
Volgens een onderzoek aan de Nottingham Trent University blijkt dat de interpretatie van stress door dierenartsen, instructeurs, ruiters en andere professionals in de paardensport verschilt van het fysiologische bewijs van stress bij paarden.
Paardengedrag onder het zadel werd bekeken door twaalf professionals: vier instructeurs, vier ruiters en vier dierenartsen. Zij bekeken videomateriaal van paarden die een vastgestelde proef van twee à drie minuten reden, waarin zowel stap, draf als galop voorkwam. De paarden kregen punten toebedeeld op zeven parameters over prestatie, afgeleid van de regels die de FEI stelt en de schalen die de Duitse hippische bond heeft opgesteld voor training: ontspanning, energie, meegaandheid, soepelheid, vertrouwen, motivatie en blijheid. Wetenschappers analyseerde het videomateriaal ook. Alle aspecten van paardengedrag werden onderzocht, waaronder de positie en gebruik van de oren en staart, bewegingen met de mond en het schuimen, geluidssignalen en de hoofd-hals positie, waarbij werd gekeken of het paard voor of achter de loodlijn liep en hoe hoog het paard zijn hoofd ten opzichte van zijn lichaam droeg.
Over het algemeen scoorden de professionals de paarden die hun hoofd hoog droegen als negatief, en de paarden die hun hoofd laag droegen als positief. Dit was echter tegenovergesteld aan het fysiologische bewijs dat stressgerelateerde hormonen in het speeksel en oogtemperatuur leverden. Alleen instructeurs associeerden een neutrale hoofdhouding als een positief teken. In de FEI richtlijnen staat dat de neus altijd voor de loodlijn moet blijven, en de fysiologische data uit deze studie ondersteunt dit principe.
Meer aandacht voor de FEI richtlijnen zal zorgen voor een meer consistente evaluatie van gedrag bij paarden onder het zadel, aldus de onderzoekers.