
Onderzoekers in Australië wilden weten hoe goed paarden in het donker kunnen zien. Zij voerden twee studies uit om dit te onderzoeken.
In het eerste onderzoek testten zij de ogen van 24 paarden vlak na het overlijden. Het hoornvlies, de ooglens en het glasvocht werden onderzocht op de manier hoe zij ultraviolet licht filterden. Uit het onderzoek bleek dat het patroon van UV filtratie bij paarden gelijk was aan dat van crepusculaire diersoorten: diersoorten die voornamelijk actief zijn tijdens de avond- en ochtendschemering. Het menselijk oog kan licht niet waarnemen, en daarmee concluderen de onderzoekers dat paarden beter kunnen zien in de schemering dan mensen.
In het tweede onderzoek vergeleken de wetenschappers het zicht van de paarden in verschillende lichtomstandigheden. De paarden moesten een serie van kleine hindernissen springen in vol zonlicht, op een bewolkte dag, tijdens een nacht met veel maanlicht en tijdens een bewolkte nacht. Er werd gekeken of de lichtomstandigheden alsook de leeftijd, afstamming en training verband hielden met het aantal springfouten dat de paarden maakten op de hindernissen.
De paarden presteerden het beste tijdens een bewolkte nacht, gevolgd door maanlicht, een bewolkte dag en een zonnige dag: precies de omgedraaide volgorde als de onderzoekers verwachtten. De resultaten impliceren niet direct dat de paarden beter zien in het donker, want mogelijk sprongen zij voorzichtiger in het donker omdat zij de hindernissen slechter zagen.
