
Sinds lange tijd ben ik weer eens op wedstrijd gegaan. Zoals elke ruiter waarschijnlijk kan beamen, is de eerste wedstrijd weer even wennen. Je moet weer in het wedstrijdritme komen, uitvogelen welk trainingsschema bij je paard past en ‘opnieuw’ ontdekken hoe je je het beste voorbereidt. Ik heb voorheen altijd met veel plezier wedstrijden gereden, maar nu voor deze wedstrijd voelde ik enorm veel spanning. Waar kwam dat toch vandaan?
Als klein kind vond ik het heerlijk om op wedstrijd te gaan. Mijn vader reed met pony en trailer het hele land af om mij naar de wedstrijden te brengen. Toen ik met paarden ging rijden was het ook bijna elke weekend raak. Vele kilometers heb ik samen met mijn paarden afgelegd om op wedstrijd te gaan.
Maar op een gegeven moment ben ik mij meer gaan toeleggen op het jureren. Inmiddels ben ik gekwalificeerd jurylid tot en met de Grand Prix. Ik heb daar hard voor moeten werken en het was voor mij dan ook echt een mijlpaal, waar ik nog steeds erg trots op ben!
In de tijd dat ik mij meer als jurylid ben gaan ontwikkelen, ben ik zelf minder op wedstrijd gegaan. Dit zorgde ervoor dat ik vaker uit mijn wedstrijdritme kwam. Er gebeurde telkens wel ‘iets’ waardoor ik een wedstrijdpauze in moest lassen.
Maar toch ondanks alles bleef er iets in mij mijzelf naar het zelf wedstrijd rijden toe trekken. Datzelfde ‘wedstrijdgevoel’ dat ik vroeger in mijn ponytijd ook kende. En aangezien mijn paard op dit moment fijn ging in de training, bedacht ik mij dat het een goed idee was om mij weer eens voor een wedstrijd in te schrijven.
Zo gezegd, zo gedaan. Maar in de laatste week voor de wedstrijd kreeg ik opeens een gevoel dat ik nog niet eerder had gehad. Ik moest mezelf helemaal oppeppen om te gaan trainen voor de wedstrijd. Ik ging er steeds meer tegenop zien naarmate de wedstrijddag dichterbij kwam en voelde de spanning in mij opbouwen. Waar kwam die spanning toch vandaan? Of beter gezegd, maar kwam die onzekerheid vandaan? Waarom had ik opeens zo weinig zelfvertrouwen?
Lees hier verder
