
Prelude (v. Pronto); tweede bij de kampioenskeuring
Foto: Debra Janse
ERS-Merrieveulens paarden
Bij een veulen zijn er altijd twee fysieke kenmerken die vanaf de geboorte niet meer veranderen en dat is de verhouding tussen de hals- en ruglengte. Als die bij de geboorte gelijk is, verandert dit niet meer en zal ook bij de latere uitgroei telkens gelijk blijven. Ongeveer op een leeftijd van drie maanden kennen de meeste veulens in de groeifase een moment die bij het volwassen worden altijd weer terugkomt.
Als eerste mocht zich de bijzonder goedgemodelleerde Juliana von Siebenbergen opstellen. Juliana is een dochter van Perekat uit de merrie Willemien (v. Biret), gefokt en in eigendom van L. Pol en D. Janse te Brinkum. Bij dit robuuste merrieveulen corresponderen de hals- en ruglengte goed met elkaar. Dit veulen heeft voldoende ras en adel maar haar expliciete pluspunten liggen in haar goede verhoudingen en de harmonie met het fraaie en goedgewelfde front. Een echte 'eyecatcher' met vrouwelijke vormen en lijnen die in de bewegingen nog sterker tot uitdrukking komen. Het grote oog straalt rust en vertrouwen uit. De hals is goed aangezet en is met de natuurlijke welving aan de bovenzijde, die in de draf nog versterkt wordt, goed en rijtypisch gevormd. De romp is diep en goed rondgeribd. De bovenlijn is goed gewelfd en sterk bespierd. De sterke lendenpartij is oplopend en gaat vloeiend in de lichthellende en lange croupe over. Het fundament is hard en goed ontwikkeld. Verend en swingend ging ze buitengewoon lichtvoetig door de baan zonder ook maar een misstap te maken.
ERS-Hengstveulens paarden
Bij de hengstveulens mocht zich als eerste Durf Ut Wé van de Keizer, een zoon van Denzel v.h. Meulenhof uit de moeder Keizer’s Kweet Ni (v. Pronto) opstellen. Dit hengstveulen heeft veel harmonie in de bouw en veel hengstuitdrukking. Ras, adel en mannelijkheid stralen van hem af. Het hoofd toont voldoende ras en laat zich dankzij de mooie ronde kaak en de goed geprononceerde lange nek gemakkelijk afbuigen. De hals - en ruglengte komen goed overeen. Daarbij is de hals goed en breed aangezet en loopt eerst goed verticaal omhoog om vervolgens de curve van de bovenzijde te volgen. De hals is aan bovenzijde fraai gewelfd en dit voor de rijsport zo belangrijke natuurlijke fenomeen wordt in de draf nog verstrekt. Hij is met een goed en fors fundament uitgerust waarbij de best ontwikkelde gewrichten in het oog springen. De schoft loopt ver in de rug door en gaat vloeiend in de rug over. De rug is licht naar onderen gewelfd en die welving correspondeert goed met de halswelving. De rug loopt vloeiend in de licht oplopende lendenen en de goed bespierde en lichthellende, lange croupe over. Deze harmonische kenmerken laten zich ook in de beweging terug zien. Met de klok gelijk marcheerde hij rondje naar rondje volkomen in evenwicht door de baan en toonde daarbij een goed zweefmoment.

Het kampioensveulen Juliana (v. Perekat).
Foto: Debra Janse
Het veulenkampioenschap ging verdiend naar de zwarte parel Juliana die dankzij haar harmonie en dito gedragen bewegingen de eer voor zich opeiste.
ERS-Arabo-Friesians
In deze rubrieken kreeg alleen het hengstenveulen Dr Darco van Dark Romke uit de merrie Faroela (v. Roeland) een eerste premie. Dit hengstveulen is gefokt door Jan Driessen te Maaseik. Darco heeft het goede barokke evenwichtstype en de Arabische uitstraling wordt vooral zichtbaar in zeer fraaie front, hoofd en bovenlijn. De bovenlijn is goed gewelfd en de croupe is lang en meer lichthellend en vormt daarmee een aanmerkelijke functionele verbetering op de vaak sterk gehelde croupe van zijn Friese voorouders. Bij een lichthellende croupe komen de sportpaarden tot dragen en bij een sterk gehelde croupe gaat de stuwing domineren. Voor de draf scoorde hij dan een ook 8 en qua karakter had hij zeker een 10 verdiend. Aan zijn moeder Ffaroela (Roeland x IBN Wandro ox) werd het sterpredicaat toegekend. En ook zij liet goed bewegingen zien met een voorbeeldig karakter.
