
Spoelwormen (ascaris megalucephala /
parascaris equorum) op sterk water
foto door Eline
Wormeitjes in mest tellen blijkt toch een betere methode om er achter te komen of een paard flink last van wormen heeft of niet. Dit werd onlangs aangetoond door een gezamelijke studie, uitgevoerd door de Universiteit van Kopenhagen en de Universiteit van Kentucky.
Al jaren worden wormbesmettingen vastgesteld door het tellen van eitjes in de mest. De afgelopen jaren wordt deze methode echter steeds minder gebruikt, omdat parasitologen het vrijwel altijd afraden om de op de kalender gebaseerde ontwormingsmethode te gebruiken. Zij adviseren nu vaak om te ontwormen wanneer een paard al daadwerkelijk een wormbesmetting heeft. Dit zou zijn omdat parasieten snel resistentie vertonen tegen het beperkte aantal verschillende ontwormingsmiddelen. Preventief ontwormen zou op die manier dan ook geen goede zaak zijn.
De onderzoekers hebben data uit voorgaande onderzoeken vergeleken om te kunnen bepalen of het tellen van eitjes in de mest een betrouwbare manier is om Strongyliden en Ascaris besmettingen te kunnen ontdekken.
"wormeitjes worden heel vaak geteld, maar op dit moment weten we nog steeds niet goed hoe we de resultaten moeten interpreteren. Daarom is deze studie zo belangrijk," aldus een woordvoerder. "Uit onze test blijkt dat de manier waarop wormeitjes in de mest worden geteld zeer redelijk tot goed te noemen is. Dat is beter dan we hadden verwacht."
"We kunnen hieruit opmaken dat we de test goed kunnen vertrouwen op het punt dat er eitjes of larven worden gevonden, maar dit wil niet zeggen dat wanneer er geen eitjes worden gevonden, dit automatisch betekent dat er geen wormbesmetting aanwezig is. Daarom adviseren wij om bij een negatief resultaat (geen gevonden eieren of larven) de test nogmaals te herhalen om zekerheid te krijgen."
We hebben ook kunnen aantonen dat paarden met een Strongyliden wormbesmetting van onder de 100 tot 500 eitjes per gram (EPG) veel minder wormbesmettingen opliepen als paarden met een hoger aantal eitjes in de mest."
Op dit moment worden paarden met een EPG van 100 wormeitjes en minder aangeduid als paarden met een zeer minimale besmetting. Paarden met 100 tot 500 eitjes hebben een gemiddeld aantal wormen en bij alles boven de 500 moet een paard ontwormd worden.
Volgens de woordvoerder van de onderzoekers blijkt er nog geen relatie tussen de hoeveelheid eitjes en de hoeveelheid wormen. "In andere woorden: een paard met 5000 EPG draagt niet automatisch meer wormen met zich mee als een paard met 1000 EPG.
Voor de studie werd data van 693 overleden paarden gebruikt die in 50 jaar tijd post mortem werden onderzocht aan de Universiteit van Kentucky, waarbij informatie over het totaal aantal wormen, wormeitjes en larven werd verzameld.
