www.uu.nl
In Nederland komen verschillende soorten teken voor die paarden bijten. Tijdens een beet kunnen diverse ziekteverwekkers worden overgedragen, waaronder Borrelia burgdorferi, Theileria equi, Babesia caballi en Anaplasma phagocytophilum. In haar proefschrift heeft Catherine Butler gekeken naar het voorkomen en het belang van teek-gebonden infecties bij paarden in Nederland, met ook aandacht voor de diagnose en de behandeling van deze infecties. Butlers conclusie is, dat teek-gebonden infecties bij paarden vaker blijken voor te komen dan gedacht en dat het dus van belang is dat deze infecties verder worden onderzocht en gemonitord.
De belangrijkste resultaten uit Butlers onderzoek zijn dat voorheen ‘exotische’ aandoeningen, zoals equine piroplasmose, van groter belang worden in Nederland. Bij prioplasmose komt dat mede doordat de teek die de ziekte overbrengt, Dermacentor reticulatus, zich recent in Nederland heeft gevestigd. Verder is gebleken dat van de 47 paarden die gedurende een periode van 9-23 maanden zijn opgevolgd na een tekenbeet 45% een Borrelia-infectie en 23% een Anaplasma-infectie heeft doorgemaakt. Hoewel de kans op infectie na een tekenbeet groot is bij paarden, lijken deze infecties bij paarden die gebruikt worden voor recreatie doorgaans zonder ernstige klinische verschijnselen te verlopen.
Om na te gaan welke tekensoorten op gezonde paarden in Nederland worden aangetroffen is aan dierenartsen gevraagd om teken die op paarden werden gevonden op te sturen. Hieruit bleek dat de Ixodes ricinus bij paarden het meest voorkomt. Het onverwacht grote aantal Ixodes-nimfen (jonge teken) dat werd ingestuurd geeft aan dat in bepaalde gebieden in Nederland relatief veel teken voorkomen. Omdat de ingestuurde teken ook mensen kunnen bijten, en daarmee ook ziekteverwekkers kunnen overdragen, lopen ook de mensen die recreëren in deze gebieden een risico op infectie met teek-gebonden agentia.