www.standaard.be
Ludo Philippaerts hoopt op meer inspraak en gestroomlijnder beleid. Aan de vooravond van de traditie die de kerstjumping Mechelen heet, gooit Ludo Philippaerts een bommetje. 'Individueel waren er de afgelopen jaren goede resultaten, als team ging België alleen achteruit. De topruiters worden te weinig betrokken bij het beleid.' Met een buitenlandse bondscoach hoopt hij op beterschap.
Hoe zit het eigenlijk met dat Belgische niveau, als je vergelijkt met de rest van de wereld?
'We draaien op een laag pitje. We gingen eruit in de Superleague, op het EK stonden we nergens. Kortom, we staan op een laag niveau in België. De resultaten liegen er niet om. De afgelopen jaren zijn er wel individueel goede uitslagen geweest, maar in teamverband ging België alleen maar achteruit. Als ik eerlijk ben, was dit jaar zelfs rampzalig. Het wordt hoog tijd dat er wat structuur komt in onze jumpingwereld. En ook in de dressuur, in de hele paardensport eigenlijk.'
Wat bedoel je daarmee?
'Dat er richtlijnen moeten komen, dat er meer begeleiding, meer coaching moet komen. Zoals in andere landen gebeurt. Kijk naar Nederland, dat in tien jaar echt gegroeid is. Er wordt daar enorm veel met de ruiters overlegd en onderhandeld. Kijk naar Italië, dat uit het niets komt, een coach aanneemt, en tjak, ze scoren. We hebben iemand nodig die de groep in dit land kan samenhouden. België is heel verdeeld, alles is zo politiek gekleurd. Resultaat: België heeft geen team meer.'
Onlangs is de bondscoach Lucien Somers toch vervangen door de Zwitser Philippe Guerdat?
'Voor alle duidelijkheid: ik had niets tegen Lucien, integendeel. Ik wil geen bruggen opblazen. Alleen kon je de resultaten van de afgelopen jaren niet louter verklaren door pech. Dat heeft te maken met structuren, beleid, begeleiding, management. Ons beleid is al jarenlang hetzelfde. Als je als land achteruitgaat, is het tijd om iets anders te proberen. Ik zeg niet dat iedereen weg moet, maar het was misschien wel tijd voor iemand anders. Een buitenlander, die onbevooroordeeld zijn zeg komt doen. Iemand die iets op poten wil zetten, die alle ruiters opvolgt, die teams samenstelt. Ook al betekent dat bijvoorbeeld dat de oudere garde, zoals ik, wat meer toegevingen zal moeten doen. Daar zijn we ook toe bereid, want nu zijn we ook niet tevreden over hoe het met onze sport gaat. Veel ruiters zijn misnoegd, ook veel jeugdruiters. De structuur en begeleiding van de jeugd is ook niet zoals het hoort.'
Wat kan/moet Guerdat veranderen?
'Hij begint op 1 januari. Ik juich zijn komst heel hard toe, hoop dat hij het team in de spits kan brengen. Het probleem is dat de ruiters wat uit elkaar zijn gegroeid. Dat kun je gemakkelijk afleiden uit de resultaten. Neem nu de jumping van Londen. Voor het eerst in de geschiedenis van Olympia waren we afwezig. Niemand. Ik neem aan dat Jos Lansink en Philippe Le Jeune om terechte redenen moesten afzeggen, maar er konden toch vervangers opdraven. Het probleem is communicatie. Er wordt onderling niet overlegd. Een typisch Belgisch probleem, dat voor veel zaken in dit land opgaat. We hadden echt nood aan een soort Dick Advocaat. Ik ben ontzettend blij met dit initiatief van de Springcommissie van de nationale federatie. Deze kans moeten we met beide handen grijpen. Jean-Claude Van Geenberghe riep dit al tien jaar geleden, het werd tijd.'
Ligt de Belgische toestand ook niet voor een deel aan een gebrek aan Belgische toppaarden, want er worden nu meer topspringers dan vroeger verkocht. Terwijl België altijd een draaischijf is geweest voor toppaarden...
