
foto's: © Norman Thelwell / carmelrowley.com.au
In het artikel “Misbehaviour in Pony Club horses: Incidence and risk factors” gepubliceerd in de maart editie van het blad “Equine Veterinary Journal” gaan onderzoekers in op het gedrag van pony’s in relatie met andere factoren, zoals gewicht, voeding en beweging. De onderzoekers komen tot de conclusie dat dikkere pony’s tot drie keer meer eerder ongewenst en gevaarlijk gedrag vertonen dan hun dunnere soortgenoot.
In deze studie is het vertoonde gedrag gespecificeerd.
Tot ongewenst gedrag wordt onder meer gerekend: Fris zijn, ontsnappen uit de weide of paddock, niet luisteren, zuur of niet reageren, sterk reageren op geluiden, lui zijn, met het hoofd schudden, het bit vastpakken en teugels uit de handen trekken.
Tot ongewenst en gevaarlijk gedrag wordt onder meer gerekend: steigeren, bokken, trappen tijdens het poetsen, tijdens het uit de wei halen of trappen naar andere paarden, maar ook het aanvallen van mensen tijdens het optuigen.
Reden voor deze studie is dat ongewenst en gevaarlijk gedrag door pony’s één van de oorzaken is dat pony’s slecht presteren alsmede gevaarlijke ongelukken kunnen veroorzaken. Dat pony’s stout kunnen zijn is bekend, maar weinig was bekend over de oorzaken en risicofactoren voor dit gedrag.
Voor de studie zijn 84 pony’s langdurig gevolgd in de periode van juni 2000 tot juli 2001. De pony’s bevonden zich in één Australische provincie en waren in eigendom van veschillende families. Deze families zijn willekeurig gekozen op basis van lidmaatschap bij zeven Pony Clubs uit de provincie. Elke Pony Club was evenredig vertegenwoordigd. De ruiters en in ieder geval één ouder moesten dagelijks het ongewenste en gevaarlijke gedrag bijhouden. Daarnaast moesten zij ook gegevens bijhouden over huisvesting, beweging, voeding en de gezondheid. De pony’s werden maandelijks onderzocht door een dierenarts. Deze gegevens zijn statistisch verwerkt.

Het risico op ongewenst gedrag werd groter tijdens dagen dat de pony moest presteren tijdens bijvoorbeeld een wedstrijd. Ook bij pony’s die dik waren of obesitas hadden nam dit tot drie maal toe. Het risico nam ook toe als pony’s minder dan 5 dagen per maand werden gereden of op een voedingsrijke weidegrond stonden. Bij pony’s die meer dan drie keer per week werden gereden nam het risico op ongewenst gedrag af. Pony’s die naast gras extra voeding kregen vertoonden twee keer meer ongewenst gedrag dan hun soortgenoten zonder deze extra voeding. Tot extra voeding is gerekend: ruwvoer, concentraten en graan.
Onderzoekers konden geen relatie vinden tussen het vertoonde ongewenste gedrag en rugpijn. Uit de verwerkte gegevens concluderen de onderzoekers dat de lichamelijke conditie, manier van voeden en het geven van beweging van de pony van invloed is op zijn gedrag. En het gedrag zorgt er mede voor dat de pony wel of niet goed presteert tijdens wedstrijden. Dierenartsen zouden deze gegevens kunnen gebruiken om paardeneigenaren te adviseren over voeding en gedrag.
Lees hier het hele (Engelstalige) onderzoek.
Voor meer informatie over Thelwell kijk op http://www.thelwell.org.uk
van 2000 tot 2001 