Marloez schreef:Zoals op het derde paardje, zo loopt mijn pony meestal..
Maar wel handig die tip
wat ik op de foto zag loopt ie wat voorover
Moderators: Neonlight, C_arola, Firelight, Sica, Dyonne, NadjaNadja, balance, Essie73
Milkaatjuh schreef:Sily jij zei dat als je paard te diep loopt hij de achterhand niet gebruikt..
Dat klopt niet helemaal. Ik had ooit een verzorgpony die deed dat ook (te diep lopen) Maar die bleef de achterhand gewoon gebruiken hoor!!
) En ze hield haar hoofd weer te rond, en haar rug ook, maar haar achterhand zat er echt heel goed onder, het reed heel relaxt!
Maar ik weet niet of het goed is. Je ziet vaak dat springpaarden die tussen de hindernissen galopperen ook zo gaan. Marloez schreef:Ze loopt wel ontspannen zo, ze schuimt ook vaak dan.
Alleen wil ik dat ze wat meer ass-spieren krijgt snap je??
Haar borst was eerst altiijd heel smal en nu lijktie op die van een haf, dus ik wil haar meer op de achterhand laten lopen
Ikzelf schreef:Nou, dit wordt een wat lang stukje, dus ik hoop dat jullie de moeite willen nemen om het helemaal te volgen (bedenk: jij leest het veel sneller dan dat ik het schreef!)
Ik wil hier iets verduidelijken met wat ik bedoel met het los hangende hoofd en wat daar het grote voordeel van is met het rijden en waarom je alleen zo een echte lichte aanleuning (voor ruiter EN paard) kan verwachten.Ik concentreer hier voornamelijk op de voorkant, omdat we allemaal wel weten dat het paard van achteren actief moet zijn.
De klassieke rijkunst en FEI hebben niet zomaar de "neus voor de loodlijn" regel verzonnen omdat men het wel mooi vond staan. Er is een functionele rede. Zoals ik al eerder zei, zal een los hangend paardenhoofd (bijv bij een in de zon dommelend paard, standje centebak) altijd de neus iets voor de loodlijn hebben. Waarom? Omdat het in die houding in evenwicht hangt op het draaipunt, welke de verbinding naar de halswervels maakt. Een mens op handen en voeten die z'n hoofd laat hangen, hangt met de kin op de borst, door de andere aanhechting en volledig andere gewichtsverdeling van het hoofd.
Voor een meer passende vergelijking: Steek je arm opzij, en laat vervolgens je onderarm vanuit je elleboog losjes naar beneden bungelen.Je onderarm zal even wat pendelen en dan in z'n evenwichts positie eindigen: Loodrecht naar beneden. De onderarm speelt even voor paardehoofd (met dit verschil dat het paardehoofd in z'n evenwichts positie met de neus iets voor de loodlijn zit). De onderarm is met weinig moeite weg te duwen en bij loslaten pendelt ie weer naar z'n evenwichts positie: Dit kost geen kracht.Opmerkelijk is het, dat als er spieren aan de hand-kant van het elleboogscharnier worden aangespannen (druk je middelvinger en duim tegen elkaar) de onderarm niet meer zo los hangt: Hetzelfde is het geval als het paard z'n tanden op elkaar zet (vasthoud in de mond). Dit verteld je dus dat je niet aan de hoofdhouding alleen kunt afleiden of het hoofd ontspannen afhangt. Spieren die zich aanspannen aan de andere kant van de elleboog, hebben veel minder, tot geen effect op het pendelen en dus de losheid van de verbinding.Als je gaat rennen met je arm zo, dan bungelt ie losjes en makkelijk mee met de bewegingen, zonder dat dit enige extra energie kost. Alle energie kan voor de voortbeweging benut worden (het omhoog houden van de bovenarm merk je wel op den duur).
Breng je nu je onderarm wat meer naar je lichaam toe en hou je hem in die hoek, dan pendelt de onderarm niet meer en is de verbinding dus niet meer los. Je kan de onderarm daar "uit zichzelf" laten zitten, of met je andere hand daar houden. Om daar "uit zichzelf" te blijven, moet de arm spieren inzetten, die ie daarvoor niet nodig had. Er wordt dus energie ingezet, puur om de houding te handhaven. Zelfde effect als je de onderarm van je lichaam af in positie houdt.
