Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Foxhunting

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Ruiter in tweed outfit

Foxhunting is het jagen te paard achter een meute honden. In Engeland is deze sport erg wijdverspreid op het platteland. De bedoeling is dat de honden het geurspoor van een vos oppikken en volgen. De hele groep honden en paarden volgt het spoor door weilanden en bossen. Daarbij worden natuurlijke hindernissen en hekken gesprongen en wordt veel gegaloppeerd.

De meute

Master of Foxhounds

Er zijn zo'n 184 meutes met "foxhounds" verspreid over Engeland en Wales, daarnaast ook nog meutes met beagles en bassets. Meeste van deze Hunts hebben een "meet" twee keer per week, de grotere Hunts hebben een meet 4 keer per week. Het seizoen loopt van november tot ongeveer half maart. In september en oktober wordt er vroeg in de morgen gejaagd om de jonge honden te leren hoe het werkt in het veld. Dit is bekend als "autumn-hunting" of als "cubbing".

Een Hunt bestaat uit een Master of Foxhounds, deze regelt het werken met de hounds. Hij wordt geholpen door enkele 'Whipper-Ins'. De master of Foxhounds draagt een rode jachtrok, de whipper-ins ook rood of tweed. Vaak zijn er ook enkele jongeren in opleiding die meerijden met de Whipper-Ins, de jongeren dragen tweed. Deze mensen werken met de honden en zorgen ervoor dat de honden het juiste spoor te pakken krijgen en niet achter herten en hazen aangaan. De Master of Fox hounds haalt buiten de hunts ook bij de boeren de kadavers op en voert die aan de honden. Wettelijk gezien mag dit niet meer maar in de praktijk is dit nog wel de gang van zaken.

Fieldmaster

Daarnaast is er de Fieldmaster: ook herkenbaar aan de rode jachtrok. De Fieldmaster zorgt ervoor dat het Field niet in de weg rijdt als de honden aan het werk zijn, daarnaast ook dat het Field kan zien wat de honden aan het doen zijn. Een Fieldmaster is verantwoordelijk voor een goede opbouw van de dag, de paarden niet overnemen, maar daarnaast ook genoeg actie om ervoor te zorgen dat de paarden niet teveel afkoelen als ze te lang moeten wachten. Als de Hounds een echt goed spoor gevonden hebben en het spoor volgen dan bepaalt de Fieldmaster welke route gevolgd wordt om de Hounds te volgen.

The field

Tenslotte het Field. In het Field rijden alle belangstellenden. Officieel gezien horen de heren een zwart colbert te dragen, met zwarte cap, witte broek, zwarte rijlaarzen en de dames een blauw colbert, blauwe cap, witte rijbroek. Jongeren dragen tweed. In het najaar dragen de volwassenen ook tweed, bruine rijlaarzen en een beige rijbroek. Bij grotere Hunts zijn er leden die worden aangewezen om een dag de 'gates' te doen (de hekken open en dicht te doen), dezen zijn ook herkenbaar omdat ze Tweed dragen, al dan niet aangevuld met een lichtgroene band rond hun bovenarm. In het Field is het belangrijk de Fieldmaster te volgen en vooral niet de Fieldmaster in te halen.

De meets

Een "meet" is telkens op een verschillende plek. Een lokale boer of grootgrondbezitter stelt zijn erf open voor de Hunt. Op de meet verzamelt het hele veld zich, er gaan hapjes en drankjes rond. Traditioneel 'Mold wine' (een soort gluhwein) en "Whiskey Mac' (whisky met ginger wine, hoewel er op sommige meets ook pure whisky wordt geschonken). Traditioneel is de meet rond 11:00u 's ochtends.

Een Hunt zal traditioneel rond 11:00u de Meet hebben, dan rond 11:15 van start gaan om uiteindelijk (beetje afhankelijk van hoe de dag loopt) rond 17:00u te eindigen. Bij de kleinere Hunts die in een klein gebied opereren bestaat een groot gedeelte van de dag uit wachten, bij grotere Hunts die een groter gebied tot hun beschikking hebben zullen de Masters halverwege van paard wisselen ("two-Horse country") om de paarden niet te overnemen.

Tijdens de Hunt zijn er verschillende natuurlijke hindernissen. Zo zijn er de "hunt-jumps", dit zijn kleine oxers/hekjes van ongeveer 80cm hoog. Deze zijn zo gemaakt dat er van de weg een veld ingesprongen kan worden of gemakkelijk van het ene veld in het andere. Daarnaast is er "post and rail" dit zijn gewone houten hekken ter afscheiding van velden, heggen en muurtjes. Soms kan er gekozen worden om door het hek te gaan of om te rijden als je de sprong niet wilt doen, soms is er geen andere mogelijkheid dan te springen (vooral bij de hunt-jumps). Andere hindernissen die je kunt tegenkomen zijn bijvoorbeeld slootjes, bossages, hellingen en boomstammen in het bos.

