www.anp.nl
Henk Rottinghuis (54) is kandidaat om vrijdag in Taipei te worden gekozen tot voorzitter van ’s werelds overkoepelende hippische organisatie FEI. De voormalige topman van multinational Pon Holdings wordt dan meteen één van de belangrijkste internationale sportbestuurders van Nederland. Het ANP stelde hem enkele vragen.
In uw campagne zegt u de paardensport wereldwijder te willen maken. Aan welke continenten denkt u?
Rottinghuis: ,,Eigenlijk aan alle continenten. Maar vooral in bijvoorbeeld Afrika, Azië en Zuid-Amerika is nog veel te winnen, hoewel we bij de laatste Wereldruiterspelen hebben gezien dat er ook in die regio’s het nodige van de grond komt. Met zijn allen moeten we er echter voor zorgen dat de sport ook daar raakt verankerd in de samenleving. Een paar toppers alleen is niet voldoende.’’
Is dat ook nodig om de olympische toekomst van de hippische sport te garanderen?
Rottinghuis: ,,Het is van belang dat de sport internationaal breed wordt gedragen. Niet alleen met betrekking tot onze relatie met het IOC, ook voor sponsors, publiek en media. In het olympisch traject staat de paardensport niet ter discussie. We moeten wel onze vleugels uitslaan om te voorkomen dat dit over twintig jaar wel gebeurt.’’
In uw campagne stelt u dat er veel onvrede bestaat over de werkwijze van de FEI. Kunt u voorbeelden noemen?
Rottinghuis: ,,Vorig jaar hebben we gezien dat er beslissingen zijn doorgedrukt die niet goed doordacht waren. Bijvoorbeeld in de strijd tegen verboden middelen. Dat heeft reputatieschade tot gevolg gehad. Maar in zijn algemeenheid kan de werkwijze van de FEI professioneler en transparanter. We leven in de 21e eeuw.’’
Het welzijn van het paard staat voor u voorop?
Rottinghuis: ,,Met dat onderwerp ben je nooit klaar. Er is nog veel te winnen als datgene wat we hebben geleerd in de top wordt overgebracht naar de amateurs. Hoe doe je het management van je paard, wat is gezond, hoe gaan we om met veterinaire begeleiding. Zie het als een soort van kennisoverdracht. Er is veel leed door ondeskundigheid. Daar kunnen we wat aan doen.’’
U hebt uw topfunctie in het bedrijfsleven neergelegd. Nu is er tijd voor sport. Een bewuste keus?
Rottinghuis: ,,Niet echt. Ik heb onder andere als vice-voorzitter van KNHS al heel veel gedaan in de paardensport. Het is een heel leuk wereldje. Ik stopte met werken. Vervolgens ben ik van beide kanten van de oceaan gevraagd om me voor deze functie beschikbaar te stellen. Daarop heb ik positief gereageerd. In die volgorde is het gegaan.’’
Volgens een enquete in het zakenblad FEM behoort u tot de honderd invloedrijkste Nederlanders. Op uw comité van aanbeveling staan naast olympisch kampioenen uit de paardensport Jan Peter Balkenende en prins Willem-Alexander. Ondanks een enorme staat van dienst geldt u bij de verkiezing als underdog?
Rottinghuis: ,,Ik dacht dat het wel goed was dat een relatief onbekend iemand mee zou doen in deze race. Ten opzichte van de zittende president, de Jordaanse prinses Haya, had ik een achterstand weg te werken. Ik moet zeggen dat ik veel verder ben gekomen dat ik vooraf had gedacht. Tot nu toe ben ik tevreden met wat ik bereikt heb. We zullen zien wat het oplevert.’’