Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft begin deze maand een nieuwe factsheet gepubliceerd. Omdat er in het verleden enige onduidelijkheid bestond over de manier van het schrijven van recepten is onder andere deze factsheet opgesteld. Onderstaande factsheet gaat nader in op de wijze van ontwormmiddelen die via de dierenarts verstrekt dienen te worden.
Op 31 maart 2004 is de Europese richtlijn 2004/28/EG van kracht geworden. Het doel van deze richtlijn is om binnen de Europese Unie de werking van de interne markt voor diergeneesmiddelen te bevorderen, zonder de volksgezondheid te benadelen. Alle regelgeving op het gebied van de productie en distributie van diergeneesmiddelen heeft als hoofddoel:
- de bescherming van de gezondheid en het welzijn van dieren
- de bescherming van de volksgezondheid.
Diergeneesmiddelen voor voedselproducerende middelen zijn, in principe, alleen op recept van een dierenarts te verkrijgen. Één van de redenen om ontwormmiddelen op recept te zetten had te maken dat steeds meer wormen resistent bleken te zijn tegen de huidige ontwormmiddelen. De overheid is van mening dat een dierenarts de meest juiste persoon is om te beoordelen of een paard een ontwormmiddel nodig heeft. Op deze manier probeert men te voorkomen dat er teveel en te onnodig vaak ontwormmiddelen worden toegediend of onjuist worden toegediend waardoor de kans op resistente wormen toeneemt.
Vanaf juli 2008 is hiertoe in Nederland een nieuwe categorie gekanaliseerde diergeneesmiddelen geïntroduceerd, de URA-categorie (Uitsluitend op Recept Afleveren): er is een receptplicht ingesteld voor diergeneesmiddelen voor voedselproducerende dieren, die voorheen vrij verkrijgbaar waren in Nederland.
Onder URA-middelen vallen die diergeneesmiddelen die door dierenartsen én apothekers en houders van een vergunning voor het afleveren van diergeneesmiddelen – op recept van een dierenarts – mogen worden afgeleverd aan houders van dieren, zoals bijvoorbeeld ontwormingsmiddelen.
De dierenarts moet als poortwachter het selectiever en restrictiever gebruik van deze middelen borgen en op die manier bijdragen aan een lager risico op residuen (voedselveiligheid) en resistentieontwikkeling (diergezondheid).
De zogenaamde Goede Veterinaire Praktijk (GVP) is richtinggevend voor de wijze waarop recepten in de URA-categorie moeten worden uitgeschreven. Het Veterinair Beroepscollege heeft op 13 september 2011 de eerste uitspraken gedaan gericht op het uitschrijven van recepten voor URA-middelen. Daarmee is de GVP-norm wat van een dierenarts mag worden verwacht ten aanzien van het voorschrijven van URAmiddelen ingevuld.
Het Veterinair Beroepscollege is van oordeel dat het artikel ‘Antiparasitaire middelen en de receptplicht voor paarden’ in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde van 1 april 2009 als uitgangspunt en leidraad behoort te dienen ter zake van hetgeen van een redelijk bekwaam handelend dierenarts bij het voorschrijven van ontwormingsmiddelen mag worden verwacht. Het Veterinair Beroepscollege geeft de volgende opsomming van de uitgangspunten en eisen met betrekking tot het voorschrijven van genoemde middelen:
- Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een dierenarts om bij het voorschrijven van ontwormingsmiddelen restrictief en selectief te werk te gaan en te onderzoeken in hoeverre het gebruik van deze middelen nodig is of kan worden verminderd.
- Voor een verantwoorde beslissing over de inzet van ontwormingsmiddelen is het nodig dat de dierenarts de omstandigheden waaronder de dieren worden gehouden, van een bezoek ter plaatse kent. In dit verband zijn onder meer van belang de huisvesting van de dieren, hun aantal, leeftijd en de wormbelasting. Dit laatste kan aan de hand van een faecesonderzoek worden nagegaan.
- Indien een dierenarts de dieren waarvoor de middelen worden gevraagd en de plaats waar zij gehouden worden, niet kent, is een bezoek ter plaatse nodig.
- Op basis van de bevindingen van het onderzoek dient een adequaat behandelplan te worden opgesteld.
- De bevindingen dienen te worden vastgelegd in een controleerbare verslaglegging.
- Indien de dierenarts voldoende op de hoogte is van de plaats waar en de omstandigheden waaronder de dieren worden gehouden, kunnen een bezoek ter plaatse en nadere diagnostiek achterwege worden gelaten.
- Dat betekent echter niet dat na een eerste bezoek ter plaatse gedurende een reeks van jaren geen bezoeken meer behoeven te worden afgelegd. Het is in overeenstemming met Good Veterinary Practice dat een dierenarts ten minste één maal per jaar een bezoek ter plaatse aflegt. Dit sluit aan bij het bepaalde in artikel 97, lid 5, onder b, van de Diergeneesmiddelenregeling, dat recepten voor ontwormingsmiddelen voor maximaal één jaar mogen worden voorgeschreven.
wat heeft het dan voor zin om de mest te laten controleren als ze toch niet alles kunnen zien of met zekerheid kunnen zeggen.
)