
Foto: Timo Martis Fotografie
De ontwikkeling van het gedrag in veulens wordt sterk bepaald door de merrie, met name in de tijd kort na de geboorte. Onderzoekster Janne Winther Christensen, van de Aarhus Universiteit in Denemarken, stelt zelfs dat het mogelijk is om angst in veulens te verminderen door sociale transmissie via de merrie. Bij sociale transmissie brengt een dier zijn emoties over op een ander dier. Dit gebeurt onder andere wanneer een dier gevaar ziet en deze angst direct weet te verspreiden onder de rest van de groep.
Christensen onderzocht tweeëntwintig merries met veulens en keek daarbij of merries angst zouden kunnen verlagen in veulens via sociale transmissie. Hierbij werd object habituatie gebruikt, waarbij een dier leert om niet te reageren op de introductie van potentieel enge objecten. Drachtige merries werden gewend gemaakt aan vier standaard situaties die paarden spannend kunnen vinden: het aanraken en bewandelen van een stuk plastic op de grond, het lopen langs kleurrijke objecten, geaaid worden met een plastic tas en onder een paraplu staan.
De merries werden verdeeld over een controle- en een demogroep. In de eerste acht weken na de geboorte demonstreerde de demomerries hun habituatie aan de vier verschillende situaties, gedurende 10 minuten per dag. Het veulen was los en vrij om te interacteren met de testobjecten in de bak.
Controlemerries werden hetzelfde behandeld en stonden even lang in de bak met hun veulens los aan de voet, echter zonder de aanwezigheid van de testobjecten.
Het gedrag en de hartslag van de veulens werd onderzocht op een leeftijd van acht weken en vijf maanden, terwijl de veulens dezelfde standaard tests aflegden als hun moeder, alsook enkele nieuwe tests. Bij de demoveulens van acht weken oud was zowel de hartslag als de uiting van angst in hun gedrag in alle testen significant lager dan bij de controleveulens. Daarnaast vertoonden de demoveulens meer nieuwsgierigheid. Bij de leeftijd van vijf maanden was het verschil in gedrag nog steeds aanwezig, maar was de hartslag van beide groepen veulens gelijk.
Deze resultaten wijzen erop dat de demoveulens de gewenning aan potentieel enge situaties hadden overgenomen van hun moeders.
Dat kan wellicht weer toegepast worden op de selectie van bv draagmerries.