Een Chinees op een dressuurpaard, dat klinkt nog raar. Maar de sport wordt in snel tempo populair bij twintigers en dertigers met een goede baan. Een gat in de markt voor de Nederlandse fokkerijen die bekend staan om hun hoge kwaliteit. Paardenhouders uit het Groningse Marum doen al goede zaken. 'Chinezen hebben een enorme drive.'
Taxichauffeurs zijn niet gauw radeloos in Peking. Ook niet als ze in een verre buitenwijk het ene hobbelige weggetje na het andere afrijden en steeds maar geen manege kunnen vinden. Aan het eind van een zandweg doemen na lang zoeken stallen op.
Wat een verschil met het Groningse Marum. Dressuurstal De Haarhof van Odilia en Gerard Arkema is zo te vinden. Overal staan borden die de weg wijzen naar maneges en fokkerijen.
In deze regio zijn per vierkante meter de meeste paarden te vinden. Vandaar dat de provincie manegehouders in 2009 aanspoorde een stichting ter promotie van de paardenbranche op te richten. Gerard Arkema (51) werd voorzitter.
Totilas 'Nederland staat erom bekend dat het kwalitatief de beste paarden fokt', vertelt Arkema in de keuken die grenst aan de stal. 'Hét voorbeeld is het dressuurpaard Totilas dat internationale prijzen heeft gehaald. Door de recessie is de Amerikaanse markt ingestort, dus zochten we een nieuw afzetgebied.
Tijdens een van onze vergaderingen opperde iemand China. Daar hebben steeds meer mensen veel geld. Bovendien verandert de mentaliteit: ze hoeven niet alleen maar hard te werken, maar ze mogen in hun vrije tijd ook hobby's hebben en genieten van hun geld.' Een westerse sport als paardrijden is ook nog eens goed voor hun status.
Voor- en nadeel: China heeft geen traditie op het gebied van dressuur of springen. Het land telt nog maar tweehonderd maneges, Nederland het tienvoudige. 'Wij zijn gewend om onze kinderen al vroeg te leren rijden”, zegt Gerard Arkema. 'Vooral op het platteland hebben ze hier al jong een eigen pony.
In China zijn het vooral de twintigers en dertigers uit de grote stad die willen leren springen of dressuurrijden. Zij moeten dus een enorme inhaalslag maken. Maar ze hebben daar wel de drive voor.'
Dat is te zien in de buitenbak van de Pekingse manege. Terwijl een jonge vrouw haar paard eindeloos over een hindernis laat springen, doet een kleuter verwoede pogingen om het lichtrijden onder de knie te krijgen. De instructeur laat haar paard aan een lange lijn rondjes lopen.
Het meisje komt net op het verkeerde moment uit het zadel, maar ze geeft niet op. Haar vader kijkt vertederd toe. Hij vertelt dat zijn vijfjarige dochter elke week privéles krijgt voor 25 euro per uur. 'Niet duur', zegt hij, 'Golfen kost veel meer.' De vader heeft een marketingbaan bij een telecombedrijf.
Alle paarden import In de manege staan een paar paarden uit Marum. Paardentrainer Li Wei en zijn compagnon hebben ze gekocht nadat een delegatie op bezoek kwam en hen ook weer uitnodigde in Nederland. 'Al onze honderd paarden zijn import', zegt Li Wei op het terras dat uitkijkt op een binnenbak in aanbouw.
'Ze komen uit Duitsland, Nederland, Frankrijk en Hongarije waar ik jaren bij de politie heb gewerkt. We richten ons op beginnende rijders. De allerbeste paarden hoeven we dus niet te hebben. Als ze maar betrouwbaar zijn. En gezond. We hebben hier nog niet zoveel gekwalificeerde dierenartsen.'
Li Wei roept een man die uit de stal komt. Het is de dierenarts. Trots laat hij een koffertje vol naalden zien waarmee hij acupunctuur toepast. 'Als een paard kou heeft gevat, giet de dierenarts alcohol op zijn rug”, vertaalt Li Wei. “Daar maakt hij dan een vuurtje mee zonder dat het dier daar pijn van krijgt. De volgende dag steekt hij naalden op die plek en het paard is genezen.'
Drollen ruimen Van zulke praktijken moet Gerard Arkema waarschijnlijk niets hebben. Hij is nu al een paar keer in China geweest en steeds verbaast hij zich weer. Bijvoorbeeld over een manege die vergeet stro te bestellen bij een Mongoolse fabrikant en daardoor vier weken zonder bodembedekking in de stal zit.
Omgekeerd zijn Chinezen stomverbaasd als ze Odilia Arkema en haar dochter de stallen in Marum ziet uitmesten. Drollen ruimen is geen vrouwenwerk in hun land. Dat laten ze over aan (veel) stalpersoneel.
Zakendoen met de Chinezen is lucratief – voor beide partijen. Een Nederlands dressuur- of springpaard kost tussen de 10.000 en 20.000 euro. Daar komen transport, een quarantaine van 75 dagen (30 in Nederland en 45 in China), bloedtesten en verzorging bij, samen zo'n 15.000 euro. 'Best duur', zegt Li Wei. 'Maar als wij dat paard doorverkopen voor 50.000 euro, maken we winst.'
Hij vindt Nederlanders prettige zakenpartners. Al benadrukt hij dat vrienden maken cruciaal is in China. Bij hem verlies je goodwill als je extra rijlessen geeft bij een manege in Chengdu die meer paarden heeft gekocht. Arkema begrijpt de hint: 'Ik moet gauw maar weer eens naar Peking.' Al heeft hij binnenkort ook Rusland op het programma staan.
Haha ik snapte de vergelijking al niet met Cesar Millan, totdat ik de foto's aanklikte. Ik denk dat er in China nog wel veel meer verbetering nodig is op het gebied van welzijn (in NL ook hoor) als ik het artikel zo lees, maar wel leuk dat paardrijden daar ook meer 'in' word. Alleen €25 per uur!!!! en dat niet duur noemen.... ik vind het nogal veel geld om dat 1x in de week te betalen.