www.vilt.be
Natuur, bos, woningbouw en industrie. Dat zijn de klassieke concurrenten van de boeren in de strijd om grond op ons veel te kleine platteland. Tot voor kort had niemand oog voor het groeiend aantal paarden. Minister van Plattelandsbeleid Kris Peeters haalde het paard van stal, organiseerde zeven dialoogdagen en bestelde een studie over de omvang van het paardenfenomeen. Van de landbouwminister wilden we weten of de boeren moeten vrezen voor een paard van Troje.
Hoeveel paarden huppelen er rond in Vlaanderen?
Kris Peeters: Eigenlijk moest de verplichte identificatie en registratie van alle paarden in ons land door middel van een chip al enkele maanden achter de rug zijn. Onder meer als gevolg van de grote toestroom aan aanvragen en de verwerking ervan, is de deadline verschoven naar eind dit jaar. Tot vandaag werden zowat 125.000 paarden geregistreerd in de centrale gegevensbank, maar er komen elke dag nog tussen 300 en 500 dossiers bij. Als we experts mogen geloven, zouden in België 200.000 paarden gehuisvest zijn. De tussenbalans wijst uit dat driekwart van deze viervoeters op Vlaamse bodem vertoeft.
Hoeveel paardenhouders bekommeren zich om de 150.000 Vlaamse paarden?
Het is heel moeilijk om daarover een correcte inschatting te maken. Alles hangt af van de manier waarop je het begrip ‘paardenhouder’ definieert.
Moet het chipsysteem een licht werpen op zwarte paarden die rondlopen in niet-vergunde constructies?
Dit was niet het uitgangspunt van deze regelgeving. Het gaat trouwens niet om een Vlaamse maatregel, maar een federaal initiatief van de minister die bevoegd is voor voedselveiligheid. Met het chipsysteem lopen we in ons land vooruit op een Europese verordening die wil waken over de veiligheid van het vlees dat aangevoerd wordt in paardenslachthuizen. De wetgever beschouwt elk paard vanaf zijn geboorte immers als een dier dat op ieder ogenblik in de voedselketen kan terechtkomen. De chips moeten ervoor zorgen dat paardenvlees met ongewenste residu’s van geneesmiddelen niet op het bord van de consument belandt. Aan het systeem zijn wel nog een aantal andere voordelen verbonden. Zo krijgen we eindelijk een volledig zicht op het totaal aantal paarden. Bij wedstrijden zal men niet langer meer kunnen knoeien met de identiteit van de dieren en het wordt mogelijk om een ruimere waaier aan medische behandelingen toe te dienen. Verder zullen de chips er ook voor zorgen dat vermiste of gestolen paarden veel makkelijker kunnen teruggevonden worden. En oneerbare handelaars zullen niet langer de identiteiten van paarden kunnen verwisselen om ze voor een betere prijs te verkopen.
Het paardenwereldje brengt heel wat volk op de been, gaande van fokkers en manegehouders tot veeartsen en handelaars. Wat is de economische betekenis van de hele sector?
Uit onze studie blijkt dat in Vlaanderen 1.763 hippische bedrijven actief zijn, die samen een toegevoegde waarde realiseren van ongeveer 215 miljoen euro. De paardenhouderij is bovendien goed voor 3.560 voltijdse jobs. Er zijn economische sectoren die helemaal niet aan deze cijfers kunnen tippen, maar toch aanspraak maken op heel wat overheidssteun. De deelsector die voor de meeste werkgelegenheid zorgt in de paardenwereld is die van de maneges. Die zijn in Vlaanderen goed voor 685 arbeidsplaatsen. Voor de meeste toegevoegde waarde zorgt de verkoop van varkensvlees. Die is goed voor iets meer dan 37 miljoen euro.
Buiten de Landelijke Ruiterij was paardrijden lange tijd een elitaire bedoening. Wat is het profiel van de hedendaagse ruiter?
Iedereen kan vandaag aan zeer democratische prijzen paardrijden. Geschat wordt dat in Vlaanderen zo’n 200.000 mensen er zich mee bezighouden. Bij de twee sportfederaties LRV en VLP zijn in elk geval meer dan 32.000 ruiters aangesloten. Bij die laatste vereniging moet je niet eens een paard bezitten om er een aansluitingskaart te kunnen tekenen. Het aantal leden en clubs van de VLP is de voorbije drie jaar overigens toegenomen met 35 procent. De leden van beide federaties komen vooral uit Antwerpen, gevolgd door Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Verder zien we dat er op jonge leeftijd veel meer vrouwelijke ruiters zijn. Dat verschil vervaagt naarmate de leeftijd toeneemt. Nog een belangrijk aspect van de paardensector is het vele vrijwilligerswerk dat opgeknapt wordt, door bijvoorbeeld de bestuursleden in de talrijke verenigingen en de juryleden bij wedstrijden. Ook zien we dat steeds meer personen met een handicap de paardensport beoefenen. Intussen zijn er 22 clubs die hiervoor de nodige faciliteiten voorzien.