Nu gaan we verbinding nemen met de hand, bijv via een touwtje. Hangt de arm los af, dan kunnen wij een heel licht contact met het touwtje aannemen. Met een minieme hulp (knijpje) voel je niet alleen het touwtje in je hand, maar je ziet de onderarm ook al bewegen (de hulp komt ook mechanisch door). In zo'n geval kan het gewicht van de teugel genoeg zijn om aanleuning te geven: dit gewicht houd de onderarm dan IETS achter z'n evenwichtspunt (arm dus IETS achter de loodlijn; paardehoofd zal de loodlijn IETS dichter naderen), waardoor subtiele teugelhulpen in beide richtingen een effect geven. In dit geval hebben zowel ruiter als paard een plezierige lichte aanleuning: als de ruiter iets geeft, volgt de mond automatisch naar voren, vraagt de hand iets, volgt ie even makkelijk weer terug. Dit omschrijft naar mijn mening, de losheid in de aanleuning die van Loon in dat artikel van SP bedoelt.
Breng je onderarm weer in een hoek, laat 'm zichzelf weer dragen. Je kan nu een even zo licht contact creeren en ook nu voel je een kneepje in je hand doorkomen. Echter, het resulteerd niet automatisch in een beweging, omdat diezelfde losheid er niet is. Dit komt overeen met het achter de loodlijn gevraagde paardehoofd, dat het paard vervolgens zelf daar houdt. De ruiter krijgt geen gewicht in de hand en kan daarmee een lichte aanleuning krijgen. Het PAARD echter moet moeite doen om het hoofd in die positie te houden en nog meer moeite om de hand soepel te kunnen blijven volgen, want door het gemis aan losheid gaat dit niet meer automatisch, maar moet ie de bewegingen coordineren met z'n spieren.
Met de lichte aanleuning voor ruiter EN paard, stelt het paard zich wat kwetsbaar op: Mocht de ruiter een fikse ruk in de mond geven, dan komt dat zwaar aan! De ruiter heeft dus een goede handvoering nodig om het paard het vertrouwen te geven dat ie nodig heeft om zich zo kwetsbaar op te stellen. Een goede handvoering is er dus een die stil staat ten opzichte van de mond. Een vastgezette hand laat het 'losse' hoofd met elke stap tegen het bit aan botsen en een onrustige hand beweegt het hoofd alle kanten uit. Als reactie hierop zal het paard z'n spieren inzetten om de klappen te dempen: weg is de lichte aanleuning.
Met het achter de loodlijn geplaatste hoofd gebruikt het paard de spieren al en dempt zo de (evt) klappen van een mindere handvoering. Het hoofd hangt echter niet ontspannen af en er wordt onnodig energie verspilt met het op een plaats houden van het hoofd. Het evenwicht is echter wat minder fragiel en zal dus minder snel verstoord worden.
Bovenstaande zal duidelijk moeten maken waarom de FEI de neus graag voor de loodlijn ziet: Omdat men een losse aanleuning van ruiter EN paard wilt zien, omdat het wederzijdse vertrouwen en de kunde van de ruiter getoont dienen te worden. Zoals van Loon al zegt, is zelfs neus op de loodlijn (toegestaan na aanpassing FEI regels) al teveel.
Ook kan je eruit afleiden waarom veel mensen hun heil achter de loodlijn zoeken: Het is voor de ruiter eenvoudiger om daar een constant licht contact te behouden.
Het kan natuurlijk nuttig zijn om tijdelijk, kort achter de loodlijn te werken (bijv. bij enorm concentratie gebrek van het paard), maar het streven moet altijd weer naar die wederzijdse lichtheid gaan.
Ook verklaard het misschien wat van het grote succes van de "achter de loodlijn rijders": zij tonen hiermee een stabielere aanleuning in de ring. Dat oogt dan gecontroleerd, en wint het van de fragielere balans van de "voor de loodlijn rijders", maar getuigd van een minder harmonische samenwerking.
Dit is dus mijn beredeneerde 'view' op dit geheel. Ik ben benieuwd wat jullie van deze redenatie vinden!
QQQQ schreef:Is het dan wel logisch om een houding te vragen die het paard NOG meer op de voorhand brengt? Nee.
dat kan ik prima haha, maar ik heb gewoon een hekel aan die dingen. 
