Tijdens de CSIO van La Baule had Equnews een gesprek met springruiter Kevin Staut. Stout won goud op het EK van 2009 en maakte deel uit van de teams die op de WEG (2014) en het EK (2011) zilver wonnen. Hij was tien maanden lang het nummer één van de wereld en stond de afgelopen drie jaar constant in de top 12.
In het gesprek met Equnews vertelt Kevin Staut over zijn paarden en zijn manier van werken. Kevin Staut heeft het ook over een aantal nieuwe en geavanceerde ideeën van de FEI:
"Nations Cups en kampioenschappen met drie ruiters per team om onze sport te globaliseren, daar ben ik tegen. Dat men de sport geleidelijk aan openstelt als ruiters een bepaald niveau behaald hebben, dat lijkt me goed. Dat heeft men ook al gedaan bij Qatar bijvoorbeeld. Het niveau dat je moet halen om naar een kampioenschap zoals de Olympische Spelen te gaan, is eigenlijk nog haalbaar. Het is voldoende om 8 of minder strafpunten te halen in een 1m50 proef. Als je de sport wil globaliseren, zullen de selectiecriteria ook aangepast moeten worden. En je zal zien dat het globaliseren van de sport niet bereikt kan worden door de Nations Cup voor een onbeperkt aantal teams open te stellen. Het voordeel van een Nations Cup met vier leden per team is dat je altijd één score mag weglaten. Dat hoort nu eenmaal bij de geschiedenis van de Nations Cup en zorgt mee voor de spanning. De meeste ruiters zijn tegen het voorstel om de leden van een landenteam te beperken tot drie ruiters.
Een ander idee dat besproken wordt is om het systeem van de wild cards te verbinden met de rankingpunten. We weten dat de wereldranking heel belangrijk is en dat bepaalde mensen die ranking zouden willen controleren. Dat wil zeggen dat als er bijvoorbeeld een wedstrijd georganiseerd wordt waarbij 50% van de deelnemers dankzij een wildcard aan de start komt, die wedstrijd ook maar 50% van de normale rankingpunten mag uitdelen. De moeilijkheid is hierbij dat men niet altijd weet hoeveel mensen er daadwerkelijk worden uitgenodigd. Ik denk dat het zeer moeilijk te controleren zal zijn. De FEI probeert het aantal wildcards dat verdeeld kan worden al langer onder controle te houden, maar ik denk dat het systeem van de wildcards ook zijn voordelen kan hebben. Zo kunnen we de sport openhouden voor iedereen, en niet alleen voor diegenen die het kunnen betalen. Maar er is in deze kwestie nog veel werk aan de winkel.
Voor kampioenschappen denk ik dat het goed is om verschillende formules te hebben. De Olympische Spelen blijven de Olympische Spelen, daar heb je altijd een finale die uit twee manches bestaat en waar alle deelnemers opnieuw zonder strafpunten aan de start komen. Ik vind dat dit behouden moet blijven omdat het zo typisch voor de Olympische Spelen is. Maar voor kampioenschappen ligt dat anders, daar is regelmatigheid belangrijk. Het WEG-systeem en dat van het Europees Kampioenschap vond ik dus ook goed. Voor een federatie is het altijd belangrijk om concours te organiseren die zoveel mogelijk lijken op het Olympisch model maar naast de paardensport zijn er nog vele andere sporten die perfect functioneren zonder te veel vast te houden aan het Olympisch model. Voor ons blijven de Olympische Spelen altijd heel belangrijk en ik denk dat we beter iedere proef apart zouden bekijken.
Vandaag moeten we volgens mij niet alles willen hervormen, maar we moeten datgene wat al bestaat verbeteren. We hebben al een zeer sterke basis, denk maar aan de Nations Cup die op dit moment goed aan het evolueren is met een finale in Barcelona. Mensen houden van deze wedstrijd."