
Groepsfoto, v.l.n.r. Nicole Werner, Jennifer Sekreve, Johan Hamminga,
Maarten van de Heijden, Martin van den Brink, Hans Peter Minderhoud
en Edward Gal met Next One.
foto: Wilma Frentz
Met 600 deelnemers en een wachtlijst was de belangstelling voor het jaarlijkse trainersseminar van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie dit jaar ongekend groot. De top van Oranje was dan ook present om het publiek, voornamelijk instructeurs, uitgebreid bij te scholen op het gebied van dressuur en springen. Het seminar dat plaatsvond op het KNHS-centrum in Ermelo, kende op vrijdagavond een sessie springen met bondscoach Rob Ehrens en op zaterdag stond de dressuur op het programma met het toptrio Edward, Gal, Hans Peter Minderhoud en Nicole Werner. Als vanouds was KNHS-instructeur Johan Hamminga de thuistrainer.
Rob Ehrens legde het publiek aan de hand van zes combinaties uit dat hij het belangrijk vindt dat paard en ruiter met ontspanning beginnen. De ruiter werkt daarbij aan zichzelf en het in balans meezitten met zijn paard met goede steun in de beugels zodat het paard hem nooit voorover kan trekken. Hij legde de nadruk daarnaast op het onvoorwaardelijk voorwaarts gaan op een beenhulp en het kunnen terugnemen doordat de ruiter zich lang maakt en de hand laat staan.
Ehrens: “De paarden moeten op eigen benen lopen en men moet variatie in de oefeningen aanbrengen zodat het paard steeds op de ruiter blijft letten. Ook juist de problemen opzoeken en oplossen, is belangrijk om verder te komen, niet er maar omheen gaan. Als er dan een keer iets mislukt is dat niet erg.” Ehrens stapte zelf ook op drie paarden van de gastruiters en liet zien wat hij bedoelde met voorwaarts en aan de hulpen zijn.
Het dressuurgedeelte omvatte uitleg over van losrijden tot en met de oefeningen op Grand Prix-niveau. Nicole Werner, trainster en manager van Gal en Minderhoud, beet met Johan Hamminga het spits af. Direct bleek het verschil in weg naar hetzelfde doel: goed kunnen paardrijden. Hamminga zocht in wendingen stappen vanuit horizontaal evenwicht dat een paard door de activiteit van de achterbenen tot aanleuning komt aan de voorkant. Werner wilde het paard in het losstappen al recht richten op lange lijnen en daarbij was de absolute tempocontrole, vrijwel zonder aan de teugels te komen, belangrijk.

Hans Peter Minderhoud en Vivaldi.
Bij alle zeven combinaties kwam voor de Harskampers de tempocontrole zonder tegen te houden, de stille aanleuning en het oprichten van de hals net voor de schoft terug. Afhankelijk van de bouw, de leeftijd en de graad van africhting werd de hals daarvoor meer of minder rond en meer of minder diep ingesteld. Ook de Harskampers vonden het onvoorwaardelijk voorwaarts gaan belangrijk, zonodig niet eerst terug maar meteen nog meer voorwaarts en dat alles zonder dat daarbij steun gezocht wordt in de hand.
Minderhoud demonstreerde in de ochtend dat de bij het KWPN goedgekeurde dekhengst Vivaldi door zijn lossigheid en nieuwsgierigheid veel werk nodig heeft om hem recht aan het werk te houden. Minderhoud: “Daar gebruiken wij vaak de diagonaal voor. Kaarsrecht van hoek naar hoek rijden is moeilijk en een goede controle op het recht zijn.” Gal werkte als laatste met Next One aan de zijgangen en de piaffe/passage. Gal:“Zelfs in de piaffe, toch de draf op de plaats, moet het paard naar voren denken.” Minderhoud: “Elke dag moet de ruiter eerst voelen – hoe is het nu, en daar het werk op afstemmen.”
Er werd door technisch directeur van de KNHS Maarten van der Heijden tevreden afgesloten met de conclusie dat het een van de allerbeste trainers seminars was geweest met een dialoog om daarin van elkaar te leren om mensen en paarden goed op te leiden.
