www.knhs.nl
In juli 2014 kondigde minister Asscher een verruiming aan van de mogelijkheden om met behoud van een WW-uitkering vrijwilligerswerk te verrichten. De afgelopen maanden heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in afstemming met NOC*NSF en het NOV (Nederlandse Vereniging Organisaties Vrijwilligerswerk) een regeling uitgewerkt die op 1 januari is ingegaan. Voor sportverenigingen wordt het met de regeling makkelijker om mensen met een uitkering als vrijwilliger in te zetten en vrijwilligers hoeven als ze werkloos worden niet met vrijwilligerswerk te stoppen.
Vanuit uitkeringsinstantie UWV mocht veel vrijwilligerswerk in de sport niet naast een uitkering worden gedaan, omdat dat werk ergens in Nederland in een betaalde functie werd verricht. Ook had het doen van vrijwilligerswerk consequenties voor de hoogte van de WW-uitkering. Beide knelpunten worden opgelost met de nieuwe regeling. Werknemers die naast een reguliere baan al vrijwilligerswerk deden en vervolgens werkloos worden, kunnen zonder consequenties voor hun uitkering deze activiteiten als vrijwilliger blijven verrichten. Belangrijk daarbij is dat het aantal uren gelijk blijft. Wanneer een WW-gerechtigde zijn activiteiten als vrijwilliger wil uitbreiden of wil starten met vrijwilligerswerk toetst het UWV dat aan de nieuwe regels.
In de nieuwe regels wordt onbetaalde arbeid die wordt uitgevoerd bij een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) of een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI) als vrijwilligerswerk gezien. Bijna alle bonden en verenigingen hebben een SBBI-status. Ook moet het gaan om werk dat binnen een organisatie al vrijwillig werd gedaan of waarvoor in ieder geval een jaar lang geen vacature voor een werknemer heeft opengestaan. In de sport zal het in veel gevallen gaan om bestaand vrijwilligerswerk. De regeling pakt daarmee positief uit voor de sport.