Paarden

Het type paard is afhankelijk van het terrein waar de Hunt plaats vindt. Je kunt in praktijk elk type paard tegen komen, maar er zijn twee types die veel gebruikt worden. Het Engels Volbloed en de Engelse Hunter Cob.

Vaak wordt gebruik gemaakt van Engels Volbloed op grasland met veel "post and rail" en heggen. Dit is niet het type Engels Volbloed (EV) dat meedoet met de vlakke baan rennen, maar een iets groter type met een wat steviger frame en grotere hoeven. Als een Engels Volbloed ooit mee wil doen met een Point-to-Point (amateur Jump-Race, een soort steeple chase) dan zal hij zich eerst moeten kwalificeren door minimaal 4 maal met een Hunt mee te rijden.

De Engelse Hunter Cob is geen bepaald ras, maar een type. Het zijn kleinere paarden met stevige grote hoeven en stevige benen. Gemaakt om wat gewicht te dragen. Dit is niet het meest snelle type tijdens de jacht, maar wel het type dat zich prima weet te redden in modderige ondergrond of in bossages. De Hunter Cob wordt vaak gefokt door pony's of koudbloeden te kruisen met Engelse volbloeden om zo een wat steviger, robuuster type te krijgen.

De Engelse Volbloed wordt ingevlochten voor de Hunt, bij de Hunter Cob worden alle manen afgeschoren inclusief de voorpluk. De paarden worden geschoren in een jacht-model. In tegenstelling tot wat hier in Nederland een jachtmodel genoemd wordt is het Engelse jachtmodel (huntingclip) alles kaal, met uitzondering van de benen en een zadelplek. Het hoofd meescheren is optioneel. Wat in Nederland een jachtmodel heet wordt in Engeland een dekenmodel (blanketclip) genoemd. Sommige pony's worden geschoren in een dekenmodel.

De Hunt en de locale gemeenschap

Op het platteland in Engeland vervult de Hunt ook een belangrijke rol voor de locale gemeenschap, ook op sociaal gebied. Veel activiteiten zijn ook voor belangstellenden toegankelijk. Elke Hunt organiseert aan het begin van het seizoen een Huntball waar iedereen kaartjes voor kan kopen. Verder is er minimaal een keer per seizoen een 'Hunt-Breakfast' waarbij voorafgaand aan de meet een ontbijt is georganiseerd. Een Hunt organiseert ook eens per jaar een Point-to-Point. In de zomer is er een Puppy-show. Daarnaast zijn er vaak nog evenementen als een Farmers-diner (voor de locale boeren die hun land openzetten voor de Hunt), een Tumble-Club diner, een meet speciaal voor kinderen, 'hunting-trails' (soort oefencross) enzovoorts.

In de zomer gaan de masters van de Hunt bij de locale boeren langs om afspraken te maken over het gebruik van hun land. Sommige boeren hebben liever niet dat de Hunt over hun land gaat, bij andere boeren weer alleen langs de kanten van het veld of mag alleen de Master of Foxhounds en de Hounds het gebied betreden. Daarnaast helpen de leden van de Hunt om de Hunt-Jumps in goede staat te houden, nieuwe sprongen te bouwen en heggen te snoeien.

De activiteiten van de Hunt zijn vaak afgestemd met de activiteiten van de jagers op fazanten en hazen. Deze werken samen om er voor te zorgen dat er niet op hetzelfde moment in hetzelfde gebied een drijfjacht en een foxhunt aan de gang is. Boeren geven ook aan of ze last hebben van vossen, danwel van ander wild om zo de jacht daar op af te stemmen.

De Hunt bestaat uit alle lagen van de bevolking. Op het Hunt-Field kun je de traditionele Engelse grootgrondbezitters tegen komen, maar ook de vrouw van de locale boer, de receptioniste van een kantoor die enkele pony's heeft, de moeder met zoon op welshpony, de jongens van een jaar of 13-14 die overal op af galopperen. Het is een doorsnede van de bevolking en wordt ook zo breed gedragen in de locale gemeenschap.

Daarnaast wordt de grond van de boeren niet alleen beschikbaar gesteld voor de hunt zelf maar mag je er ook vrij op om je (jacht)paarden te trainen. Zolang je de boel maar niet vertrapt, het vee verstoort en de poorten goed sluit.

Bronnen, referenties en/of voetnoten