatie. In ieder geval zijn de Y-chromosomen van de vroegste tamme paarden heel gevarieerd, wat erop wijst dat ze van een hele reeks hengsten afstammen en niet van een klein aantal favorieten. "De Scythen waren uitstekende paardentemmers, die inteelt vermeden", zegt hoofdauteur Ludovic Orlando van de universiteiten van Kopenhagen en Toulouse. "Dat mag ook eens gezegd worden, in plaats van die eeuwige fabel dat ze het bloed van hun vijanden dronken uit hun schedels."
Tegenwoordig is de fixatie op slechts enkele dekhengsten zo fel dat met hun begeerde eigenschappen ook een reeks nadelige genen meegekomen zijn. Die komen nu veel vaker voor dan bij natuurlijke voortplanting het geval zou zijn geweest. Sommige moderne hengsten hebben vele honderden afstammelingen, die allemaal ook hun slechte kanten hebben meegekregen, terwijl de eigenschappen van minder favoriete hengsten van minder belang lijken te zijn.
Maar die doorgeschoten selectie en de bijbehorende inteelt moeten we de oude Scythen niet verwijten. Het is iets van de jongste 2.300 jaar, zeggen de onderzoekers. Alleen in die periode dook de genetische diversiteit van het paard steil naar beneden en schoot het aandeel nadelige genen even steil omhoog.
Klik hier voor het volledige onderzoeksverslag van Science Magazine.