Hoeveel kost de paardenhobby op jaarbasis?
Volgens een Nederlandse studie geeft een doorsnee paardensporter ongeveer duizend euro uit aan kledij, uitrusting, lidmaatschap, enzovoort. Je kan lang discussiëren of dit een dure hobby is of niet. Heb je al eens het prijskaartje bekeken van de fietsen waarmee wielerliefhebbers ’s zondags rondtoeren? En dat is dan zogezegd de meest democratische sport van Vlaanderen. Anderzijds is het wel zo dat een paardenbezitter vier à vijf keer meer uitgeeft aan zijn hobby dan iemand die bijvoorbeeld via een manege over een paard kan beschikken. Paardeneigenaars worden geconfronteerd met de kostprijs van het paard zelf, mogelijk moeten ze ook een onderkomen zoeken voor hun paard in een manege of pensionstal. Verder moeten ze materiaal aanschaffen zoals een zadel, voeder, enzovoort. De uitgaven verschillen trouwens heel sterk van persoon tot persoon.
In welke mate heeft de paardensector nog een link met de landbouw?
Een deel van de paardenwereld is historisch gegroeid vanuit de landbouwsector en het decor van de paardensport is meestal de boerenbuiten. Maar voor de rest is het toch een wereld op zich. Ik hou me dan ook met de paardensector bezig vanuit mijn bevoegdheid platteland. Als landbouwminister blijf ik uiteraard maximale inspanningen leveren voor de agrarische sector.
Wat is de betekenis van de paardenfokkerij?
Vlaanderen telt achttien erkende stamboekverenigingen die samen 22 lastenboeken beheren. Jaarlijks genereren ze een omzet van ongeveer 3,3 miljoen euro. Bij de fokinstellingen loopt de omzet op tot negen miljoen euro en de tewerkstelling tot 250 voltijdse jobs. Daarnaast zijn er nog de bedrijven die zich bezighouden met spermawinning, embryotransplantatie en kunstmatige inseminatie. Deze centra boeken een omzet van meer dan tien miljoen euro en stellen ongeveer 145 mensen tewerk, exclusief dierenartsen. Deze deelsector is in totaal dus goed voor een productiewaarde van ruim 22 miljoen euro.
Een kleine eeuw geleden was het Belgisch trekpaard zowat ons belangrijkste exportproduct. Mogen we tevreden zijn over het aantal topruiters dat met een Belgisch warmbloedpaard tussen de benen rondspringt?
Met een kleine zesduizend leden beschikt het Belgisch warmbloedpaard over het grootste stamboek, en de resultaten mogen gezien worden. Niet minder dan tien Belgische warmbloedpaarden, die allemaal afkomstig waren uit Vlaamse stallen, kwamen op de Olympische Spelen in Peking aan de start van het springconcours. Net zoals vier jaar eerder in Athene behaalde de Amerikaan Ward McLain opnieuw goud met het landenteam jumping op de rug van Sapphire. Dat is een dochter van de beroemde hengst Darco, die postuum de eerste plaats veroverde op de dekhengstenranglijst van de World Breeding Federation for Sport Horses. Momenteel behoren maar liefst dertien Belgische warmbloedpaarden bij de beste honderd springpaarden op de wereldranglijst. Vlaanderen heeft niet veel sectoren die er op mondiale schaal in slagen een marktaandeel van dertien procent te veroveren.
Belgen zijn geen grote paardenvleeseters?
Eerlijk gezegd hebben de cijfers uit onze studie me verbaasd. Vlaanderen telt elf slachterijen, waar in totaal 10.000 paarden geslacht worden, goed voor iets meer dan drieduizend ton geslacht paardenvlees. Ik moet er wel aan toevoegen dat de meeste paarden die hun carrière beëindigen aan de slachthaak ingevoerd worden uit het buitenland. De slacht, de verwerking en de verkoop van paardenvlees vertegenwoordigen een omzet van 222 miljoen euro. Op het vlak van tewerkstelling gaat het om 258 arbeidsplaatsen, slagers niet meegerekend.
De omzetcijfers van de paardenhouderij hebben een prijskaartje. De opmars van deze sector draagt immers in sterke mate bij tot de ‘verrommeling’ van het Vlaamse platteland.
