www.telegraaf.nl
Mijn toekomst als trainster van mijn eigen educationcenter neemt steeds meer serieuze vormen aan. Ik krijg van heinde en verre aanvragen van leerlingen en klanten. Dat levert nieuwe wendingen op in mijn leven. Zo ben ik momenteel aan het 'netwerken' voor mijn center in Oostenrijk. Leuk land. Ik moet in Treffen, vlakbij Villach, een paar clinics geven. Alleen die tunnels onderweg door al die bergen vind ik minder leuk.
Tunnels en vliegen. Ik ben er niet goed in. Als ik een uitgang zie, gaat het goed, maar zit ik opgesloten, dan ben ik niet te genieten. Ik heb een keer in Hongkong in een tunnel gezeten en die bleef maar op me af komen. Na een kwartier kreeg ik een paniekaanval. Vertelde de chauffeur me doodleuk dat ik nog een half uur moest. Met Sjefs hand en een pilletje heb ik het 'overleefd'.
Ik weet waar het vandaan komt. Ik heb een bijna fataal ongeluk meegemaakt in een klein vliegtuig. Na een dressuurwedstrijd in Wiesbaden zou ik een clinic geven in Eelden. Ik werd opgehaald door een hobbypiloot. Nou was ik wel gewend om in die kleine toestelletjes te vliegen, want zo'n scenario van wedstrijd-clinic met een paar honderd kilometer ertussen deed ik wel vaker.
Maar dit keer had ik vooraf een onderbuikgevoel. Ik belde Sjef dat ik het niet prettig vond dat een amateur mij zou vliegen, maar die reageerde heel laconiek. ,,Als het mis gaat met zo'n vliegtuigje kijk je gewoon naar buiten en zoek je een plek om te landen. Als je een strookje gras ziet, kan zo'n toestel al neergezet worden. Dus beter kan niet, landen gaat altijd!"
Even later meldde ik ook aan de piloot dat ik er niet zo gerust op was en die reageerde heel positief. Hij nam uitgebreid de tijd om me alle knoppen en lampjes van het toestel uit te leggen. Daarna vertrokken we pas. Omdat hij redelijk op mijn gemoed had ingepraat, besloot ik na een minuut of vijf wat slaap in te halen. Ik vertrouwde hem, hij had tenslotte de nodige lessen gehad.
Ergens in mijn onderbewustzijn hoorde ik een paar minuten later echter de motor sputteren. Hij viel zelfs helemaal stil. In eerste instantie dacht ik dat ik sliep, maar toen besloot ik toch maar mijn ogen te openen. Vanuit de cockpit hoorde ik de piloot van een SOS-melding overgaan in "mayday, mayday". Er was blinde paniek. Ik dacht alleen maar aan wat Sjef had gezegd. Snel zocht ik een plek op de grond, waar het toestel kon landen.
Terwijl we behoorlijk stijl naar beneden gingen - de piloot vertelde later dat hij sowieso moest dalen omdat de motor was uitgevallen, maar óók dat ging niet helemaal goed - zag ik alleen maar bomen, snelwegen, huisjes en andere obstakels. Nergens een plek met alleen maar grassprieten! De piloot nam contact op met de toren en daar vroegen ze of hij al had omgeschakeld van zijn eerste naar zijn tweede tank. Een prima suggestie, want dat had de goede man dus niet gedaan.
Met één knopje kreeg de motor weer brandstof en konden we gewoon verder vliegen. Ik was nog helemaal verbaasd. Hij opperde later wel dat hij kon merken, dat ik topsportster was, omdat ik mijn emoties zo onder controle had. Nou, daar had het niet zoveel mee te maken, ik probeerde gewoon een plek te vinden om te landen!
Later heb ik dat natuurlijk ook tegen Sjef gezegd, dat het helemaal niet zo eenvoudig is om aldaar een strookje groen te vinden. Wat ik eraan over heb gehouden, is dat ik in ieder geval niet meer alleen vlieg. Ik heb nu naar Oostenrijk mijn oud-groom Jokelien meegenomen. Zij sleept me wel door de bergen en de vliegtuigen. En ondertussen combineren we op deze manier het aangename met het nuttige.