http://www.bokt.nl
Het Tibetaanse plateau is het jongste en hooggeleegde plateau van de planeet aarde. De gemiddelde verhoging in vergelijking met het zeeniveau is 4,5 kilometers, maar onderzoekers zijn er nog niet helemaal over uit wanneer deze verhoging plaatst vond. Er zijn onderzoekers die denken dat vijf miljoen jaar geleden het plateau lager was dan heden ten dage, anders onderzoekers zeggen juist dat het veel hoger lag dan tegenwoordig. Over de ontwikkeling van het Tibetaanse plateau is dus nog veel onderzoek nodig.
Toch hebben de botten van een drietenig paard van circa 4,6 miljoen jaar oud inzicht gegeven over zijn leefomgeving en de ontwikkeling van het plateau. Recent zijn fossielen gevonden van de voorouder van het paard Hipparion. Dit specifieke fossiel is ingedeeld onder Hipparion Zanda. De eerste Hipparion Zanda is gevonden eind jaren tachtig en betreft alleen de vondst van een schedel. De Hipparion Zanda is een paardachtige dat zich al had aangepast aan grasland, dat geeft in ieder geval al aan hoe het plateau eruit zag. Onderzoekers besloten de gevonden botten aan een grondig onderzoek te werpen.
Details van het paard vermoeden dat het gebied waaruit het dier kwam ongeveer 4 km boven zeeniveau zat. Dat gebied, het Zanda Basin, is ongeveer 150 kilometer lang en 20 tot 50 kilometer breed.
Van het paard is een groot gedeelte teruggevonden, waaronder de benen, onderkaak en de achterhand. De benen van het paard gaven cruciale informatie over de omgeving. Ze zijn vrij lang en bieden de mogelijkheid om zich goed in open terrein te bewegen. Snelheid maken was al mogelijk. Daarom is de kans groot dat ze niet in het bos leefden. Om die reden zal het leefgebied in die tijd boven de bomenlijn zijn geweest. De onderzoekers vermoeden dat er tussen de Hipparion Zanda en de huidige Tibetaanse wilde ezel veel gelijkenissen zijn geweest. De wilde ezel heeft echter maar één teen, terwijl de Hipparion Zanda drie had. Ook de tanden duiden aan dat het dier een grazer was.
Eén van de onderzoekers heeft de chemische samenstelling van de botten onderzocht om zo te kijken wat voor soort gras het dier at. Uit het onderzoek kwam naar voren dat dit vermoedelijk planten waren die voorkomen in koud en open gebied, vergelijkbaar met het hedendaagse Zanda gebied.
Het onderzoek is deze week gepubliceerd in het blad PNAS.
Lees [url=http://www.pnas.org/content/early/2012/04/17/1201052
109.full.pdf]hier[/url het Engelstalig hele artikel.