Blog
“Het lúkt allemaal niet! Niks lukt! Ik voel zijn mond niet, mijn correcties zijn te traag, hij snapt er niks van en ik krijg 'm gewoon niet aan het lopen!” Mijn man wacht even voor hij voorzichtig zegt “Schat… het is acht weken geleden, misschien moet je jezelf meer tijd geven?”. “Het heeft al vijf jaar de tijd gehad!!”
En terwijl ik mijn gezicht in mijn handen leg en verder huil, komt mijn man bij me zitten en slaat zijn armen om me heen.
Inmiddels is het drie jaar geleden dat dat gesprek plaats vond. Het was september 2016 en ik was een achttal weken er voor geopereerd aan mijn hoofd. Door complicaties van een eerdere operatie was een stuk eigen schedel vervangen door een prothese. Ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik nog nooit zoveel pijn gehad heb en me nog nooit zo beroerd gevoeld heb als na die operatie. Maar dat was niet de reden van mijn huilen. De reden van mijn huilen was dat ik er al heel snel achter kwam dat een groot deel van mijn toen terug gewonnen “handigheid” verloren gegaan was. Vijf jaar voor die operatie had ik opnieuw leren praten, eten, lopen en voor mezelf zorgen in die volgorde. Na zes maanden revalideren maakte ik mijn eerste rit en dacht ik terug mijn leven te kunnen opbouwen incl mijn paardenleven. Maar de pauze die ik kreeg mocht maar 4,5 jaar duren.
Het terug op pakken van de training ging op zijn zachtst gezegd moeizaam. Sam was fantastisch. Hij was extreem voorzichtig met me en deed wanhopig zijn best om te begrijpen wat ik van hem wilde maar het lukte gewoon niet. Mijn man hielp me aan een nieuwe trainster en een nieuwe fysiotherapeut en de strijd begon.
De fysiotherapeut hielp me in eerste instantie al door de spasticiteit waarover niemand me ooit verteld had, in te perken. Weet je hoe ze wel eens zeggen dat je baby's aan een kast kan hangen, dat ze niet loslaten? En dat ze altijd vuistjes hebben? Wel, dat is omdat de hersenen nog niet zo ver zijn dat ze de spierspanning reguleren. Mijn hersenletsel veroorzaakt een gelijkaardig probleem voor de linkerkant van mijn lichaam. Hoge spierspanning, verkrampingen, pijnlijke spieren en stroeve bewegingen zijn daar het gevolg van. Géén van mijn fysiotherapeuten in mijn zes maanden revalideren in het ziekenhuis had ooit de moeite genomen om me uit te leggen dat dat een gevolg was van mijn hersenletsel. Bijna vijf jaar na datum zou ik in record-tijd mijn hoofd en lijf meer gaan begrijpen. Niet dat het veel zou helpen met de occasionele frustraties, wel met mijn woede-buien.
Mijn “oude” fysiotherapeut had al wel uitgelegd en getoond wat er precies mis was met mijn “gevoel”. Ik kan nl. niet zeggen dat ik helemaal niks voel links, als je een mes in mijn linkerhand steekt ga ik dat heus voelen. Maar het gevoel is wel dusdanig verstoord dat ik weinig tot geen “praktisch” nut heb voor mijn hand en arm. Mijn nieuwe fysiotherapeut had de ietwat ondankbare taak om me verder uit te leggen waar het mis ging in de communicatie tussen mijn hersenen en mijn lijf. De spierspanning was zijn eerste zorg omdat die voor pijn en ongemak zorgde en ook de rest van mijn lijf ontzettend vast zette. Daarnaast gingen we ook samen aan de slag om mijn heupen en enkels weer in meewerk-modus te krijgen. Letterlijk sámen. Want ik had zo vreselijk weinig vertrouwen in mijn lijf dat hij me de eerste maanden door de meest simpele oefeningen heen moest sleuren. Elke keer als hij wat voor deed wat de gemiddelde kleuter kan en me bedenkelijk zag kijken, zei hij gewoon “Ik blijf vlak bij je. Als ik het mis zie gaan vang ik je wel op.” Inmiddels, drie jaar later, ben ik een stuk verder. Maar als hij me écht ziet twijfelen. Dan mag hij het druk genoeg hebben dat hij tot 23:00 's avonds door moet werken. Dan blijft hij bij me tot ik rust en zekerheid vind in de oefening. En dan nog gaat hij pas van mijn zijde als hij mijn antwoord geloofd op de vraag “Gaat het lukken, denk je?”
Toen de spierspanning manueel onder controle gehouden werd (en nog steeds wordt), was ik terug in staat om mee te geven in mijn hand. Ik had nog steeds geen gevoel maar daar kwam kwa rijden, mijn nieuwe trainster ten tonele. Al snel leerde ik om de aanleuning te voelen in de rug. Één van de redenen waarom ik liever doorzit ondanks dat mijn heupen daar niet altijd blij om zijn. Gezien ik geen drukverschil kan voelen in mijn handen valt dat voor mij compleet weg. Dus ik moet alles wat anderen kunnen voelen in hun handen opmaken uit de bewegingen in de rug, het bekken en hun passen. Ook óf er uberhaupt aanleuning is. Om te compenseren voor mijn linkerhand, gingen we wat aan de slag met “neck reining” maar dan aangepast naar mijn nood en naar wat “mag” in de dressuur ring. Mijn paarden reageren qua stelling en buiging vnl. op of de teugel wel of niet tegen de hals ligt. Dat maakt dat ik ook veelal met een bredere handhouding rijd dan de gemiddelde dresuur-ruiter, deels ook om boogjes te voorkomen ook al lukt dat niet altijd. Handen dicht bij elkaar is voor mijn paarden eigenlijk een “signaal” dat er verzameling aan gaat komen. Zoals anderen een ophouding geven. Voor mij geen optie met de hand omdat ik die motoriek simpelweg niet heb. Het voordeel is dan weer dat, toen een mestkever met weinig respect voor mijn persoonlijke grenzen er in slaagde om achter mijn BH te geraken, ik Sam probleemloos verder kon blijven rijden met één hand aan een lang los teugeltje terwijl ik me half om kleedde. Mijn fobie voor alles met meer dan 4 poten of een afwezigheid van poten was overigens al aanwezig vóór mijn hersenletsel.

