Algemeen
De rechtbank in Maastricht heeft recent uitspraak gedaan in een zaak tussen een trainster van paarden en het bedrijf Martrick Benelux uit het Belgische Knokke, de eigenaar van vier wedstrijdpaarden. Inzet van de zaak waren deze vier dieren, in eigendom van Matrick en die werden verzorgd en getraind door de trainster. Op 1 januari 2016 sloten zij een samenwerkingsovereenkomst, ‘overeenkomst tot training paard’ geheten. Naast het verzorgen en trainen van de dieren zou de trainster ook wedstrijden met ze rijden. In de overeenkomst was onder andere opgenomen dat het prijzengeld dat zij met de paarden zou winnen, verdeeld zou worden tussen de eigenaar en de trainster.
Zes jaar nadat de overeenkomst werd gesloten, stuurde Matrick een koopovereenkomst naar de trainster, voor de vier over te nemen paarden. Matrick wilde één miljoen euro hebben voor de dieren. De vrouw betaalt de paarden niet. Op 6 februari 2025 schrijft zij aan Matrick dat de financier van de koopsom het geld uit een investeringsfonds moet halen. Deze financier heeft toegezegd om alles zo snel mogelijk te regelen en dit probleem op te lossen. Het geld werd echter nog steeds niet betaald en daarom bracht Martrick de zaak naar de rechter.
Daar verklaarde de vrouw dat het nooit de bedoeling was dat ze de paarden zou kopen, maar alleen dat ze de dieren zou trainen. Zij ziet het tekenen van de onderhandse akte alleen als een vriendendienst. Als zij had geweten dat het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst zou leiden tot het verplicht kopen van de dieren, had ze dat nooit gedaan.
Hier ging de rechter niet in mee. In de ondertekende akte stond namelijk letterlijk vermeld dat de Matrick de paarden zou verkopen voor één miljoen euro. Volgens de rechter is er geen sprake meer van een trainingsovereenkomst, maar moet de samenwerkingsovereenkomst worden gezien als een koopovereenkomst. De trainster moet nu de paarden kopen voor het overeengekomen bedrag én ook de proceskosten van ruim 16.000 euro komen voor haar rekening.
Gebruikte bronnen:

