
Referentiekaders specifiek voor Friezen zouden teveel diagnoses en
behandelingen kunnen voorkomen. Foto: http://www.focussed.nl
Wanneer het aankomt op het bloed dat door de aderen stroomt, is een paard een paard, toch? Niet noodzakelijk, zeggen onderzoekers die het bloed van Friezen hebben vergeleken met de referentiekaders van de bloedwaarden van de algemene paardenpopulatie. Hieruit bleek dat dierenartsen die Friese paarden behandelen de testresultaten uit bloed iets anders moeten interpreteren dan de resultaten van een algemeen volwassen paard.
Katherine Fox werkte samen met onderzoekers van de University of Wisconsin's School of Veterinary Medicine in Madison en met IDEXX Labatories in Columbus, Ohio, om de referentiekaders voor Friezen te bepalen. Fox zegt dat terwijl een hoop onderzoek beschikbaar is naar de vaak voorkomende problemen bij Friezen, ook wel de "Big Four" genoemd - megaesophagus (een chronische verwijding van het esophagus), ruptuur van de aorta, dwerggroei en hydrocephalus (een waterhoofd) - er maar weinig informatie beschikbaar is naar de simpele verschillen tussen Friezen en andere paardenrassen.
"Kennis over hoe Friese paarden verschillen van andere rassen in het bloedbeeld zorgt ervoor dat er meer accurate diagnoses gesteld kunnen worden maar ook dat we betere behandelingen kunnen voorschrijven." zegt ze.
Het onderzoeksteam verstuurde een vragenlijst naar eigenaren van Friese paarden in de Verenigde Staten en Canada, 127 paarden voldeden aan de onderzoekscriteria. De paarden waren tussen de leeftijd van 3 en 18 jaar en konden van elk geslacht zijn. Alle paarden stonden gestald in Noord-Amerika en waren niet ziek geweest 30 dagen voor, tijdens en 30 dagen na de bloedafname.
Het IDEXX laboratorium bekeek de bloedstalen en analyseerde ze binnen 24 uur zodat er zo min mogelijk zou veranderen aan het bloed in vitro. Elke bloedstaal werd op dezelfde manier behandeld en werden veel variabelen onderzocht, waaronder de rode bloedcellen, leukocyten, elektrolyten en enzymen. Er werd gekeken of deze variabelen pasten in de normale referentiekaders die gehanteerd worden bij paarden. "Samenvattend vonden we elf hematologische en negentien biochemische referentiekaders die acceptabel waren om bij volwassen Friezen te gebruiken." zegt Fox. "Er waren drie hematologische en twee biochemische variabelen waarvoor een speciaal "Friezen" referentiekader gebruikt zou moeten worden.Hieronder vielen hemoglobine, het aantal rode bloedcellen, hematocriet, glucose en lactaat hydrogenase. "
Fox legt uit dat "het gebruik van nieuwe referentiekaders helpt om overdiagnosticering te voorkomen, zoals de diagnose van anemie (bloedarmoede), hypoglycemie en spier- en leverbeschadigingen". Hierdoor worden niet langer onnodige diagnoses gemaakt en behandelingen voorgeschreven. Het helpt ook om de verwarring te verminderen, die vaak ontstaat wanneer een Fries niet reageert op een behandeling.
Wist wel dat quarter horses andere waarden hadden.
