
Duitse onderzoekers hebben in alle 62 commerciele merken paardenvoer van Duitsland, mycotoxine aangetroffen.
De onderzoekers, afkomstig van de Justus Liebig Universiteit in Giessen, en de Ludwig Maximilians Universiteit van Oberschleissheim te Duitsland, vonden deoxynivalenol (DON), een van de meest bekende mycotoxine, in de 62 geteste monsters.
Alle monsters werden getest voor de aanwezigheid van zes verschillende soorten mycotoxine:
deoxynivalenol (DON), zearalenone (ZEA), fumonisin B1 (FB1), T-2 toxine (T-2), T-2 + HT-2 toxine (T-2/HT2), ochratoxine A (OTA), en alkaloïde (GEA).
Alle monsters bevatten DON, T-2/HT-2 en T-2. ZEA werd aangetroffen in 98% van alle geteste monsters. De meeste monsters (94%) waren eveneens positief voor FB1. In 61% van alle monsters werd alkaloïde aangetroffen, en OTA was aanwezig in 42% van alle monsters.
De meeste concentraties bleven onder het nivo wat als kritiek of zelfs giftig wordt gezien.
De hoogste concentratie mycotoxine werd meestal gevonden in voer wat uit een soort bestaat, en dus niet gemengd is. De maximum waarde voor DON en FB1 werd aangetroffen in mais. De hoogste concentratie T-2/HT-2 bleek in haver te zitten, en de hoogste concentratie van alkaloide was aanwezig in gerst.
Men maakte zich al geruime tijd zorgen over mogelijke mycotoxine besmettingen in paardenvoer, en dan met name DON (vomitoxine), zearalenone, en fusaric zuur. Men begon zich zorgen te maken omdat de oogst in Noord Amerika nogal lang op zich liet wachten.
Meer info over mycotoxine en wat dit allemaal kan inhouden: http://nl.wikipedia.org/wiki/Mycotoxine