ERS-Drie- en vierjarige merries
In deze categorie verkreeg de merrie Keizer’s Kweet Nie het sterpredicaat. Zij is gefokt door en in eigendom van P. J. I. Kleine Schaars te Wijhe . Deze merrie is een dochter van Marius Claudius uit een merrie van Mytens x Hamilton. Binnen de moderne rijpaardfokkerij een wat meer klassiek model die vooral door invloed van de vader wordt gedomineerd. Naast haar goede kwaliteiten, die vooral in de verhoudingen tot uitdrukking komen, doet ze nog een beetje rauw aan. Het hoofd toont voldoende adel en de hals is goed en breed aangezet. De schouder ligt voldoende schuin en de hoek van het ellebooggewricht is voldoende groot om in de beweging de romp aan de voorzijde te laten rijzen. De romp is diep en voldoende rondgeribd. De bovenlijn is voldoende gewelfd met een goedoplopende lendenpartij. De croupe is lang en lichthellend. Het achterbeen staat goed onder de massa en wordt goed gebruikt. De bewegingen zijn ruim en zouden nog aan kracht moeten winnen.
ERS- Vijf jaar een oudere merries
Twee merries kwamen in aanmerking voor het sterpredicaat. Dat waren Keizers Ik Komme Wé van P. J. I. Kleine Schaars en Prelude B van T.A. Bakker te Boelenslaan. Zowel Keizers Ik Komme Wé als Prelude zijn beiden dochters van Pronto. Keizers Ik Komme Wé is een royaal ontwikkelde merrie die eerst meer uitstraling mocht hebben. De verhoudingen en harmonie zijn goed. Ze heeft een fraai front en een mooie diepe, ronde romp. De croupe is wel voldoende lang maar zou wat minder geheld mogen zijn. De bewegingen zijn lichtvoetig met voldoende ruimte in het zweefmoment. Prelude is een merrie met veel ras en uitstraling die vooral in de beweging tot uitdrukking komen. Ze heeft een goed harmonie in de verhoudingen met een mooie diepe en goed rondgeribde romp. Die vormen en lijnen zijn ook bepalend voor haar vrouwelijke voorkomen. De hals- en ruglengte zijn gelijk aan de rompdiepte en de lengte van het voorbeen. Op de lendenpartij is echter wat strak en het achterbeen zou iets meer gehoekt mogen zijn. De draf is krachtig met veel tact, balans en een groot zweefmoment. In de kampioenskeuring liet ze het echter afweten en ging de titel verdiend naar Keizers Kweet-Ni.
Allrounddressuur
In de rijrubriek ging de strijd uiteindelijk tussen L’Amie Wivenna (v. Wilskracht) gereden door Sanne de la Parra en Kont Better van de Keizer (v. Colandro) gereden door Lisette Kleine Schaars. De laatste is een ruin die reeds Z-geklasseerd is en meer rijervaring aan de dag legde dan Wivenna die overigens voor een jong paard zeer goed en nageeflijk werd gereden. Na veel wikken en wegen mocht Kont Better zich als eerste opstellen.
Vrijspringen
In 2012 werd voor het eerst het vrijspringen aan het keuringsprogramma toegevoegd in de verwachting dat dit een vast onderdeel van het programma zal worden. Die verwachting is ook uitgekomen en ook dit jaar was er weer een ruime belangstelling. Bij het vrijspringen worden de paarden op de volgende onderdelen beoordeeld: techniek, taxeren, basculeren, de landing en galop. Bij dat laatste wordt gekeken of het paard goed in balans kan landen en na één galopsprong direct weer de benodigde oprichting heeft om in balans verder te kunnen galopperen. Praktisch alle deelnemende paarden toonden een redelijk goede techniek. De verschillen zitten vooral in het taxeren en basculeren. Het oranjelint ging verdiend naar L’Amie Wivenna P (v. Wilskracht) van Sanne de la Parra die met haar goede taxatie, techniek en landing een totaal van 40 punten scoorde.
Zeer goed taxerend en met veel techniek en bascule eiste L’Amie Wivenna P de eer in het vrijspringen voor zich op en gaf ze alle concurrenten het nakijken.
Ik verheug me nu al weer op de komende foto's.

.
. Zoals Janderegelaa ook al zegt. Ik kan me best voorstellen dat mensen helemaal niks hebben met het stamboek en de voorzitter, maar dat hoeft, vind ik, niet altijd zo sterk geuit te worden.