Diergeneeskundige onderzoekers werken samen met hun collega’s uit de humane geneeskunde om een zorgwekkende stoornis bij pasgeboren veulens te onderzoeken. Ze zoeken daarbij mogelijke verbanden met autisme bij kinderen. Volgens de onderzoekers ligt het verband bij abnormale gehalten van natuurlijk voorkomende neurosteroïden.
De stoornis bij paarden, neonataal onaangepastheidssyndroom, zorgt al een eeuw voor hoofdbrekens bij paardeneigenaars en dierenartsen. Veulens met deze stoornis lijken afstandelijk, herkennen hun moeders niet en willen niet drinken. “Dat abnormale gedrag bij veulens lijkt op bepaalde symptomen bij kinderen met autisme,” zegt John Madigan, professor diergeneeskunde en expert in neonatale gezondheid bij paarden.
Het onaangepastheidssyndroom bij veulens trok ook de aandacht van Isaac Pessah, professor moleculaire biowetenschappen, die onderzoek doet naar de omgevingsfactoren die mogelijk een rol spelen bij de ontwikkeling van autisme bij kinderen. “Er zijn duizenden potentiële oorzaken voor autisme, maar vaak zijn kinderen met autisme afstandelijk,” zegt Pessah.
Madigan, Pessah en andere onderzoekers hebben een gemeenschappelijke onderzoeksgroep opgericht en hebben de nodige financiering verzameld om de link tussen het onaangepastheidssyndroom en autisme te onderzoeken.
Onaangepastheidssyndroom bij veulens.
Zo’n drie tot vijf procent van de pasgeboren veulens lijdt aan het neonatale onaangepastheidssyndroom. Ze worden ook wel eens dummyveulens genoemd. 80% van die veulens herstelt, dankzij flesvoeding of sondevoeding en intensieve verzorging in een dierenkliniek. Maar dat is voor de eigenaars erg tijdsintensief en duur. Het syndroom is jarenlang gelinkt aan zuurstoftekort tijdens het geboorteproces. Madigan en zijn collega zijn echter op zoek gegaan naar andere mogelijke oorzaken en merkten op dat zuurstoftekort vaak ernstige en blijvende schade veroorzaakt. De meeste veulens met het onaangepastheidssyndroom overleven dat echter zonder blijvende gezondheidsproblemen.
Ze onderzochten daarop een groep natuurlijk voorkomende neurosteroïden, die cruciaal zijn voor drachtige paarden, vooral om het veulen rustig te houden voor de geboorte.
Veulens blijven rustig in de baarmoeder
Madigan pleegt graag te zeggen dat “veulens niet galopperen in de baarmoeder”. Daarmee wijst hij op de gevaren voor de merrie als een vierbenige foetus met hoeven plots actief zou worden in de baarmoeder. Die prenatale kalmte wordt mogelijk gemaakt door neurosteroïden, die als een verdovend middel fungeren voor het ongeboren veulen. Net na de geboorte moeten de veulens echter bij bewustzijn zijn. In een natuurlijke situatie zouden ze anders een makkelijke prooi zijn voor natuurlijke vijanden. Het veulen moet dus na een paar uur in staat zijn om te vluchten.
Kort gezegd, tussen het moment dat het veulen indaalt in het geboortekanaal en het moment waarop het de baarmoeder verlaat, moet een biochemisch knopje omgedraaid worden, waardoor het veulen de merrie herkent, gaat drinken en mobiel wordt. Madigan en zijn collega denken dat de fysieke druk tijdens het geboorteproces dat belangrijke signaal is.
“We denken dat de druk van het geboortekanaal tijdens de tweede fase van de bevalling, die gewoonlijk 20 tot 40 minuten duurt, een belangrijk signaal is waardoor het veulen de verdovende neurosteroïden niet meer produceert en wakker wordt,” zegt Madigan.