QQQQ schreef:Voor de loodlijn kan een paard net zo goed niet nageeflijk zijn als daarachter.
Met voorwaarts-neerwaarts rijden rek je de rug meer op. Door 'm rond te maken belast je enkel het nekgebied meer. Ook vwnw moet met verbinding en dus aanleuning gebeuren en met het activeren van de achterhand. Ook vwnw brengt het gewicht meer op de voorhand en moet dus niet heel lang volgehouden worden, maar moet gezien worden als een opwarm en/of stretch fase van de training.
De diep en rond houding kan niet veel kwaad als ie slechts kort wordt opgezocht, maar velen rijden alle oefeningen (t/m piaffe & passage aan toe) op die manier. Dan kan het wel kwaad, want dan belast je de voorhand meer en ontlast je de achterhand, waardoor deze wellicht super actief LIJKT, maar niet werkelijk veel doet.



Jade schreef:ik wil ook niet zeggen dat je hem alleen maar diep en rond moet rijden.. dat zou een beetje clueloos zijn aangezien je dan op wedstrijd je paard opeens heel anders gaat rijden. ik blijf er wel bij dat het met vwnw makkelijker is om zijn ruggebruik te bewaren.
!
!)
) QQQQ"]dat zijn de voor- en nadelen zoals jij ze ziet. als ik spiergebruik aan een fysiotherapeute haar onderzoek overlaat, blijven als nadelen over het psychisch effect en het effect op het overbelasten van de nek.
Dat Solange verhaal over buikspieren is uitgebreid gesproken in de afgesplitste discussie van dat eerste topic van mij.
[/quote] betekent niet dat het niet meer van toepassing is
[quote="QQQ"]
Buikspieren die bij het paard van belang zijn voor het rug en achterbeen gebruik zijn niet dezelfde die wij mensen met crunches trainen. De gebruikte buikspieren laten zich prima trainen met een houding voor de loodlijn, namelijk deze worden getraint door goed achterbeen gebruik. Een hoofdhouding achter de loodlijn draagt daar niets aan bij (da's mijn mening na heeeeele lange discussies!)
[/quote] Dit laat ik liever beoordelen door een fysiotherapeute; het zou haar beroep moeten zijn.![]()
[quote="QQQ schreef:Uit de discussie kwam -naar mijn mening- dat de houding wellicht iets bijdraagt in het sneller trainen van bepaalde halsspieren die nodig zijn voor oprichting. Sneller, door de zwaardere belasting. "Normale" klassieke training traint dit ook, misschien duurt het iets langer (maar niet veel in goede handen). Er zit echter een berg nadelen aan het achter de loodlijn rijden (verkeerd spiergebruik, psychisch effect en het effect op het overbelasten van de nek, daar zijn we niet echt uitgekomen), waar mijnsinziens de voordelen niet tegen opwegen.
De voordelen die er zijn, zijn hooguit voordelig voor de ruiter (tijdwinst), niet voor het paard. De nadelen krijgt het paard volledig op z'n bord.
Marloez schreef:Zoals op het derde paardje, zo loopt mijn pony meestal..
Maar wel handig die tip
) verklaren...miepmiep schreef:Even weer teru op Marloez haar pony...
Is het niet zo dat zij weliswaar haar hoofd/nek houdt als op het derde plaatje, maar haar rug als op het tweede plaatje? Dat zou ook die enorme borstspieren (haflingerborst) verklaren...
Overigens heb ik er weinig verstand van, dus pin je er niet op vast, ik spui ook alleen mijn gedachten...[/img]
. Ik vind dat triest. QQQQ schreef:Dat onderzoek van de fysio is ook door haar 'peers' niet met open armen ontvangen.


(ook niet aanvallend bedoeld overigens
). Zeker is er een verschil te zien in manier van gaan, maar omdat tegenwoordig meer waarde wordt verbonden aan het op de mm nauwkeurig kunnen rondsturen dan aan een harmonisch geheel, wordt dat verschil vooral op wedstrijden meestal in het nadeel van de klassieke ruiter beoordeeld.
QQQQ schreef:Jade: Ik denk dat jij een wat zware hals van het lipizaner ras verward met het hebben van een onderhals
Als jij het verschil in bespiering niet ziet tussen LDR en klassiek gereden paarden, dan is dat misschien een tekortkoming van jou![]()
