Nota dierwelzijn serieuze bedreiging
Iedereen wil het beste voor zijn paard, met het welzijn zit het dus wel goed, toch? De Nota Dierenwelzijn van de overheid uit 2007 vormt een serieuze bedreiging voor de manier waarop we nu met paarden omgaan. Medisch fysioloog dr. Eric van Breda: ‘Voordat je het weet, moeten paarden verplicht in een kudde en wordt paardrijden verboden.’ Kortom, we doen het nog lang niet goed genoeg.
In de Nota Dierenwelzijn draait het in wezen om de vijf vrijheden die we dieren gunnen. Zo zijn dieren vrij: van dorst, honger en onjuiste voeding; van fysiek en thermaal ongerief; van pijn, verwondingen en ziektes; van angst en chronische stress; om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen. Bij alle facetten van de paardenhouderij – van rijden tot fokken, van stallen tot voeden – staan kanttekeningen. Zo komt het welzijn volgens de minister in gevaar door een eenzijdig fokbeleid, de stalling van paarden en arbeid uitvoeren in verkeerd klimaat. Ook de trainingsmethoden, de rollkür specifiek, zijn een punt van aandacht.
Anders dan de organisaties zelf inschatten, krijgt de sportruiter het veel harder voor de kiezen dan de hobbyist die de hoefsmid een keer vergeet te laten komen. „Het probleem ligt met name bij de KNHS, bij de 60.000 wedstrijdruiters”, schat Van Breda in. De grootste bedreiging zit in het punt ‘vrij van fysiek en thermaal ongerief’. De onderliggende analyse van Wageningen Universiteit stelt namelijk dat als met een paard gewerkt wordt binnen zijn thermoneutrale zone er sprake kan zijn van beperkt ongerief en dat er sprake is van ernstig thermaal ongerief als hij buiten zijn thermoneutrale zone moet werken. Wetende dat de thermoneutrale zone van een paard loopt tot 25 graden Celsius zou dat betekenen dat het zeer onwenselijk – misschien zelfs wel verboden – is om bij 26 graden of hoger paard te rijden. Een wedstrijd op een mooie zomerdag zou dan al snel moeten worden afgelast.
Nog een probleem dat heftiger in de dagelijkse gang van zaken van sportruiters zou ingrijpen dan in die van vrijetijdsruiters is dat omtrent huisvestiging en gebrek aan weidegang. Letterlijk stelt men dat ‘individuele boxen onvoldoende tegemoet komen aan de behoefte van beweging en sociaal gedrag’. Ook de oplossing wordt met naam en toenaam genoemd: ‘weidegang in de kudde’ en ‘groepshuisvestig’, beide toch een behoorlijke uitdaging voor de gemiddelde sportstal.
Op het moment dat de sector niet voldoende maatregelen neemt om de in de nota gestelde problemen weg te nemen, dan zal de overheid zelf regels gaan bedenken en opleggen. Verplichte regels kunnen erg vervelend uitpakken. Een verplichte afmeting van de boxmaat kan dan betekenen dat een eigenaar zijn hele stal opnieuw moet inrichten, op eigen kosten natuurlijk. En verplichte weidegang kan ertoe leiden dat pensionstallen en maneges zonder eigen land hun deuren wel kunnen sluiten. De mogelijke verplichting van een aantal weken weidegang in de zomer voor alle paarden (ja, ook sportpaarden) wordt nu al in de Wageningenanalyse genoemd. Zeker als de Partij voor de Dieren zich ermee gaat bemoeien is de kans dat er onderscheid gemaakt wordt tussen ‘gewone’ paarden en sportpaarden nihil.
Voor de paardensportorganisaties is een mooie, maar ingewikkelde taak weggelegd. Het is aan de organisaties om het initiatief te nemen en zulke duidelijke stappen voorwaarts te maken dat niet alleen paardenkenners het belang ervan inzien, maar dat de paardensport ook is te verkopen aan het bredere publiek en natuurlijk aan de wetgever.
http://www.horses.nl/gezondheid/artikel ... ber%202008