http://www.ad.nl
Acht zwarte Friese hengsten trekken vandaag op Prinsjesdag de Gouden Koets. Ze zijn maanden geleden zorgvuldig geselecteerd. Allemaal hebben ze een eigen rol. Want je hebt luxepaarden en werkpaarden. Ook voor de Gouden Koets.
Pyke (2004) mag je gerust een luxepaard noemen. De Friese hengst ziet er mooi uit, is stoer en fotogeniek. Hij is vandaag de aanvoerder van 'Team Gouden Koets'. Pyke leidt - samen met grote broer Lieuwe (2002) aan zijn zijde - het achtspan.
'De voorste twee paarden hebben meer lef,' vertelt Bert Wassenaar, Kolonel der Marechausse die het Koninklijk Staldepartement leidt. 'Zij moeten straks als eerste door een waterplas. Ze moeten niet terughoudend zijn en durf hebben.'
Jelle
Pyke weet zich vandaag in de rug gesteund door Jelle (1995). Jelle is met zijn bijna 20 jaar de routinier. Hij loopt achter Pyke in de tweede rij. Jelle heeft als een van de weinige Friese hengsten in de Koninklijke Stallen een paar witte veegjes - of grijze haren, zo u wilt - op zijn voorhoofd. Het zou zomaar eens zijn laatste Prinsjesdag kunnen worden. Want in principe doen de koninklijke paarden dienst tot hun 20ste jaar.
Ook vandaag is hij een onmisbare kracht. Voor de koetsier op de bok is Jelle de stabiele factor. Hij 'stuurt' vooral Jelle. Als Jelle naar links gaat, volgt de rest hem blindelings. Jelle houdt het achtspan in evenwicht.
Dat zal vandaag niet anders zijn. Jaren hebben ze ervoor getraind, maanden er naartoe geleefd. Ze voelen de spanning. Dit is dé klus van het jaar.
Pyke, Lieuwe, Jelle, Nenne (2005), Kjel (2000), Quo Vadis (2009), Nolle (2004) en Karl (2001) zijn uiteindelijk door de koetsier uitverkozen tot de beste acht Friese paarden van de stal die dit jaar de koets trekken. Met prachtige lange manen, een vlechtje op het voorhoofd en nooit met afgeschoren 'sokken' boven de hoeven.
Elk jaar zijn er twee paarden die buiten de boot vallen, omdat ze nog te onervaren zijn voor de klus. De twee andere afvallers zitten op de reservebank als een van de paarden uit het basisteam geblesseerd raakt.
'Vroeg in het voorjaar kijken we welke paarden het best bij elkaar passen,' zegt stalmeester Wassenaar. 'Paarden zijn net mensen. Ze hebben allemaal een eigen karakter. De ene loopt liever naast dát paard, en er is een verschil tussen de voorste en achterste paarden. Je hebt werkpaarden en luxepaarden.'
De achterste vier paarden zullen vooral het zware trekwerk moeten doen. De laatste linie wordt gevormd door Nolle en Karl. Dit duo zal de meeste paardenkracht in de strijd moeten gooien om de 2500 kilo zware koets met koning Willem-Alexander en koningin Máxima op gang te helpen.
Pyke en Lieuwe voeren het span aan. Pyke heeft als enige op de linksvoor-positie een ruiter (postiljon) op het zadel, die de twee broertjes vooraan ment. 'Oudere paarden hebben meer ervaring, en geven zich makkelijker over aan de koetsier. Voor jongere paarden is het allemaal leuk en spannend.'
De Koninklijke Stallen tellen twaalf Friese en twaalf Gelderse koetspaarden. Het ene jaar mogen de pronkstukken van het Friesch Paarden Stamboek de Gouden Koets trekken, het andere jaar de Gelderse paarden (Koninklijk Warmbloed Paard Nederland). In het 'niet-koetsjaar' trekken de paarden van het andere ras de overige rijtuigen in de koninklijke stoet. De Gelderse paarden lopen vandaag dus als vierspan voor de Gala Glas Berline met Prins Constantijn en Prinses Laurentien, en de rijtuigen met de hofhouding.
De Friezen zijn hengsten; de Gelderlanders vooral ruinen, gecastreerde hengsten. Merries zijn niet welkom. Geen gedonder in de Koninklijke Stallen. Laat staan voor de Gouden Koets op die ene dinsdag in september.
Wassenaar: ,,We kopen de paarden meestal als ze 5 of 6 jaar oud zijn. Dan krijgen ze een basistraining. Het karakter van het paard is belangrijk. Ze moeten passen bij het stadswerk. Als er iets onverwachts gebeurt en het paard schrikt, is dat niet erg. Als het zich daarna maar weer overgeeft aan de koetsier.'
Bij Stal Chardon in het Friese Jorwert zijn ze wat trots. De afgelopen jaren hebben ze vier jonge hengsten verkocht aan de Koninklijke Stallen. Hoewel de Friese paarden officieel hun Friese naam mogen behouden, verzon prinses Beatrix na aankoop vaak nieuwe namen voor de paarden. 'Het plaatje is fantastisch,' zegt Jelmer Chardon. 'Onze gitzwarte paarden, met de mooie manen en een goed karakter erbij. Friese paarden zijn heel koelbloedig. Anders dan paarden die hoog in het bloed zitten en misschien wat moeilijker te sturen zijn.'
De koninklijke paarden trainen en lopen iedere dag. Heel het jaar door worden ze ingezet bij verschillende plichtplegingen. Zo rijden ze nieuwe ambassadeurs in rijtuigen naar Paleis Noordeinde waar de geloofsbrieven worden aangeboden.
Vandaag krijgen ze het zwaar, met deze zomerse temperatuur. De traditionele tuigen gaan sneller jeuken, de paarden kunnen vaker met het hoofd schudden en worden onrustiger. Wassenaar: 'Het blijven paarden. Er kan altijd iets gebeuren. Ze kijken op een eigen manier naar de wereld. Een paard kan een losse steen op straat al spannend vinden, terwijl wij zoiets hebben van: 't is maar een steen.'
video