
Het zomerseizoen is in volle gang en dat betekent dat we volop kalkoenen moeten indraaien. Maar welke kalkoenen draai je nu eigenlijk in? Puntige kalkoenen, rond, afgestompte of juist vierkanten kalkoenen?
Het is een vraag die menig ruiter zichzelf telkens weer stelt. Ikzelf ben hierop geen uitzondering. Ik ben op internationaal niveau actief in de eventingsport en heb iedere keer weer opnieuw die vraag.
Welke kalkoenen kan ik het beste gebruiken en waarom? Heb ik dan voldoende grip zonder mijn paard te blesseren? En niet alleen voor tijdens mijn cross, ook voor het dressuur- en springonderdeel is dat iedere keer weer een keuzemoment.
Vanuit mijn eigen ervaringen in de sport, maar zeker ook uit ervaringen van andere ruiters en grooms, weet ik dat er onvoldoende kennis voor handen is over het gebruik van kalkoenen. Welke kalkoenen kun je het beste gebruiken? Wat is het nut van bepaalde kalkoenen en wat kan de invloed van het gebruik op het paardenbeen zijn?
Het zijn vragen waar we onvoldoende antwoord op kunnen geven en om die reden ben ik dat voor mijn opleiding aan de STOAS hogeschool gaan uitzoeken.
n de basis is het gebruik van kalkoenen en de uitleg hierover vrij simpel: een kalkoen is de benaming van de rechthoekig naar beneden omgebogen takken van een hoefijzer en heeft als doel om een paard meer grip te geven.
Ga je dieper op de materie in, dan blijkt het een complex onderwerp waar nog veel kennis ontbreekt. De FEI heeft bijvoorbeeld geen artikel opgenomen in de reglementen over maximale afmetingen en het gebruik, mede omdat er te weinig kennis over is.
Als we een kijkje nemen in de geschiedenis zien we dat het gebruik van kalkoenen al in de Romeinse tijd voorkwam. De Kelten gebruikten namelijk ijzers met vaste kalkoenen. Later volgden er meerdere varianten op losse en vaste kalkoenen.
Het woord kalkoen is afgeleid van het Oudfranse ‘calkain,’ wat hoef, ijzeren haak en hiel betekent. Op zijn beurt is calkain weer afgeleid van ‘calcare,’ wat trappen betekent.
Lees hier verder

.