http://www.tctubantia.nl
Noordoost-Twente ging vandaag weer even terug in de tijd. De boerenervenrit is niet meer weg te denken. Negentien authentieke rijtuigen deden gisteren mee aan de boerenervenrit door het platteland van Noordoost-Twente. De aanspanningen van paarden met wagens uit vroegere tijden gaf overal fraaie nostalgische plaatjes. Het randgebeuren met Twentse tradities en folklore maakte het compleet.
Bruidswagens, versierd met dennengroen en kleurrijke roosjes van papier-maché, karren met stro, roggeschoven en melkbussen. Maar ook een beeldend tafereel van de wijze waarop vroeger een varken werd vervoerd. Het was allemaal te zien bij de boerenervenrit, die gisteren door delen van de gemeente Dinkelland trok. Vanaf Noord-Deurningen ging het via het klooster, naar kasteel Singraven, erve Zwiep, minicamping ‘t Brook om aan het eind van de dag weer terug te keren naar de startplek. Dat was evenals voorgaande jaren aan de Venweg op en rond het erf van Gerhard Oude Holtkamp, de initiatiefnemer en grote motor van de boerenervenrit, die gisteren voor de achtste keer rond trok door het Twentse land.
Het was niet allemaal Twents wat de klok sloeg. Onder de deelnemers ook trotse bezitters van fraaie en zorgvuldig geconserveerde aanspanningen uit Duitsland, Sassenheim en Limburg. In de regio zijn Wim Nouwen en zijn vrouw thuis. Ze vertrokken ’s morgens om kwart over zes uit hun woonplaats Ospel. „Vijf uur uit bed. Hobby hè”, lacht de Limburger goedmoedig. Nouwen heeft zijn hele leven wat met het boerenbestaan gehad. „Op negenjarige leeftijd werkte ik al met paarden”. Later combineerde hij zijn werk in de bouw met een kleine boerderij. Thuis bezit de paardenliefhebber een klein museum met 13 koetsen. Wim Nouwen neemt voor het eerst deel aan de boerenervenrit en rijdt met een originele en met zichtbare passie onderhouden jardiejeri. De tweezitter met achter de bank een kleine laadbak oogt als een luxe koets voor het vervoer van mensen, maar is volgens de Limburger wel degelijk een bedrijfswagen. „Het is een appelwagen, waarmee vroeger in Frankrijk de appels uit de boomgaard werden gehaald”. Bij aankomst op het kloosterterrein werden de voerlui onthaald met Twentse folklore. Jachthoornblazers lieten hier een welkomstgroet horen en de Dinkeldaansers waren net bezig met het dansen van de ’Hoksebargse’ en hadden net een aantal toeschouwers gestrikt om mee te doen met de boerendans. De rit ging vervolgens naar het Singraven om tegen het decor van het kasteel vervlogen tijden te laten herleven voor het publiek.
En zo stond de hele boerenervenrit in het teken van de cultuur en folklore van het boerenlandleven. Op erve Zwiep werd net als voorgaande jaren het zogenaamde ’meuten’ in ere gehouden. Dat wil zeggen: boer Jos Johannink schonk de koetsiers tijsens een korte tussenstop op zijn erf met veel plezier een borrel in. Het hartversterkertje ging er gretig in.