Trucjes om een paard beter te laten lopen worden vroeg of laat bestraft, al dan niet door de jury of door het paard zelf.
Door met de teugels tegen de hals aan te tikken verbreek je het contact met de mond waardoor het paard op de voorhand kan vallen, zijn neus eruit kan duwen, etc. Door met de teugels tegen de hals aan te tikken geef je een onduidelijk maar vooral onnodige hulp. In welk boek staat zoiets of welke instructeur zegt zoiets? Iedere zichzelf respecterende auteur of instructeur zal nooit zoiets zeggen, alleen een prutser doet zoiets.
Wat moet je dan wel doen? Goed rijden. Ik citeer uit het huidige proevenboekje:
"De middendraf is een gang tussen de arbeidsdraf en de uitgestrekte draf. Zij is meer verheven en 'ronder' dan de uitgestrekte draf. Het paard beweegt zich vrij voorwaarts en verlengt zijn passen met mate, met een duidelijke impuls vanuit de achterhand. De ruiter staat het paard, terwijl het in de hand gesteld blijft, toe het hoofd en de hals iets naar beneden te brengen, waarbij het hoofd wat meer voor de loodlijn mag blijven dan in de verzamelde draf en de arbeidsdraf."
Toestaan betekend niet dat je ineens je hand wegsteekt, dan is je aanleuning immers weg. Je moet zorgen dat je een mooi contact met de hand behoud. Bereid het voor. Stel, je gaat over de diagonaal M-X-K in middendraf van hand veranderen, begin dan in de bocht voor M al je paard te attenderen. Soms kun je iets terugrijden waardoor het verschil wat groter lijkt. Dat is een beter trucje dat het 'tikken met de teugel'. Maar goed, feit blijft, je scoort hogere punten voor goed rijden dan voor trucjes. Een goede jury prikt daar zo doorheen.
Dat je paard in galop aanspringt is een teken dat je teveel vraagt. Het paard kan het niet aan en springt in galop aan. Waarschijnlijk wil je versnellen. Maar dat moet niet, je paard moet verruimen. Vraag eerst niet een hele lange zijde maar wees tevreden met een paar passen. Wat germie ook net zegt, houd in een nette tact - ritme (vaak is het ontactmatig gaan ook de reden van het aangalopperen in de middendraf) en vooral niet vasthouden. Het paard moet altijd op eigen benen blijven lopen.
Pas als dat netjes gaat kun je het uitbouwen tot een lange zijde of een diagonaal. Net zo belangrijk is het terugrijden. Je moet ten alle tijde zorgen dat je paard mooi nageeflijk weer in de arbeidsdraf terugkomt. Je kunt aan het einde van die diagonaal of lange zijde wel de bocht inknallen en dan vanzelf weer terugkomen maar dat levert je gegarandeerd een 4 of een 5 op.
Zorg ervoor dat je je paard zo ongeveer op de letter weer in arbeidsdraf heb, dan heb je zo een 6, een 7 of hoger te pakken.
Geduld, training en nageeflijkheid zijn hier de sleutelwoorden.