Vlaanderen is veel te klein voor alle activiteiten die we er willen ontplooien. Heel wat sectoren claimen dezelfde grond, wat voor kansen en bedreigingen zorgt. Er zijn boeren die weiden verhuren aan paardenbezitters of zelf omschakelen naar de paardenhouderij. Die mensen hoor je natuurlijk niet klagen over de zogeheten ‘verpaardelijking’ van het platteland. Feit is dat de paarden niet meer weg te denken zijn op ons platteland, en dus komt het er op aan om die activiteit zo ordentelijk mogelijk te laten plaatsvinden.
U wil het ruitertoerisme promoten met goed uitgeruste ruiterpaarden en verblijfsnetwerken. Het platteland is nu al vol...
We hebben vandaag reeds meer dan 1.300 kilometer aan ruiterpaden. Dat is al heel wat. Het is dus zeker niet de bedoeling om kriskras in Vlaanderen nog bijkomende paden aan te leggen, maar het belet niet dat bijvoorbeeld bij de uittekening van nieuwe ruilverkavelingen en landinrichtingsprojecten kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn voor de aanleg van een ruiterpad, dit steeds in goed overleg met alle betrokkenen. Trouwens, het gaat niet altijd over de aanleg van nieuwe paden. Ook de toegankelijkheid van onze paden vormt soms een probleem, bijvoorbeeld in bossen en op trekwegen langs kanalen. Om dat probleem aan te pakken, zullen we de paardensector in contact brengen met diverse overheidsdiensten. Wat we zeker niet moeten doen, is discussiëren waar het platteland begint of stopt. Sectoren tegen elkaar opzetten, is al even zinloos. Wij kiezen er voor om op basis van goed overleg de kwaliteit van het platteland te verbeteren.
De paardenhouders hebben het eigenlijk veel te lang zonder politieke aandacht moeten stellen?
Als je de economische en maatschappelijke impact van die sector bekijkt, is dat het minste wat je kan zeggen. Het paardengebeuren heeft raakvlakken met landbouw, toerisme, ruimtelijke ordening en sport, maar vond in het verleden nooit ergens gehoor. Het plattelandsbeleid maakt het mogelijk om die materie over alle beleidsdomeinen heen te behandelen.
Tijdens zeven dialoogdagen heeft u samen met de sector evenveel thema’s behandeld. Wat zijn de belangrijkste conclusies?
Ik denk dat de mensen in de paardensector het er met mij over eens zijn dat de dialoogdagen op een groot succes uitgedraaid zijn. Per thema schoven andere experts mee aan tafel om na te gaan waar knelpunten zitten en welke oplossingen mogelijk zijn. Het is de bedoeling dat we de komende maanden actiepunten distilleren uit alle gesprekken. Wat we nu al kunnen zeggen, is dat er een groot gebrek is aan begrijpelijke informatie. Op alle niveaus is er grote onwetendheid. De relatie tussen landbouw en natuur is op wetgevend vlak geregeld, maar veel administraties komen vandaag tot de conclusie dat de regels voor de recreanten nog niet duidelijk zijn afgelijnd. Hoeveel paarden moet je hebben om je in agrarisch gebied te vestigen? Waar mogen buitenpistes aangelegd worden? Onder welke bevoegdheid vallen paardenmelkerijen en hippotherapie? Om mensen met vragen hieromtrent wegwijs te maken, gaan we volgend jaar op Vlaams niveau een Paardenloket oprichten.
Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Het Paardenloket moet fungeren als een soort ombudsdienst voor individuele paardenhouders. Ouders wiens dochter actief wordt in de paardensport stellen zich vragen over verzekeringen, de bouw van stallen, de plaatsen waar men opleidingen kan volgen, enzovoort. Anderzijds moet het Paardenloket ook dienen als aanspreekpunt voor de overheid. Vandaag kunnen we niemand in de paardensector aanspreken indien bijvoorbeeld een verbod zou uitgevaardigd worden op het uitrijden van mest als gevolg van de uitbraak van een dierenziekte. Het loket moet ervoor zorgen dat alle paardenhouders snel gecontacteerd en geïnformeerd kunnen worden.
Eén van de aandachtspunten is ook de wegcode. Mag Sinterklaas binnenkort niet meer met zijn paard over de daken rijden?
De wegcode staat reeds beschreven in een publicatie, maar die is helaas vanuit juridisch oogpunt opgesteld. Daarom heb ik het initiatief genomen om een brochure te laten maken die voor alle weggebruikers begrijpelijk is. Daarnaast is het ook nodig om een aantal bepalingen in de verkeerswetgeving te actualiseren. Voor een menner met een koets volstaat het op dit ogenblik een lamp vooraan te hebben en achteraan een kaars. Ook de sector zelf vindt het noodzakelijk dat koetsen gekeurd worden, dat ze over schijfremmen beschikken, en liefst ook over een elektrische verlichting.