Kunnen recent ontdekte geheimen in paardenmest een toekomst ontgrendelen die rijk is aan biobrandstof?
Wetenschappers hebben een kandidaat-enzym gevonden dat gedijt in de mest en de darmen van paarden en dat mogelijk maïsstengels, gras en andere niet voedingsgewassen om kan zetten in biobrandstoffen. Deze sleutel tot economische productie van biobrandstoffen uit non-food plantmateriaal meldden zij op de 245e Nationale vergadering en expostitie van de American Chemical Society. Meer dan 14.000 wetenschappers komen op deze vergadering van ‘s werelds grootste wetenschappelijke organisatie. Hij gaat nog door tot donderdag.
Dr. Michelle O’Malley verklaarde dat cellulose de grondstof is voor het maken van biobrandstoffen uit non-food plantaardige materialen. Cellulose is echter goed verborgen binnen een taai netwerk van lignine in de celwanden van planten. Om biobrandstoffen van deze materialen te produceren moet lignine verwijderd worden door middel van een duur voorbehandelingsproces. Daarna breekt een verzameling van enzymen cellulose af tot suikers.
Tot slot worden deze suikers, in een proces dat lijkt op de productie van wijn of bier, omgevormd tot voedsel voor microben die alcohol laten gisten voor brandstof, ingrediënten voor kunstoffen en andere materialen.
“De natuur heeft de toegang tot cellulose in planten heel erg ingewikkeld en duur gemaakt”, zei O’Malley. “Daarnaast moeten we het beste mengsel van enzymen vinden om die cellulose om te zetten in suiker. We hebben een schimmel ontdekt in het spijsverteringskanaal van het paard dat beide aspecten behandeld. Het gedijt op ligninerijke planten en zet deze materialen om in suikers voor het dier. Een potentiële schat van enzymen voor het oplossen van dit probleem en verlaging van de kosten voor biobrandstoffen."
Het spijsverteringskanaal van grote grazers, zoals koeien en paarden die ligninerijke grassen kunnen verteren, zijn een bekend pad voor wetenschappers die die enzymen onderzochten. Maar in het verleden hebben ze vooral aandacht besteed aan de enzymen in bacteriën, in plaats van die in schimmels en gisten.
Het doel is om de genen die dergelijke enzymen produceren uit de schimmels te halen en ze genetisch te modificeren tot gist.
Gisten worden al tijden gebruikt op industriële basis om bijvoorbeeld grote hoeveelheden antibiotica, voedsel en andere producten te produceren. Die bewezen productietechnologie zou goed kunnen zijn voor het commerciële gebruik van biobrandstoffen.
O’Malley legde uit dat een aantal genen van darmschimmels uniek zijn ten opzichte van bacteriën, omdat de schimmels heel hard groeien in plantaardig materiaal. Ook scheiden ze krachtige enzymecomplexen uit die samenwerken om cellulose af te breken. Tot nu toe zijn de schimmels echter grotendeels genegeerd in de zoektocht naar nieuwe enzymen voor biobrandstof - en met een goede reden.
“Er was relatief weinig wetenschappelijke kennis over schimmels en het spijsverteringskanaal van deze grote dieren”, lichte O’Malley toe. “Ze zijn er, maar in zeer lage aantallen, waardoor het moeilijk te bestuderen is. De lage concentraties zorgen ook voor de misvatting dat schimmels wel onbelangrijk zullen zijn bij de vertering van cellulose. En het is heel erg moeilijk deze schimmels te isoleren en te laten groeien zodat we de enzymen kunnen bestuderen.”
O’Malley’s onderzoeksgroep aan de Universiteit van Californië werkte samen met onderzoekers van het Broad Institute van het Massachusetts Insitute of Technology en de Universiteit van Harvard.
Ze werkten met een darmschimmel geïsoleerd uit de mest van een paard en identificeerden al het genetische materiaal dat de schimmel gebruikt om enzymen en andere eiwitten te produceren. Deze verzameling van eiwit-coderend materiaal - de schimmel die ‘transcriptoom’ wordt genoemd - leidde tot de identificatie van letterlijk honderden enzymen die door het harde lignine in plantencellen en cellulose kunnen dringen.
Het team is nog aan het speuren tussen de overvloed van enzymen om het meest actieve te vinden en is bezig met het zoeken naar methodes om de genetische productie naar gist over te brengen naar industriële processen die we nu al gebruiken.
De wetenschappers krijgen voor hun onderzoek erkende steun van het Amerikaanse ministerie voor Landbouw, het Instituut voor Collaborative Biotechnology door middel van een contract met het Onderzoeksbureau van het Amerikaanse leger en de Universiteit van Californië.
Ik stel graag onze paardenmest ter beschikking komt u maar halen hihi. Alle gekheid op een stokje, idd tijdje geleden ook al iets over gelezen, het zou veel mestproblemen kunnen ' verhelpen' maar volgens mij moet het oppervlakte van dat gebeuren enorm zijn net als de oppervlaktes voor algenbassins ?
NatasjavE
Berichten: 30866
Geregistreerd: 21-04-04
Woonplaats: De Bilt
Geplaatst: 13-04-13 07:10
Na het zwarte goud(olie) en het witte goud(asperges) het bruine goud....paardenpoep...
Ik voorzie een heftige concurentiestrijd met de champignionkwekers.
Geweldig
Laatst bijgewerkt door NatasjavE op 13-04-13 07:12, in het totaal 2 keer bewerkt
jesito
Berichten: 12910
Geregistreerd: 14-08-04
Geplaatst: 13-04-13 07:11
Leveren die penymeiden en hun luxeknollen toch nog wat op
BianCatjee
Berichten: 3192
Geregistreerd: 17-01-06
Geplaatst: 13-04-13 07:18
Vjestagirl schreef:
Dus wij gaan straks rijk worden aan de mest van onze paarden? Dat hoor ik graag
Kom mijn paardenmest maar halen vers van het weiland hahahaha
Waar ik me dan wel zorgen over maak, is dat er echt bedrijven zullen zijn voor die mest.. Ik hoop dat deze dan diervriendelijk te werk gaan en dat paarden dan niet de nieuwe varkens of koeien worden..
Vriendin van me was hier ook al mee bezig! Leuk om te lezen, maar ben benieuwd hoe dit in werking gaat en wat voor gevolgen het op langer termijn gaat hebben.
Hoop inderdaad niet dat we mega bedrijven gaan krijgen waar paarden de koeien / varkens van nu worden.