
Jakobskruiskruid, foto Boktwiki
Een klein kevertje met de naam Jakobskruidaardvlo lijkt de natuurlijke oplossing tegen het giftige Jakobskruiskruid. Voor boeren en paardenhouders is deze plant een plaag. Onder normale omstandigheden zijn de planten bitter en dus zullen koeien en paarden ze in de wei gewoonlijk laten staan. Verse Jakobskruiskruid planten worden slechts in uitzonderlijke gevallen of tijdens voedselschaarste gegeten. Het grootste gevaar schuilt in hooi of kuilvoer. De plant is dan nog steeds giftig, maar de geur wordt door het paard niet meer herkend en de plant wordt gewoon opgegeten. De lever wordt aangetast en de klinische symptomen zijn meestal pas waarneembaar wanneer een groot deel van de lever al niet meer functioneert. Permanente leverbeschadiging is helaas niet te genezen maar dat komt niet zo vaak voor. Vaak is er sprake van een nog herstelbare leverontsteking.
Jakobskruiskruid is een lastig te bestrijden plant en de meeste maatregelen om van de plant af te komen (handmatig verwijderen, maaien, met herbiciden behandelen, enzovoorts) kunnen averechts werken. Jakobskruiskruid heeft een open plek nodig om te kunnen kiemen. In een paardenwei wordt de bodem makkelijk verstoord door spelende paarden. Daarnaast grazen paarden het gras kort af waardoor er eenvoudig een open zode kan ontstaan. Voorkomen dat de plant zich in een weide vestigt is makkelijker dan het bestrijden ervan. De jonge plant is makkelijker aan te pakken dan de volwassen plant. Goed weidebeheer is daarbij van het grootste belang.
In 2010 startte het Louis Bolk Instituut een onderzoek naar de mogelijkheden om de jakobskruidaardvlo in te zetten tegen het probleem. Op diverse plekken werd het diertje uitgezet. Na twee jaar werd het onderzoek echter stopgezet, omdat er geen kevers meer werden aangetroffen. Het leek er op dat de kever de verhuizing niet had overleefd. Tot afgelopen jaar. In een van de weides in de Loonse en Drunense duinen waar de kever was uitgezet, bleek het beestje nog steeds aanwezig te zijn, tot grote vreugde van de onderzoekers en de boer. Diverse exemplaren van het Jakobskruiskruid waren afgestorven door toedoen van de kever. De aardvlo bleek toch de winters te hebben overleefd en had zich goed voortgeplant. De larven van de Jakobskruidaardvlo eten zich een weg naar boven door de stengel van het kruid. Door die kruipgang kan de plant geen water meer opnemen en sterft af.


