
Ondanks veel onderzoek is het niet duidelijk waarom sommige paarden insulineresistentie ontwikkelen, terwijl anderen die op identieke manier gevoerd en gehouden worden, gezond blijven. Resultaten uit nieuw wetenschappelijk onderzoek wijzen op een genetisch aandeel in insulineresistentie bij paarden.
De wetenschappers onderzochten Andalusische paarden, Amerikaanse dravers en rasloze pony's. Alle paarden kregen oraal en intraveneus glucose toegediend. Iedere zes uur werden er bloedmonsters genomen waarbij er gekeken werd naar de glucose- en insulineniveau's van de paarden.
Uit de resultaten bleek dat de Amerikaanse dravers de minste hoeveelheid insuline nodig hadden om de hoeveelheid glucose in het bloed terug te brengen naar een normaal niveau. De Andalusiërs en de pony's produceerden een hogere hoeveelheid insuline en het duurde langer voor het glucoseniveau gedaald was. Alle dieren hadden een gemiddelde lichaamsconditie, wat indiceert dat de insulinegevoeligheid onafhankelijk was van obesitas in deze groep dieren.
De onderzoekers concluderen dat de genetica van een paard een aandeel heeft in het ontwikkelen van insulineresistentie.