KNHS
De derde KNHS-bestuurdersdag stond in Utrecht in het teken van ‘Samenwerken is samen doen’. De diverse sprekers belichtten dit vanuit de hoek van de sportbond, het bedrijfsleven en de verenigingen zelf.
Oud-tennisprof Jacco Eltingh fungeerde in het auditorium van hoofdsponsor Rabobank als dagvoorzitter en gaf na het welkomstwoord door KNHS-voorzitter Martien van den Heuvel het woord aan algemeen KNHS-directeur John Bierling. Bierling liet zien dat het productaanbod van de verenigingen en de maneges samen redelijk tegemoet komt aan de vraag van de paardensporter. Er zijn echter wel wachtlijsten voor lessen en startmogelijkheden op wedstrijden. Bierling sprak de hoop uit dat verenigingbestuurders en accommodatiehouders lokaal om de tafel zouden gaan zitten om samen plannen te maken om die wachtlijsten kleiner te maken.
Fred Kollen, advocaat verenigingsrecht, legde het publiek uit dat de nieuwe Europese wetgeving niet alleen leidend is voor de grote internationale wedstrijden. Ook op lokaal niveau kan dit gevolgen hebben. Kon een vereniging van oudsher vervallen op de oudste rechten bij het organiseren van een concours in de regio, met de nieuwe Europese wetgeving kan een rechter de organisatie aan een nieuwkomer toewijzen. Zaken als paardenwelzijn wegen zwaarder op dan de oudste rechten. “Verengingen kunnen maar beter samen om de tafel gaan zitten om een conflict de wereld uit te helpen”, aldus Kollen.
FNRS-directeur Wilfred Franken betoogde dat hij nog te vaak tegenkomt dat verenigingen en maneges vinden dat ze elkaars concurrenten zijn. Hij zou graag zien dat men de bedreigingen door samenwerking zal gaan zien als kansen. Volgens Franken heeft het Ruitersport Centrum van de toekomst twee hallen, plaats voor 75 tot 100 paarden en een fulltime secretariële kracht die ondersteuning kan bieden aan verenigingen.
Wilbert van den Bosch, voorzitter Raad van commissarissen van de Rabobank, lichtte toe dat ook bij hen geldt dat samenwerken in het belang is van de leden. “Je moet je openstellen voor de verschillen en de diversiteit waarderen. Daarbij gaat dan ook op dat je zo klein als mogelijk moet kunnen zijn, maar zo groot als nodig.” Van den Bosch liet zien dat samenwerking niet alleen belangrijk is in het bedrijfsleven maar dat dit zeker ook geldt voor de organisatie van een vereniging.
Sandra Kamerbeek van Movisie gaf tips om de afnemende trend van vrijwilligers het hoofd te bieden en hen niet alleen te werven maar ook te houden. Movisie is een organisatie die onder andere vrijwilligersorganisaties adviseert en in contact met elkaar brengt. Kamerbeek betoogde dat verenigingen meer gebruik kunnen maken van het fenomeen ‘maatschappelijke stages’. Hiermee maken jongeren kennis met vrijwilligerswerk. Ze brengen daarnaast hun eigen kennis, vaardigheden en netwerken mee waar de vereniging op verschillende manieren van kan profiteren.
Er was ook ruimte voor praktijkvoorbeelden van samenwerking met maneges, het in kringverband organiseren van regiokampioenschappen en het organiseren van buitenritten voor veel deelnemers.
Jan de Vries, voorzitter van de regio Zuid-Holland: “Ik wil wel met de maneges om de tafel om te kijken hoe de doorstroming van de ponyruiters van de maneges naar de verenigingen verbeterd kan worden.” Michel Brands, organisator van Hippisch Festijn Grave, voor de derde keer aanwezig: “Ik heb toch weer ideeën opgedaan over het vrijwilligersbeleid en bevestigd gekregen dat samenwerking en kwaliteit het bestaansrecht bepaalt.”