Verder zijn mijn paarden extreem gevoelig op been en zithulpen. Alles wat ik rijd eigenlijk, paarden zijn ontzettend flexibel, vaak flexibeler dan hun baasjes. Ondanks alles heb ik eigenlijk nooit moeite om weg te rijden op andermans paard. Dat bewijst maar dat ruiters vaak veel te veel doen, veel meer dan nodig. Ik geef het gros van mijn hulpen met mijn bovenbenen omdat ik meer controle heb over mijn bovenbeenspieren dan over die in mijn kuiten. Iets waar mijn fysio erg blij mee is gezien ik dus de spieren rond mijn heup constant activeer waardoor die de neiging hebben te strak te gaan staan. Die spieren wat dus los moeten zijn om de rest van mij functionerend te houden. Dat wordt dus automatisch zijn probleem. In mijn kuiten is het krachtverlies dat gepaard gaat met de hemiplegie veel duidelijker aanwezig dus mijn fysiotherapeut maakt ze “gewoon” elke keer trouw los. De bovenbeen hulpen zijn eveneens erg licht omdat te veel opspannen gewoon maakt dat je niet blijft zitten. Daarmee was een groot deel van de absolute basis “gecompenseerd”. De maanden die volgden zou ik snel ontdekken dat het ook echt de absolute basis was en niks meer.

Als je goed kijkt zie je nog een typisch iets aan mijn handhouding. De "knik" in mijn linkerhand is dus de spastisiteit.
Één nadeel waar ik recent achter kwam.. Mijn man wilde graag een keer onze merrie voelen. Mijn man heeft vroeger gereden, inmiddels al een aantal jaren gestopt. Maar die merrie hebben we samen gefokt en dat dier straalt zoveel kracht uit. Hij wilde haar een keer voelen. Ik weet dat mijn man kan rijden dus ik gaf haar zonder (veel) morren over, alleen vergat ik een paar details te melden… Tot die conclusie kwam ik zodra mijn man ging zitten en zijn kuiten aanlegde zoals normale ruiters doen en contact nam op de handen wat resulteerde in mijn merrie die geschrokken het hoofd in de lucht stak, haar kont onder zich in trok met de staart tegen de billen geklemd en in totale verwarring verstard bleef staan en hulpzoekend naar mij keek.. Ze had geen flauw idee wat ze met hem moest. Terwijl dit van nature een hele nuchtere merrie is.
Pas toen er van mij uit kwam “Ehm schat… Zij kent niks anders dan mijn rijden… Kuiten los, lies spieren losser en zachter contact, denk western.. Je bent haar momenteel heel veel hulpen aan het geven en ze heeft geen idé welke ze moet opvolgen en ik sluit niet uit dat het idé dat nu bovenaan haar lijstje staat in houdt dat jullie wegen gaan scheiden....” Het viel me alles mee dat de jonge dame daar al bij al zo kalm mee om ging… Ze was immers nog niet zó lang ruitermak. En dit mens deed iets héél anders dan het mens dat haar altijd gereden had. Het duurde even voor mijn merrie stopte met de rug bol te maken en ze samen ietwat soepel door de bak gingen.. Toen mijn man af stapte en haar terug aan mij gaf zei hij alleen maar “ik geloof dat ik nu in praktijk gevoeld heb hoeveel aanpassingen jij in je dagelijkse leven doet zonder dat iemand het weet.”
Het was op dat moment dat ik zag dat, hoewel de aanpassingen “neer geschreven” helemaal niet zo groot lijken, dat het in praktijk toch best een beetje tegen valt. Inmiddels ben ik met Sam met de meer gecompliceerde oefeningen bezig die op zichzelf weer nieuwe problemen met zich mee nemen. Omdat het al een erg lang verhaal is, zal ik die in een volgend stukje mee nemen...
En wat een doorzetter ben je, dat je ondanks deze zware operaties toch echt goed aan het rijden bent.
Ik maak dus ook geen reclame voor mezelf. Waardoor vermoedelijk ook weinig mensen me ‘durven’ benaderen. Omdat ik altijd zadelmak gemaakt heb en gecorrigeerd heb is Sam eigenlijk mijn eerste paard waarmee ik zelf oefeningen zoals de changementen en pirouettes aan het aanleren ben. (De meeste paarden die ik reed werden terug genomen door de eigenaar of verkocht voor ze daar naar toe gewerkt konden worden.)
nu we stilaan uit mijn ‘comfortzone’ gaan kwa oefeningen moet Chris ook echt meedenken soms. Voor mij is samen werken met Chris ook een beetje een droom die uitgekomen is. 
Maar Rêve heb ik nu anderhalf jaar onder het zadel, al wordt ze minder gereden dan de gemiddelde bijna 6 jarige gok ik. Sam heb ik inmiddels van 2011, die heb ik soort van in het ziekenhuis gekocht... 
afhankelijk van mijn humeur moet mijn fysio soms zelfs even geschokt lachen als ik er weer wat bruutweg uit gooi.