'... Ja, er worden in België veel paarden verkocht, maar dat is in alle landen zo. Maar als er een goed management komt, zullen meer eigenaars bereid zijn om paarden op te kopen, om ze bij te houden voor de Belgische ruiters. Als die eigenaars meer bij het beleid zouden worden betrokken, zou dat helpen. Maar vandaag... pfft.'
'Ik heb het aan den lijve ondervonden, met mijn paard Winningmood (een van zijn toppaarden, red.). Ik heb het dikwijls kunnen verkopen, maar niet gewild, maar dit jaar had ik weinig keuze. Maar denk je dat er iemand van de federatie mij vroeg: Ludo, is er iets wat wij kunnen doen om dat paard toch te houden, in het belang van de Belgische sport? Er is zelfs niet over gesproken. Neen, alleen heb ik gehoord: goed gewerkt, jongen. Alsof ik dat zo graag doe. Ik geef toe dat ik honderd procent moet leven van mijn paarden, en dus ben ik ook gedwongen om ze te verkopen, maar in het belang van de topsport is dat niet.'
We zijn bijna 2010: nog iets meer dan twee jaar en de Olympische Spelen van Londen 2012 zijn daar.
'Och, daar wordt nog niet over gesproken. Er zijn nu veel paarden weg, maar er zijn nog goede opkomende paarden in België. Ik weet zeker dat er tegen dan in België wel wat toppaarden zullen klaar zijn. Nogmaals: als ze nog in België zijn bij de juiste ruiter. De kwaliteit van jonge paarden is er, goede ruiters zijn ook er genoeg. Ook hier: er wordt vanuit de federatie veel te weinig met de topruiters gesproken over hoe we bijvoorbeeld de Olympische Spelen kunnen aanpakken. Ik weet zeker dat ruiters vragende partij zijn. Guerdat begint op 1 januari. Ik verwacht dat de Zwitser dan wel contact zal opnemen.'
Hoelang wil je zelf nog actief zijn?
'Veel zal afhangen welke paarden ik zal hebben. Op dit ogenblik amuseer ik me super met mijn kinderen, Olivier en Nicola. Ik vind het geweldig om met hen onderweg te zijn op wedstrijden en hen te begeleiden in het circuit. Op die leeftijd hebben ze dat nog nodig als ze wat dikke proeven willen rijden, en dat willen ze. In het begin is het niet zo makkelijk, dan is hulp in de paddock en de piste welkom. Want zestien jaar is jong om een vijfsterrenjumping als Mechelen te rijden, ze zijn de jongsten van allemaal.'
Ze behoren tot de Europese top bij de junioren. Hoe goed zijn ze?
'Ze willen er alles voor doen. Ik heb nu ook wat tijd voor hen, want op dit ogenblik heb ik niet echt een toppaard. Als ik weer een topper heb, wil ik weer meer topwedstrijden rijden. En om terug te komen op mijn afscheid, ik voel me nog niet afgeschreven, maar binnen een paar jaar stop ik misschien, als mijn zonen doorbreken. En het lijkt er aardig op dat ze goed zullen worden. Ze staan al veel verder dan ik op die leeftijd. Ik krijg er een kick van als ik mijn kinderen zie rijden. Ik geniet er meer van als ik ze zie rijden dan als ik zelf spring.'
Ben je een strenge opleider?
'Ik denk het wel. Dat moet ook. Het mag niet te snel goed zijn. Het is topsport, hé. In het begin zegden ze: godverdomme papa, het is nooit goed. Nu plukken ze daar wel de vruchten van.'
En wijzen de zonen hun papa op zijn foutjes?
'Dit jaar reden we alledrie dezelfde wedstrijd in Moorsele. Ik stond tijdens hun toer in de paddock. En als ik reed, stonden zij tijdens de opwarming in de paddock en vuurden ze mij aan. Dat is toch geweldig, om zoiets met je kinderen te beleven. En naast Nicola en Olivier heb ik er nog twee. Prachtig, toch.'