Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Hooi

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Hooien

Hooi bestaat uit gedroogd gras en is het meest gebruikte ruwvoer voor paarden. Er zijn vele soorten hooi, die verschillen in gebruikte grassoorten, de wijze van telen etc.

Productie

Hooi wordt verkregen door het gras te maaien, dit gras moet zo’n 30 cm hoog staan, met daarbij duidelijk zichtbare zaadhoofden. Dit gras wordt vervolgens voor zo’n vijf tot zeven dagen gedroogd en geschud. Dit schudden is van belang voor het gelijkmatig drogen om de vorming van schimmel tegen te gaan. Ook kan niet volledig droog hooi gaan broeien in de opslag. Van belang voor hooi is het weer, tijdens het drogen op het veld wordt er vitamine D2 gevormd onder invloed van ultraviolette stralen van de zon. Een langere veldperiode heeft dus een gunstige invloed op het vitamine D2 gehalte. Daarnaast gaat na het maaien de ademhaling van gras door, ten gevolge daarvan gaan de suikers verloren, door de bewerkingen kan het eiwitgehalte teruglopen. Daarnaast is regen tijdens de droogperiode op het veld funest. Voedingsstoffen zullen namelijk uitspoelen plus het hooi moet nog langer liggen om goed droog te worden. Hiermee is dus een nog groter risico dat het hooi weer regen krijgt.

Eigenschappen

Goed hooi bevat een gemiddelde waarde van een 80% drogestofgehalte, het zal echter in de praktijk meestal tussen de 70 en 90 % droge stof bevatten. Goede kwaliteit hooi voldoet aan een aantal kenmerken, namelijk, dat het stofvrij is, geen schimmel of onkruiden bevat. Goed hooi voor paarden is stengelig en bladerig, het bevat dus veel structuur. Voor de smakelijkheid voor paarden is een grote diversiteit aan grassoorten belangrijk.

Vaak worden er op een jaar diverse snedes van het weiland afgehaald voor hooi. De eerste snede is een zeer krachtig product, de zetmeelwaarde is bijvoorbeeld zo’n 5 tot 10 % hoger dan in latere snedes. Indien iemand dus krachtig hooi wil gebruiken is dit een goede optie. Wil iemand wat minder energierijk hooi, dan kan dus een tweede of derde snede gebruikt worden.

Gebruik

Hooiruif

Hooi kan na de oogst, na minimaal drie weken gevoerd worden. De voorkeur verdient echter dat het hooi wat langer rust. Ook is het van belang om het oude hooi en het nieuwe hooi te vermengen voor een geleidelijke overgang gezien paarden gevoelig kunnen reageren op de verschillende toestand van het hooi.

Soorten hooi

In de volgende koppen worden de diverse soorten hooi specifiek toegelicht, gezien er bij hooi verschillende varianten mogelijk zijn.

Graszaadhooi

Rietzwenk graszaadhooi

Graszaadhooi is het restproduct van de teelt van gras voor het graszaad. Graszaadhooi bestaat uit één soort hooi.

Veel voorkomende grassen in Nederland voor graszaadhooi zijn:

  • Engels en Italiaans Raaigras
  • Bos- en Veldbeemd
  • Riet- en Roodzwenk

Het voordeel van graszaadhooi is de constante kwaliteit van een baal en een lager risico op giftige planten, dit in tegenstelling tot weidehooi. Goed graszaadhooi is vergelijkbaar met weidehooi. Graszaadhooi is doorgaans wel iets goedkoper en bij loonwerkers te verkrijgen. Het wordt over het algemeen in grote balen geperst.

Natuurhooi

Hooi dat wordt geoogst uit natuurgebieden wordt niet bemest en bestaat doorgaans uit een gevarieerd grassenmengsel. Het bevat daarnaast kruiden en dergelijke.


Weidehooi

Weidehooi

Weidehooi is het meest voorkomende ruwvoer in Nederland en bestaat uit een gevarieerd grasmengsel. Het wordt als zeer smakelijk ervaren door paarden maar heeft door de verscheidenheid in plantensoorten een grotere kans op aanwezigheid van giftige planten zoals Jakobskruiskruid.

Afhankelijk van het tijdstip van maaien ontstaat er 1e of 2e snede hooi.

1e Snede hooi bevat een hoog gehalte aan fructaan, dit is een grassuiker. Dit hoge gehalte komt doordat in het voorjaar het gras een groei-explosie krijgt. Hierdoor ontstaat dan ook krachtig hooi waaraan de paarden voldoende hebben om in de dagelijkse energiebehoefte te voldoen en er weinig krachtvoer bijgevoerd hoeft te worden (afhankelijk van de gevraagde arbeid).

Later in het jaar (dus bijv. bij een 2e of 3e snede) is het gras tot "rust" gekomen waardoor het stabieler is. Het gras heeft geen enorme groeispurt gekregen en bevat daardoor minder suikers en ook minder energie. Voordeel hiervan is dat er meer van dit hooi gevoerd kan worden tov hooi van de 1e snede en dat het paard dus langer bezig is met kauwen (waardoor het paard veel speeksel aanmaakt en de kans op een maagzweer kleiner wordt). Het dier wordt door het lagere energiegehalte ook minder snel dik van dit hooi.

Bronnen, referenties en/of voetnoten