Neurosteroïden zitten in de bloedsomloop
De theorie wordt gesteund door het feit dat het onaangepastheidssyndroom bij veulens vaker voorkomt bij paarden die ter wereld kwamen met een keizersnede of een ongewoon snelle geboorte meemaakten. Madigan vermoedt dat die veulens de significante fysieke druk niet hebben ervaren, die de verandering in het gehalte neurosteroïden triggert. Daarnaast heeft het team het bestaan van die neurosteroïden ontdekt en gezien dat het gehalte daarvan hoger is in de bloedsomloop van veulens die geboren worden met symptomen van het onaangepastheidssyndroom. Die neurosteroïden kunnen door de grens tussen de bloedsomloop en de hersenen gaan en invloed uitoefenen op het central zenuwstelsel. Ze werken daar op dezelfde receptor als verdovende middelen en anesthesie.
De onderzoekers hebben ook aangetoond dat de symptomen van het onaangepastheidssyndroom kunnen opgewekt worden bij normale, gezonde veulens, door allopregnanolone (een soort neurosteroïde) toe te dienen. Als het gehalte daarvan weer zakt, gedraagt het veulen zich weer normaal.
Techniek om de dummyveulens wakker te maken

De onderzoekers ontdekten ook dat ze de symptomen van het onaangepastheidssyndroom bij veulens konden verminderen door zachtjes druk uit te oefenen op het bovenlichaam van het veulen, met een soort harnas uit zacht touw. Daarmee bootsen ze de druk na die het veulen normaal ervaart in het geboortekanaal. Wanneer de druk wordt uitgeoefend, gaat het veulen liggen en lijkt het te slapen. Na 20 minuten, ongeveer de tijd die het veulen zou doorbrengen in het geboortekanaal, wordt het touw losgemaakt en de druk verwijderd. De veulens reageerden goed op de procedure: sommigen stonden al na enkele minuten op en renden naar de merrie om te drinken.
De onderzoekers vermoeden dat de druk biochemische veranderingen triggert in het centrale zenuwstelsel die cruciaal zijn voor de transitie van de slaaptoestand in de baarmoeder naar het bewustzijn bij de geboorte. Er zal nog meer onderzoek gedaan worden, maar de onderzoekers hebben alvast hun resultaten gepresenteerd aan dierenartsen. Verschillende dierenartsen en klinieken behandelen dummyveulens al met de Madigan Foal Squeeze Procedure.
Link met autisme bij kinderen?
De onderzoekers bekijken ook de mogelijke verbanden met autisme bij kinderen. De symptomen van autisme zijn heel uiteenlopend, maar vaak zijn er moeilijkheden met sociale interactie, verbale en non-verbale communicatie en repetitief gedrag.
Pessah zegt: “Het idee dat een onderbreking in de transitie van het foetale bewustzijn gelinkt kan worden aan kinderen met autisme is intrigerend.” Hij merkt op dat het gedrag bij veulens met het onaangepastheidssyndroom doet denken aan het gedrag van sommige kinderen met autisme. Daarnaast groeien kinderen volgens Pessah vaak over hun autistisch gedrag in hun tienerjaren. Kan dat een parallel zijn met het herstel van veulens met het onaangepastheidssyndroom?
Onderzoek van mogelijke verbanden
Een nieuwe onderzoeksgroep wil dat verder onderzoeken. Madigan werkt samen met onderzoekers van de Stanford School of Medicine, om de mechanismen van bewustzijnstransities na de geboorte te bekijken, en die te linken aan neonatale zorg voor kinderen.
Pessah en Madigan gebruiken de gegevens uit het veulenonderzoek en werken ook samen met omgevingsepidemioloog Irva Hertz-Picciotto. Ze onderzoeken neurosteroïden bij kinderen met verschillende graden van autisme. De onderzoekers willen bekijken of een abnormale regeling van de neurosteroïden rond het moment van de geboorte een van de vele factoren kan zijn die een rol spelen bij autisme en neuro-ontwikkelingsstoornissen. Een recente studie heeft verhoogde gehalten neurosteroïden gerapporteerd bij kinderen met een autismespectrumstoornis.
Pessah en de collega’s zullen bekijken of bepaalde schommelingen in het gehalte neurosteroïden in het bloed een marker kunnen zijn voor autisme. Ze waarschuwen er echter voor dat het verband momenteel slechts een theorie is, die nog gevalideerd of afgekeurd kan worden.
Bekijk hier een filmpje:



*ik zou zo'n dokter persoonlijk vierendelen, maar zij is veel te braaf en onzeker om haar mannetje te staan*.